Na een paar weken lang erg goed te zijn ontvangen, opnieuw te hebben aangeknoopt met het verleden, te hebben mogen kennismaken met allerlei gedenkwaardigs, onszelf en onze rijwielen te hebben verzorgd, onze uitrusting te hebben aangevuld, en te hebben beseft dat het te kort was geweest om alle voornemens uit te voeren, kortom na een verkwikkend verblijf in de pleisterplaats die ons land is, brak voor mij de dag aan waarop de reis voortgezet kon worden. Voor mij, omdat Charlotte nog een paar weken in Nederland blijft en me later nareist. Voortgezet, ook al had dit eigenlijk meer van een vlucht naar voren dan een voortzetting: niet meer fietsen door Turkije en een weg zoeken door Centraal-Azië, maar in een vliegtuig stappen dat me in een halve dag van Düsseldorf naar Bangkok zou brengen.

Vanuit de trein keek ik naar de grijze hemel die het landschap zijn kleur ontnam terwijl ik probeerde de smaken van miang kham op de tong te proeven, waarvan wel gezegd wordt dat je er heel Thailand in kunt terugvinden. Maar dat was een beetje voorbarig: zover was het nog niet, en er zouden eerst nog wat gebeurtenisjes plaatsvinden die ooit bij de dingen van de dag hoorden maar die me nu een beetje overrompelden. Zoals een hond die onverwacht tegen je aan gaat staan blaffen je overrompelt. Confrontatietjes.

Bij de eerste overstap, net over de Duitse grens, kwam een Duitse passagier mij en twee andere Nederlanders die ook met hun fiets reisden geagiteerd vertellen dat we daar beslist problemen mee gingen krijgen. We konden niet zomaar onze fiets in de trein zetten, daarvoor was een reservering nodig! Alsof we die niet hadden… Het bleek dat de conducteur kort daarvoor tegen haar ‘Stress gebaut’ had omdat ze haar fiets op de plaats met het verkeerde nummer had gezet. Ze gaf alleen maar door wat ze had gekregen. Het was intussen zachtjes gaan regenen.

Op het vliegveld werd ik na een bescheiden lunch boos aangesproken door iemand die mijn fiets schijnbaar onbeheerd had zien staan. ‘Bagage moet altijd bij de man!’ Hij bond pas in toen ik zei dat ik er praktisch naast had zitten eten, met de fiets de hele tijd in het zicht. Was hem niet opgevallen. Nerveus volk.

De geüniformeerde eencellige die belast was met de veiligheidscontrole droeg me op ook mijn leesbril apart door de scanner te doen. Toen ik me liet ontglippen dat die van plastic was en ze ook nog een pakje papieren zakdoekjes ontwaarde dat mijn broekzak deed opbollen riep ze boos: maar ik kan toch niet in uw zakken kijken? Schon gut, schon gut, zei ik. Kennelijk had ik nu de aandacht gewekt van haar collega’s, die de tijd namen om hun hele arsenaal van onderzoeken op me uit te proberen. Derhalve weet ik nu dat mijn schoenen geen gevaarlijke substanties bevatten, dat er aan mijn fotoapparatuur geen sporen van explosieven kleven en dat opvouwbare inbussleutels niet voldoende bedreigend zijn om te worden ingenomen.

Vanuit de vertrekhal was te zien dat het regende op zo’n manier waarvan je weet dat het nog heel lang door kan gaan.

De vlucht duurde langer dan enige andere die ik me kon herinneren. Ik nam me voor nooit meer een nacht zittend in een stoel door te brengen. Alweer.

De Thaise douanier wees op mijn fiets en gebaarde dat die door de scanner moest. En barstte in lachen uit, was maar een grapje. Een fiets door de scanner! Bij de taxibalie buiten zeiden ze eerst, ook voor de grap: jij gaat toch lekker op je fiets naar de stad? en vonden toen een taxi die groot genoeg was voor me.

Ah… er zijn veel plaatsen die aanvoelen als thuis, al is er niet één die thuis is. Overal is er wel iets dat ik ga missen zodra ik het achterlaat, iets dat me doet trillen van verwachting wanneer ik het weer opzoek. Thailand is niet de hemel op aarde, maar het heeft wel heel veel te bieden waar je naar gaat verlangen zodra je het hebt achtergelaten. Loop maar eens op straat rond tussen de karren met etenswaar en laat je bedwelmen door de geuren die ervan opstijgen, probeer daar maar eens weerstand aan te bieden. Begeef je onder de mensen en merk op hoeveel ze leven, met hoe weinig. Zie dat een paar woorden Thais of een glimlach voldoende is om een moment van verbroedering te beleven. Natuurlijk, er gist van alles onder de oppervlakte, dat is de afgelopen tijd duidelijk geworden. Maar dat verhindert niet dat het leven doorgaat. Het is heerlijk hier weer te zijn.