Dit is niet een plaats om te gaan nadenken over dingen die niet tot het hier en nu behoren.

Dit: strakblauwe lucht, strakblauwe zee, spierwitte huizen. De aardtonen van het door de zon verzengde land lijken vooral te bestaan om de blauwen en witten een ondergrond te geven en bij elkaar te houden; de felle tinten van bougainville, oleander en hibiscus zijn de accenten die de dominantie van het blauw-wit alleen maar bevestigen.

Dit, ook: rijen smaakvol ingerichte bars met uitzicht op zee, in kleine steegjes verstopte café’s waaruit zachte jazztonen opklinken, lome dagen, zwoele avonden.

En toch.

Via het internet komen berichten binnen. De Karakoram Highway, die China verbindt met Pakistan, is sinds januari onbegaanbaar doordat een massale aardverschuiving een dam en een nieuw meer heeft gevormd; het meer ligt deels over de weg heen en is intussen zo vol met water dat het al is gaan overstromen. Mocht het haalbaar zijn geweest die weg te berijden voor het invallen van de winter, dan is dat nu in ieder geval niet meer zo. En in Kyrgizië lijkt een spiraal van geweld te zijn begonnen die regelrecht naar een burgeroorlog toe kan leiden. Of een visum voor Turkmenistan verkregen kon worden was toch al een vraag. Wat blijft er over? Toch via Oezbekistan en Tadjikistan en dan vliegen? Hm, lijkt weinig zinvol. Een route via Iran naar Pakistan? Neeeeee…. Daarvoor is een langer verblijf in Iran nodig dan met visa en verlengingen mogelijk is, en ik heb er eigenlijk helemaal geen zin in. Doorgaan en kijken waar het schip strandt?

Naousa, een poppendorp in het noorden van Paros

Zo ging het dertig jaar geleden: kijken waar het schip strandt. Ik was bij de Utrechtse brug in Amsterdam gaan staan met mijn duim omhoog. Doel: Australië, middelen en route: onbekend. Het internet moest nog uitgevonden worden. Een lift in Belgrado van een Syriër die nog wel iemand kon gebruiken om een in Duitsland gekochte auto voor hem naar Damascus te rijden betekende een flinke duw in de goede richting, maar daarna kwam de vraag: hoe nu verder? De Iraakse ambassade in Damascus was leeg (de Irak-Iran oorlog was het jaar daarvoor begonnen), mijn paspoort werd er even zonder veel interesse bekeken, toen kwam het vonnis: een visum voor Irak moet je in Thailand halen. Verbijstering. Thailand??? Nog een keer naar mijn paspoort kijken – waar kom je vandaan dan? Oh, Nederland? Visum aanvragen in Nederland. Einde bezoek aan de Iraakse ambassade. Niet veel meer geluk in de ambassade van Saoedi-Arabië. Mijn paspoort werd aangenomen; de volgende dag, na twee uur in de brandende zon te hebben gewacht totdat alle aanvragers hun visum uitgedeeld hadden gekregen voor de hadj (wist ik veel), bleef mijn paspoort over. Zonder visum.

Volgende poging. Nadat me de toegang tot de haven van Aqaba in Jordanië door de bediener van de slagboom was ontzegd glipte ik toch naar binnen om te proberen op een vrachtschip mee naar India of Pakistan te komen. Resultaat: niets gevonden en bij het naar buiten lopen opgepakt en een paar uur vastgehouden door mensen die eigenlijk ook niet wisten wat ze met me aan moesten. Ondervragingen door steeds nieuwe mensen in uniforms met steeds meer strepen, waarvan de laatste zelfs wat Engels sprak, en ten slotte een schouderophalen: laat maar gaan.

De oplossing, zij het niet zoals ik me die had voorgesteld, bestond (na een tocht door de net geopende westelijke Jordaanoever naar Israël en verder over de net geopende grens met Egypte, na een dodemansrit per gedeelde taxi door de Sinaï, maar dat is een ander verhaal) uit een vliegticket van Cairo naar Bombay. Even leek het nog fout te gaan. Het reisbureau in Cairo dat me mijn ticket verkocht moest een bewijs hebben dat de voor de betaling vereiste Egyptische ponden op legale wijze waren gewisseld. Toen ik met het net gewisselde geld en het wisselbewijs aankwam zeiden ze: nee nee, het moet exact het bedrag van het ticket zijn. Egyptische ponden konden niet terug gewisseld worden, dus het was zaak niet meer te wisselen dan absoluut noodzakelijk. Nog eens gaan wisselen was echt uitgesloten. Er was wat overredingskracht voor nodig, maar uiteindelijk had ik een ticket en daarmee een uitweg uit het Midden-Oosten. Het was een hele opluchting.

Wat gaan we dus nu doen? Doorgaan naar Turkije, dat zeker. Georgië, ook graag. Azerbaidjan? Wordt al minder zeker. Turkmenistan, Oezbekistan, Tadjikistan, Kyrgizië, het moeten vreselijk mooie landen zijn, maar de hindernissen stapelen zich op, en om nou opnieuw te gaan kijken tot waar het goed gaat… Met alles wat we nu via het internet van te voren te weten kunnen komen en met dertig levensjaren erbij sinds de vorige keer tekent het antwoord op die vraag zich al aan de horizon af. Alleen: wat dan?

Terug naar nu, naar dit. Terug naar blauw en wit, en loom en zwoel. Nee, dit is geen plaats om je zorgen te maken. Moeten we dus ook maar niet doen.

Het is een goed leven op de Griekse eilanden. Misschien… misschien gaan we hier wel helemaal nooit meer weg.