De camping in Castellammare del Golfo, gelegen aan de rand van het stadje, wordt aan de ene kant  begrensd door de immer blauwe zee en aan de andere kant door een keurig rechte, verticale rotswand waaroverheen twintig, vijfentwintig meter hoger de weg loopt. Aan de voet van die rotswand, op luttele meters afstand van waar later onze tent zou staan, was drie weken voor onze aankomst een abrupt einde gekomen aan het leven van twee jonge Sicilianen.

Er zijn geen bochten in de weg op die plaats en het weer was mooi, naar ons verteld wordt, maar toen om vier uur ‘s nachts hun auto om onopgehelderde redenen van koers veranderde had die te veel snelheid om te worden tegengehouden door twee opeenvolgende stoepranden, een volledig verroest metalen hek, een tweede hek van ijzerdraad en wat schaarse beplanting die de laatste afscheiding vormde met de afgrond. De zwaartekracht deed de rest. De plaats waar hun auto over de rand ging wordt afgeschermd door een rood-wit geblokte markering van plastic. Er zijn bloemen neergezet en een foto van de twee, en er is een afscheidsbrief opgehangen aan ‘onze gevallen vrienden’, die ‘nooit vergeten zullen worden’.

Bij een kruidenierswinkel was alleen een oude, moeilijk lopende vrouw met dikke brillenglazen die me vroeg wat ik wilde. Ik keek naar de flessen wijn die in rijen achter haar stonden en zei: een fles rode wijn, van een euro of vijf, zes. Ze haalde een vergrootglas uit een zak van haar rok en pakte een fles uit het rek, tuurde er een poosje naar. Veertien euro, nee, dat was niet goed. Zich realiserend dat het een poos kon duren voordat ze een goede fles gevonden had, riep ze luidkeels de naam van haar zoon door de openstaande winkeldeur. Geen antwoord. ‘Cretino‘, hoorde ik haar mompelen. Stuk onbenul. Na de derde keer roepen kwam hij kijken, vond een fles wijn, verdween weer.

‘Dallo zio Andrea’ (bij oom André) werd ons aanbevolen om te gaan eten, en de combinatie van eenvoudige, smakelijke Siciliaanse gerechten, een omvangrijke, gemoedelijke oom André die bij gasten die hij al wat beter kende een vorkje van hun borden mee kwam prikken en een ‘mevrouw André’ die ons iedere keer dat we kwamen eten met een bredere glimlach begroette zorgde ervoor dat we bleven terugkomen.

De zusjes arriveerden in het huis dat Ingrid voor een week gehuurd had. Het was voor het eerst in twintig jaar dat we met zijn allen bij elkaar waren, niet zo vreemd als je bedenkt dat Karin al die tijd in Australië heeft gewoond, en ik het grootste deel van die tijd in Frankrijk. Weerzien, samenzijn: het ging er gemoedelijk aan toe. Onze plannen om wat van Sicilië te gaan bekijken namen wel een andere wending dan we hadden gepland: Op weg naar lo zio Andrea maakte Ingrid een misstap, waarna ze nog maar op één been kon staan.

voor het eerst in twintig jaar bij elkaar

De omvangrijke, gemoedelijke restaurateur bedacht zich geen moment toen we uitlegden dat we eigenlijk waren gekomen om te eten maar dat we nu een arts nodig hadden. ‘Volg mij’, zei hij terwijl hij in zijn auto stapte. Doof voor onze protesten en zijn gasten de gasten latend reed hij voor ons uit naar een artsenpost. Daar aangekomen bleek het ook voor artsen etenstijd te zijn, maar een klaarstaande ambulance bracht het voor de hand liggende idee en even later was Ingrid op weg naar het ziekenhuis van Alcamo, met loeiende sirenes en bijpassende snelheid. Wilma probeerde uit alle macht de ambulance bij te houden en vroeg zich ondertussen af hoe ze gereden zouden hebben als ze niet hadden beloofd rustig aan te doen.

Ziekenhuizen zijn overal in de wereld plekken waar je eigenlijk niet wilt komen maar waar je, als je er dan toch bent, een aardig kijkje in plaatselijke culturen krijgt. Het was allemaal niet gloednieuw en smetteloos wit, daar in het ziekenhuis van Alcamo. Het ging er niet echt efficiënt aan toe. We hebben lang moeten wachten. Maar terwijl om ons heen gesteund, gekermd, gehuild, geroepen, gepraat en gelachen werd namen artsen en verpleegkundigen alle tijd om Ingrid te onderzoeken, wat Engels op haar uit te proberen, van alles uit te leggen en te praten over ditjes en datjes. Welnee, zei de arts tegen wie ik zei dat zijn Engels prima was, en hij legde vertrouwelijk een hand op mijn arm. Een boxer, zei de verpleegster die net had verteld over de keer dat ze naar Nederland was gereden om een hond op te halen, een boxer was het geweest en hij had nog aardig wat prijzen gewonnen. Totdat hij was gaan bijten. Dat was lang geleden, maar toch… En daarbij viel ze even stil.

In de wachtruimte voor de orthopeed was na ons een vrouw binnengekomen die Ingrid onderzoekend aankeek en ten slotte de vraag stelde waaruit haar ervaring met dit soort verwondingen bleek: gevallen zeker? Zelf had ze een arm in een spalk, een blauw oog, een bult op het hoofd. Van de trap gevallen, al de tweede keer. Ze was duidelijk niet blij met de wachttijden en zag haar kans schoon toen de deur voor ons open ging: ze glipte mee naar binnen. Alleen maar even naar mijn arm kijken, dokter, is zo gebeurd. De arts gaf wat korte, afwezige antwoorden op haar vragen en had er toen kennelijk genoeg van. En nou wegwezen. En de bult, dokter? Heb ik niets mee te maken. Het oog?, probeerde ze nog. Heb ik niets mee te maken. Wegwezen.

wegverschuiving... voor de veiligheid is er een vangrail omheen gezet

Voorzien van een mooie spalk en met de krukken die we bij een speciaalzaak voor orthopedische producten hadden gekocht (zo kom je op onvermoede plaatsen) moest Ingrid (met vallen en opstaan, zeg maar) opnieuw leren lopen. Bij een bezoek aan het dorp-bovenop-een-berg Erice werd duidelijk dat bij het bouwen van middeleeuwse dorpen geen rekening werd gehouden met minder mobiele mensen. Vanaf de parkeerplaats aan de rand van het dorp zagen de nauwe, hobbelige, omhoog leidende straatjes er ontmoedigend uit. Mark liet zich niet ontmoedigen. Terwijl wij onze auto parkeerden liet hij Ingrid in zijn auto instappen, zette zijn zonnebril op en reed het dorp in. Door middeleeuwse straatjes met alleen voetgangers kwamen ze tot op een middeleeuws dorpsplein, waar hij achteloos de auto in het midden parkeerde naast de enige andere auto die er stond – een witte Fiat met het woord ‘polizia’ erop. Om iedere twijfel weg te nemen dat dat heel gewoon was liet hij de ramen open alvorens Ingrid te begeleiden naar het dichtstbijzijnde terras. De mannen die vlak daarna in de witte Fiat stapten keken niet op of om.

In de ‘drinkeria’ van Bacco op het dorpsplein van Balestrate hadden we al een keer geluncht. Die eerste keer was de eigenaar een paar keer met ons komen praten en had hij dingen gebracht ‘die we beslist moesten proeven’ en met zichtbaar plezier uitgelegd wat het was en hoe het gemaakt werd. Tot slot had hij verteld hoe vroeger zijn moeder de maccheroni maakte die vooral op zondag werden gegeten en voorgesteld haar dat voor ons te laten doen. Natuurlijk hadden we meteen ja gezegd.

Een paar dagen later, toen we op het afgesproken tijdstip in de zaak kwamen, had zijn moeder al een goede hoeveelheid klaar staan maar was nog wat deeg over voor de demonstratie. Ze deed voor hoe het deeg om een soort rietstengel gerold werd en de stengel er dan uit getrokken werd. En omdat het houten werkblad dat op haar knieën rustte normaal plaats bood aan twee, tegenover elkaar zittende vrouwen die al rollend konden praten over de dingen van de dag, waren al gauw ook onze vrouwen aan het rollen en aan het praten.

Terwijl moeder weer naar huis werd gebracht werd gewerkt aan onze antipasti. De schalen vol Siciliaanse gerechtjes – panelle (gefrituurd kikkererwtendeeg), arancine (rijstballen met kaas en ham), caponata (gebakken mengsel van aubergines, paprika, tomaat en selderij) en nog veel meer – die voor ons werden neergezet lieten nog net ruimte over voor de verse pasta die we net hadden helpen maken, traditiegetrouw geserveerd met een tomatensaus. Tegen de tijd dat we naar huis gingen wisten we dat ‘voldaan’ te zacht was uitgedrukt en dat we iets bijzonders hadden meegemaakt.

Nog een paar dagen, dan wordt het weer tijd om eens verder te gaan. We hebben intussen allerlei kanten van het eiland gezien, van alles meegemaakt, mensen leren kennen, gerechten ontdekt, meningen gevormd en bijgesteld, indrukken verwerkt. Zo is het goed.