Op weg naar Eğirdir

De fietser die Eğirdir binnenrijdt wachten verschillende verrassingen. Eerst zijn er de boomgaarden in de omgeving die, zwaar van het fruit, verklaren dat er zoveel kersen en abrikozen verkocht worden langs de weg.

Charlotte vindt dat ik te weinig foto's van mezelf plaats. Vind ik niet: ik ben degene die de pen vasthoudt, en de camera. Maar om haar argumenten kracht bij te zetten heeft ze meteen maar foto's van mij genomen. Deze vind ik wel stoer...

Dan is er de militaire basis die zich aan de rand van de stad bevindt, boven het oude centrum, boven het schiereiland dat uitsteekt in het helderblauwe meer, maar onder de berg die uitnodigt tot beklimmen en waar je maar beter niet het verkeerde pad kunt kiezen, en onder de weg waarover je vanaf een pas in de bergen afdaalt naar de stad.

We stopten op die weg om het onder ons geboden schouwspel te bekijken van sportende soldaten, op wacht staande wachten en algemene militaire bedrijvigheid. Er weerklonken fluitjes, en we keken om te zien welke groep hardlopende, in witte t-shirts geklede soldaten iets anders moest doen dan ze aan het doen waren. Was niet meteen duidelijk. Het aantal fluitjes waarop werd geblazen werd groter. We zagen wachtposten zwaaien, kennelijk naar ons. Charlotte zwaaide terug. En toen opeens drong het door. Wegwezen, snel, nu, deze mannen staan met geweren in de aanslag naar ons te kijken, ze zwaaien niet omdat ze het zo leuk vinden dat we naar hun stad zijn komen fietsen, deze mannen zijn… erg nerveus.

Zelfs wat lager, waar we aankwamen bij een splitsing in de weg en even bleven staan om te kijken waar we heen moesten, werd meteen gefloten en gezwaaid. Doorfietsen. Nu.

Ze zijn nerveus omdat ze het doelwit zijn van mensen die denken dat dode regeringssoldaten een stap op weg zijn naar een eigen staat.

Wie die kleine inburgeringscursus met succes heeft doorstaan wacht een stadje waar je – opnieuw – gemakkelijk heel lang door kunt brengen. Het meer waar het aan ligt is zo blauw als de Middellandse Zee, maar de drukte die bij elke mooie plek aan de Middellandse Zee hoort ontbreekt. Uitstapjes in de omgeving zijn mogelijk, maar wie rust zoekt komt ruimschoots aan zijn trekken.

We brachen er een rustdag door en zagen Nederland winnen van Brazilië.

Turks ontbijt

Gesterkt vervolgden we onze reis. In een Guide du Routard van 2004 die iemand in een pension in Pamukkale had laten liggen had ik gelezen: van Eğirdir naar Konya kun je beter niet langs de hoofdweg gaan; er is een nieuwe weg van Aksu naar Beyşehir die zowel korter als mooier is. Er stond niet bij hoeveel er geklommen moest worden en we hadden geen kaarten met hoogtelijnen, en een nieuwe weg dwars door gebied waar tot dan de wegen omheen gegaan waren liet vermoeden dat het niet makkelijk zou worden, maar het idee van een mooie route sprak wel aan.

Ontbijten waar je voorbijgangers kunt aanspreken en uitnodigen

We waren nog maar nauwelijks uit Eğirdir weg, of we kwamen langs een huis waar voor de deur een ontbijt genuttigd werd. De heer des huizes bedacht zich geen moment en nodigde de buitenlanders die zomaar voorbij kwamen fietsen uit om mee te komen eten. We gaven er graag gehoor aan en werden ontvangen alsof we al jaren kind aan huis waren. De moeder van de gastheer werd even naar voren gehaald voor de groepsfoto, maar ging daarna op het balkon achter het huis weer verder met het geduldige werkje waar ze mee bezig was: ze ontdeed takjes munt van hun blaadjes en deed die in een grote schaal waaraan te zien was dat ze al een poosje bezig was. We vroegen wat voor boom er in de tuin stond en kregen de vruchten te zien: walnoten. En voordat we weer op de fiets stapten kregen we nog een grote zak kersen mee en wat appeltjes.

Munt sorteren: geduldig werk

De route bleek bijzonder de moeite waard. Tot aan Aksu ging het langzaam omhoog door dalen waar wat dorpjes lagen en wat verspreide akkers, daarna verdwenen bijna alle sporen van menselijke aanwezigheid. De weg, die hier en daar net geteerd was, op andere plaatsen onverhard en verder bestond uit het standaard wegdek van teer met steentjes, bracht ons een dal dat werd gevormd door hogere bergen waar nog wat resten sneeuw op te zien waren. Net toen we dachten dat het allemaal wel meeviel met het klimwerk dat we verwacht hadden zagen we dat we toereden op het eind van het dal en dat dat daleinde van het type was dat in Frankrijk een cirque genoemd wordt maar waarvan ik het Nederlandse woord niet ken: de bergen sloten op elkaar aan in een hoefijzervormige wand die weliswaar duidelijk onder de toppen lag maar waar geen laaggelegen doorgang te zien was.

Heet...

De weg begon serieus te stijgen. De hitte begon zich serieus te laten voelen. Naarmate het warmer werd leken de hellingen steiler, en naarmate de weg steiler werd leek het warmer te worden. We probeerden in te schatten waar we bovenaan zouden komen. De weg klom door een bos van zwarte dennen en we zagen dat de pas ongeveer bij de boomgrens zou zijn, of was het toeval dat er hogerop geen bomen meer stonden?

Vergezicht op weg naar boven

Och, uiteindelijk stond boven de pashoogte op een bord en was het niet zoveel als we gedacht hadden: 1810 meter. Maar toch weer een stuk hoger dan we tot nu toe geweest waren.

Bijna bij de pas. Zoek Charlotte!

Tijdens de stevige daling die volgde kwam er een verandering in het geluid van mijn voorrem. Ik stopte om te kijken waar dat aan lag en voelde dat de velg loeiheet was. Nog terwijl ik me afvroeg of dat kwaad kon kwam er een nieuw geluid bij: dat van een band die hard leegloopt. Tja…

In één van de twee plakkers zat een bobbel. Ik drukte die weg maar kon verder niets ontdekken. Het moest een groot gat geweest zijn, aan het geluid te horen, maar het was niet te vinden. Wat was hier gebeurd?

Er begon iets te dagen. De plakker met de bobbel zat op een ongebruikelijke plaats: niet aan de kant van het loopvlak van de band, maar aan de kant van de velg. Kennelijk was door de hitte van de velg de solutie vloeibaar geworden en had de lucht daardoor een weg naar buiten kunnen zoeken. Tijdens de rest van de daling gebruikte ik hoofdzakelijk de achterrem, maar het is duidelijk dat hier iets aan gedaan moet worden. Misschien is in Konya een winkel te vinden waar een nieuwe binnenband gekocht kan worden.

Onverharde wegen hebben nadelen...

We reden Yenişarbademli na zessen binnen, we hadden genoeg gefietst. Of er een hotel was leek een eenvoudige vraag, maar de antwoorden erop waren onduidelijk. Nadat een café-houder voor ons wat heen en weer gebeld had en thee had neergezet (die niet betaald mocht worden) kwam er iemand die ons naar een hotel in aanbouw bracht. Tussen nog niet geïnstalleerde waterleidingsbuizen en allerlei bouwstof door werden we naar een kamer gebracht waar al bedden stonden, ergens werden lakens vandaan gehaald en… we hadden een slaapplaats. Vanaf de nog niet afgebouwde trap konden we via nog niet bestaande deuren een nog niet afgemaakte receptiezaal inkijken, waar die avond al wel een bruiloft gevierd werd. Er waren die avond drie bruiloften in het dorp, en we werden zelfs uitgenodigd om er bij te zijn, maar na een dag hard fietsen en klimmen in de zon en zo… zat het er niet meer in. We vielen moeiteloos in slaap bij de nu eens weemoedige, dan weer blijde tonen van Turkse muziek die waarschijnlijk nog de nacht gevuld hebben. Het was één van de zwaarste dagen tot nog toe geweest. En zonder twijfel één van de mooiste.

Van Yenişarbademli naar Beyşehir, de volgende dag: nog een mooi en heet traject, deels langs het Beyşehirmeer dat er zo turquoise bij ligt dat je je ogen niet gelooft. Over dit meer wordt gezegd dat er dertig jaar geleden snoekbaarzen zijn uitgezet. Weet niet waarom. Onlangs bleek bij onderzoek dat de helft van de voorheen voorkomende vissoorten verdwenen zijn en dat de snoekbaarzen, wellicht bij gebrek aan voedsel, ook elkaar opeten. Tja.