Halverwege de klim stoppen we om van het uitzicht te genieten en even op adem te komen. Zodra de geluiden die we zelf produceren ophouden blijft alleen nog het gekwetter van vogels over. Het uitzicht is de moeite waard, maar nog meer indruk maakt de stilte.

lentebloemen en Charlotte

Herinneringen. Leigh Creek, Zuid-Australië. Een paar weken werkte ik er als afwashulp in de kantine van het mijnbouwbedrijf dat het dorp had gebouwd. Woestijn, veertig graden of meer die op me neerdaalden zodra ik van het werk terugliep naar mijn huisje. Niemand op straat, en het enige geluid dat te horen was kwam van mijn eigen voetstappen die een absurde dimensie aan het dorp in de woestijn gaven. De enige voetstappen die ik me tot op de dag van vandaag kan herinneren.

We hadden langs de kust kunnen rijden maar dan waren we al snel Palermo tegengekomen (levensgevaarlijk op de fiets, zegt iedereen) en het binnenland bevalt ons. Het is rustig, weids, gevarieerd, mooi.

Er zit wel beduidend meer reliëf in het binnenland. Tegen de tijd dat we langs Prizzi rijden weten we dat we op ongeveer 900 meter boven zeeniveau moeten zitten. En daarna blijft het land omhoog en omlaag gaan. Geeft niet. Het is natuurlijk nog steeds werken om boven te komen, maar we zijn er meer aan gewend geraakt dan ik voor mogelijk had gehouden. Dacht ik in het begin nog bewust ‘je moet het stijgen en dalen accepteren als iets dat er gewoon bij hoort’, nu denken we er nauwelijks nog over na. Geen ‘o jee’ als we de weg vóór ons omhoog zien gaan, geen ‘jammer nou’ als we naar beneden rijden en de gewonnen hoogte weer prijs moeten geven. Gewoon terugschakelen als dat nodig is en door blijven gaan, en genieten van wind in de haren wanneer trappen niet nodig is.

Prizzi

De dorpen en steden waar we langs komen zijn vaak bovenop een heuvel gebouwd, of anders op een helling vlak onder een steiler deel. Het is wel te verklaren. In de duizenden jaren lange geschiedenis van het eiland zijn er regelmatig buitenlanders langsgekomen die er zich meteen thuis voelden en besloten te blijven. Onroerendgoedtransacties werden in de regel niet alleen bemoeilijkt door taalproblemen, maar vooral door de onwil van de bewoners om hun huizen te verlaten. Om zich te weren tegen vijandige overnames werden dus hele dorpen op hoger gelegen terrein gebouwd. Dit had meerdere voordelen. Het ontmoedigend effect van kokende olie, projectielen en zware voorwerpen op de buitenlanders was groter wanneer dit alles van boven kwam. Naar de belagers geslingerde beschimpingen hadden een grotere reikwijdte. Scheldwoorden kwamen harder aan. Al liet zich, zo leert de geschiedenis, niet iedereen hierdoor afschrikken.

boven in beeld: Alia

Door rond te vragen in Alia zijn we bij een bed & breakfast uitgekomen die net anderhalve week open is. De eigenaars zijn een Italiaans stel dat veertig jaar in Duitsland heeft gewoond, dertig jaar een eigen restaurant had. Ze zijn teruggekeerd naar hun geboortedorp om op geërfde grond een groot huis te bouwen, met uitbreidingsplannen voor een restaurant. We zijn al vaker Sicilianen tegengekomen die ofwel vloeiend Duits spreken, ofwel vloeiend (Amerikaans-) Engels. Mensen die lange tijd in het buitenland hebben gewoond en die voldoende hebben verdiend om te kunnen terugkeren naar de eigen grond. De eigenaars van de B&B hebben hun zoons op bezoek, jongens die in Duitsland zijn geboren en opgegroeid maar die, wanneer Charlotte ze vraagt of ze bij de finale van de Champions League een paar dagen geleden voor Bayern München waren of voor Inter Milaan geen seconde aarzelen: Inter natuurlijk.

‘s Ochtends aan een ontbijt dat rijker is dan we tot nu toe in Italië hebben meegemaakt (gevolg van de voor de hand liggende aandacht van de eigenaar voor de Duitse markt, waarvan ook de Duitse koffie getuigt) denken we na over wat we gaan doen. We voelen ons goed hier en er wordt goed voor ons gezorgd. Palermo is gemakkelijk per trein te bereiken, wordt gezegd. Een dag blijven dan maar, en met de trein Palermo bezoeken? Allez.

We zijn in Palermo geweest, een paar uur. Best een aardige stad, ja. Vol leven en zo, en toch waren we blij weer terug in Alia te zijn. Waar we ‘s morgens een espresso hadden gedronken voor twintig cent en onze treinkaartjes hadden gekocht in een bar waar een hele schoolklas die net het plaatselijke museum had bezocht naar de wc ging omdat er in het museum geen was. Waarop de eigenares van de bar een paar typische en zeer expressieve gebaren maakte naar de voor het museum verantwoordelijke burgemeester en zei: het is hier geen museum, bouw toch eens een toilet! Waar de eigenaar van een levensmiddelenwinkel de tijd neemt om ons de heel plaatselijke (want uit Alia afkomstige) pecorino te laten proeven. Pecorino kenden we vooral als alternatief voor Parmezaan, maar op Sardinië en Sicilië hebben we begrepen dat de nogal generieke naam (pecorino = ‘van schaap’) ook zachtere kazen kan omvatten. Na de pecorino uit Alia krijgen we stukken cacio cavallo aangereikt uit een dorp verderop, kaas van koeienmelk die op een andere manier wordt bereid en een stuk zouter is. En vragen over onze reis, onze plannen. Goede wensen voor het verdere verloop.

Ik hou van dit land, dit binnenland, deze binnenlanders.

we krijgen van die zonsondergangen te zien...

Halverwege de klim stoppen we om van het uitzicht te genieten en even op adem te komen. Zodrade geluiden die we zelf produceren ophouden blijft alleen nog het gekwetter van vogels over.

Het uitzicht is de moeite waard, maar nog meer indruk maakt de stilte.

Herinneringen. Leigh Creek, Zuid-Australië. Een paar weken werkte ik er als afwashulp in de

kantine van het mijnbouwbedrijf dat het dorp had gebouwd. Woestijn, veertig graden of meer

die op me neerdaalden zodra ik van het werk terugliep naar mijn huisje. Niemand op straat, en

het enige geluid dat te horen was kwam van mijn eigen voetstappen die een absurde dimensie

aan het dorp in de woestijn gaven. De enige voetstappen die ik me tot op de dag van vandaag

kan herinneren.

We hadden langs de kust kunnen rijden maar dan waren we al snel Palermo tegengekomen

(levensgevaarlijk op de fiets, zegt iedereen) en het binnenland bevalt ons. Het is rustig,

weids, gevarieerd, mooi.

Er zit wel beduidend meer reliëf in het binnenland. Tegen de tijd dat we langs Prizzi rijden

weten we dat we op ongeveer 900 meter boven zeeniveau moeten zitten. En daarna blijft het

land omhoog en omlaag gaan. Geeft niet. Het is natuurlijk nog steeds werken om boven te

komen, maar we zijn er meer aan gewend geraakt dan ik voor mogelijk had gehouden. Dacht ik in

het begin nog bewust ‘je moet het stijgen en dalen accepteren als iets dat er gewoon bij

hoort’, nu denken we er nauwelijks nog over na. Geen ‘o jee’ als we de weg vóór ons omhoog

zien gaan, geen ‘jammer nou’ als we naar beneden rijden en de gewonnen hoogte weer prijs

moeten geven. Gewoon terugschakelen als dat nodig is en door blijven gaan, en genieten van

wind in de haren wanneer trappen niet nodig is.

De dorpen en steden waar we langs komen zijn vaak bovenop een heuvel gebouwd, of anders op

een helling vlak onder een steiler deel. Het is wel te verklaren. In de duizenden jaren lange

geschiedenis van het eiland zijn er regelmatig buitenlanders langsgekomen die er zich meteen

thuis voelden en besloten te blijven. Onroerend goedtransacties werden in de regel niet

alleen bemoeilijkt door taalproblemen, maar vooral door de onwil van de bewoners om hun

huizen te verlaten. Om zich te weren tegen vijandige overnames werden dus hele dorpen op

hoger gelegen terrein gebouwd. Dit had meerdere voordelen. Het ontmoedigend effect van

kokende olie, projectielen en zware voorwerpen op de buitenlanders was groter wanneer dit

alles van boven kwam. Naar de belagers geslingerde beschimpingen hadden een grotere

reikwijdte. Scheldwoorden kwamen harder aan. Al liet zich, zo leert de geschiedenis, niet

iedereen hierdoor afschrikken.

Door rond te vragen in Alia zijn we bij een bed & breakfast uitgekomen die net anderhalve

week open is. De eigenaars zijn een Italiaans stel dat veertig jaar in Duitsland heeft

gewoond, dertig jaar een eigen restaurant had. Ze zijn teruggekeerd naar hun geboortedorp om

op geërfde grond een groot huis te bouwen, met uitbreidingsplannen voor een restaurant. We

zijn al vaker Sicilianen tegengekomen die ofwel vloeiend Duits spreken, ofwel vloeiend

(Amerikaans-) Engels. Mensen die lange tijd in het buitenland hebben gewoond en die voldoende

hebben verdiend om te kunnen terugkeren naar de eigen grond. De eigenaars van de B&B hebben

hun zoons op bezoek, jongens die in Duitsland zijn geboren en opgegroeid maar die, wanneer

Charlotte ze vraagt of ze bij de finale van de Champions League een paar dagen geleden voor

Bayern München waren of voor Inter Milaan geen seconde aarzelen: Inter natuurlijk.

‘s Ochtends aan een ontbijt dat rijker is dan we tot nu toe in Italië hebben meegemaakt

(gevolg van de aandacht van de eigenaar op de Duitse markt, waarvan ook de Duitse koffie

getuigt) denken we na over wat we gaan doen. We voelen ons goed hier en er wordt goed voor

ons gezorgd. Palermo is gemakkelijk per trein te bereiken, wordt gezegd. Een dag blijven dan

maar, en met de trein Palermo bezoeken? Allez.

We zijn in Palermo geweest, een paar uur. Best een aardige stad, ja. Vol leven en zo, en toch

waren we blij weer terug in Alia te zijn. Waar we ‘s morgens een espresso hadden gedronken

voor twintig cent en onze treinkaartjes hadden gekocht in een bar waar een hele schoolklas

die net het plaatselijke museum had bezocht naar de wc ging omdat er in het museum geen was.

Waarop de eigenares van de bar een paar typische en zeer expressieve gebaren maakte naar de

voor het museum verantwoordelijke burgemeester en zei: het is hier geen museum, bouw toch

eens een toilet! Waar de eigenaar van een levensmiddelenwinkel de tijd nam om ons de heel

plaatselijke (want uit Alia afkomstige) pecorino te laten proeven. Pecorino kenden we vooral

als alternatief voor Parmezaan, maar op Sardinië en Sicilië hebben we begrepen dat de nogal

generieke naam (pecorino = ‘van schaap’) ook zachtere kazen kan omvatten. Na de pecorino uit

Alia kregen we stukken cacio cavallo aangereikt uit een dorp verderop, kaas van koeienmelk

die op een andere manier wordt bereid en een stuk zouter is. En vragen over onze reis, onze

plannen. Goede wensen voor het verdere verloop.

Ik hou van dit land, dit binnenland, deze binnenlandmensen.