Griekenland…

O nee, eerst dit nog – het lijkt al weer zo lang geleden…: met de trein dus van Villa San Giovanni naar Bari, beetje puzzelen met treinen waar de fiets in mee mocht, een dag lang naar buiten kijken (Charlotte: ‘het gaat tien keer zo snel als fietsen, en het is tien keer zo saai’), en ten slotte een B&B in de oude binnenstad van Bari. Een binnenstad waar het leven buiten op straat plaatsvond, voor huizen die open stonden, waar iedereen elkaar kende en waar de stegen gevuld werden met uitroepen in een dialect waar we helemaal niets van verstonden. Het opvallende daarbij was dat dit alles plaatsvond alsof we er helemaal niet waren. Wij zaten erbij als toeschouwers die zelf niet werden opgemerkt. Geen toevallige blik ging onze kant op, geen van de onverstaanbare uitroepen was aan ons gericht. Wij waren naar Bari gekomen om Italië te verlaten, maar Italië was ons vóór geweest en had al afscheid genomen van ons. We waren er al niet meer.

Het meisje dat de enige B&B van de binnenstad beheerde had het over haar dochter van vier. Zonder de vraag af te wachten lichtte ze toe dat ze zelf tweeëntwintig was, haar moeder negenendertig, haar grootmoeder eenenzestig. ‘Wij houden ervan jong kinderen te krijgen’, zei ze, ‘waarom zouden we wachten?’. Ik vroeg haar of al haar familieleden ‘hier’ woonden. Nee, zei ze, de meeste wel, maar er zijn er ook die in andere delen van de stad wonen…

Maarre, Griekenland.

het treintje naar Kalavrita

Patra(s) zou een oninteressante stad zijn, was ons gezegd, maar een rondje door het centrum bracht ons door straten die vooral heel gemoedelijk aandeden en een beetje deden denken aan sommige delen van Toronto of Melbourne. Bomen in de straten, wat rommelige winkels, terrasjes, zomers geklede mensen. Het drong wat langzaam door dat Toronto en Melbourne hele wijken hebben waar Griekse immigranten wonen, die kennelijk hun stempel op de omgeving gedrukt hadden.

En verder was het natuurlijk wennen dat alles om ons heen in het Grieks geschreven stond, wat het snel lezen bij het langsfietsen wat bemoeilijkt. Het Griekse onderwijs dat ik vijf jaar lang op school had gevolgd had me geleerd dingen te vertalen als ‘de rozevingerige dageraad’ of ‘zo wuifde de vederbos op de helm van Achilles’ en had enkele millennia geleden ongetwijfeld tot interessante gesprekken kunnen leiden, maar bleek in het hedendaagse Griekenland onbruikbaar voor het bestellen van een kop koffie. Hier moest nodig iets aan gedaan worden.

het treintje naar Kalavrita

Intussen reden we onze eerste kilometers op Griekse bodem. Een Zwitserse fietser die vanuit Athene was gekomen vertelde ons dat de kustweg door de noordelijke Peloponnesos een stuk rustiger was dan wij hadden gevreesd, zodat we besloten de bergen nog even de bergen te laten en onszelf te verwennen met wat fietswerk over vlak land. Het zou nog wel vaker gebeuren dat onze beslissingen werden beïnvloed door wat iemand onderweg tegen ons zei. Op een camping waar we ‘s morgens op het punt stonden om te vertrekken besloten we een dag langer te blijven omdat in de buurt een kloof was waar een tandradtrein doorheen klom naar het plaatsje Kalavrita. ‘Ik wil me niet met jullie reis bemoeien, maar dat mag je eigenlijk niet missen! En wat wel leuk is, daar zijn in de tweede wereldoorlog 1600 mannen doodgeschoten, en de kerkklok staat nog steeds stil op de tijd waarop dat toen begon’. ‘Leuk’, zeiden we tegelijk. Dat was natuurlijk niet zo bedoeld geweest. Maar het was Charlotte’s verjaardag en een reisje met een tandradbaan was een mooie manier om de dag te besteden. De kloof was inderdaad nogal erg fraai.

We kwamen nog een Brits stel tegen die met hun drie kinderen in een camper door Europa aan het reizen zijn. Turkije stond ook op het programma, maar ze waren net op een natte weg aan het slippen gegaan, hadden daarbij net niet een tegenligger geraakt maar waren tot stilstand gekomen in een gat aan de kant van de weg en hadden schade opgelopen aan de wielophanging.  We brachten een genoegelijke avond met ze door en wisselden ervaringen uit. Kevin: ‘In Spanje werd op de parkeerplaats van de supermarkt al mijn foto-apparatuur en Mac uit de camper gestolen. Weet je, het klinkt vreemd, maar eigenlijk ben ik opgelucht, want ik was de hele tijd bang dat dat zou gebeuren, en nou hoef ik niet meer bang te zijn…’. En ook: ‘We waren van plan de camper te verkopen als we weer thuis zijn. Maar… verkopen? We hebben zoveel meegemaakt, deze camper is een deel van ons geworden. Verkopen, nee, dat kan niet meer’.

Andere ontmoeting: met een Griekse politie-agent die door zijn eigen land aan het fietsten was. Voor het eerst een langere reis, op een fiets die hij had samengesteld uit onderdelen die per internet waren besteld. Ook al zijn kennis van het maken van fietsreizen kwam van het internet, hij had alle fora gelezen en wist over ieder onderwerp wat anderen ervan zeggen. Wel grappig. Hij kwam ons een kado brengen: een handvol elastiekjes, gemaakt in Japan. Wat toevallig heel goed uitkwam, want de elastiekjes waarmee we onze tentstokken opvouwden waren al snel gebroken of gewoon in de natuur verdwenen. ‘I know this from internet, this is the best’, en dat was ook zo.

het amfitheater van Epidavros

Een andere keuze die we maakten naar aanleiding van wat ons verteld werd: niet langs de kust tot aan Piraeus, van waar we een boot naar één van de eilanden wilden nemen (drukke weg, bah, en dan die hele grote stad door met de fiets? liever niet!) maar in plaats daarvan bij Korinthos afslaan naar Epidavros om een bezoek te brengen aan het beroemde amfitheater met de wonderbaarlijke akoestiek. Deze keuze zou ook om een andere reden indruk maken. Het werd onze eerste kennismaking met de combinatie warmte – steile hellingen. We dachten intussen wel los te zijn op bergachtige wegen, maar de zon die intussen sterker was geworden dan we gewend waren trok alle kracht uit onze benen en deed ons denken: komt dit nou omdat we geen pasta meer kunnen vinden voor de lunch, of…?

We waren er voldoende van onder de indruk om te besluiten voortaan niet meer langzaam wakker te worden, wat aan te rommelen, koffie te drinken, rustig te ontbijten, en dan om tien uur eens op de fiets te stappen. Nee, dat moest anders.

sprekend vanaf de stip komt het geluid van alle kanten bij je terug

We brachten een volle dag door met rondhangen in en om het alleraardigste plaatsje (oud) Epidavros om weer krachten op te doen en huurden aan het eind van de dag een scooter voor een bezoek aan het theater, dat zeventien kilometer landinwaarts lag, de bergen in. De volgende ochtend ging de wekker om half zeven.

In de naar verhouding koele ochtend reden we verder naar het zuiden naar Poros, kochten daar kaartjes voor een veerboot naar Piraeus, vonden daar nieuwe kaartjes voor een boot ervandaan. Zo van: wat gaat er vandaag nog vanuit Piraeus naar de eilanden toe? Half zes naar Paros? Oké, doe dat maar. Geslaagde operatie. Athene vermeden, Piraeus net lang genoeg gezien om, bij de aanblik van zwerfkinderen en drugsverslaafden, bevestigd te weten dat je daar niet te lang moet rondhangen, en op weg naar een reeks eilanden waar niet voor niets legioenen op vakantie gaan. Om een uur of tien ‘s avonds reden we op Paros een camping binnen die gewoon nog open was, een half uur later zaten we aan een koel glas van een zwoele avond te genieten. Joehoe.