De taxi die ons Bangkok uit zou gaan brengen verscheen stipt op het afgesproken tijdstip en zette ons, na een rit van een klein uur over wegen die we echt niet hadden willen fietsen, precies af waar we moesten zijn. Die kant op, wees de chauffeur, alvorens ons nog een paar keer geluk te wensen en afscheid te nemen alsof we net hele goede vrienden geworden waren. We stapten op en begonnen te fietsen.

Het was even wennen, wel tien minuten lang. En toen was het weer heerlijk op de fiets te zitten. De weg was nog rustiger dan we hadden gehoopt. Het was niet overdreven heet. De mangrove, vanwaaruit we werden nagekeken door tientallen makaken, maakte al snel plaats voor zoutpannen en geurige garnalenkwekerijen, en ten slotte alleen nog door zoutpannen. Hier en daar waren ‘view points’ ingericht met leuke verhaaltjes in het Thais en Engels. Zoals: ‘Voor de bedreigde trekvogelsoorten die hier vanuit Alaska langskomen is het van levensbelang dat we de mangrovemoerassen in stand houden.’ We keken om ons heen en zagen alleen zoutpannen. We vreesden voor het lot van de bedreigde trekvogelsoorten uit Alaska.

Vanuit de al sinds de vroege ochtend bewolkte hemel begon wat regen te vallen. Het deerde ons niet: regen bij 28 graden is wat anders dan regen vlak boven het vriespunt. ‘Fon tok, Fon tok’, riepen mensen ons lachend toe – het regent, het regent. ‘Fon tok’, riepen wij lachend terug. Maar de fon tokte niet lang, en onze kleding was al snel weer droog. Links en rechts lachende, zwaaiende, duimen opstekende mensen.

De lunch bestond uit rijst met gebakken ei, garnalen, inktvis en bai kaprauw, ergens langs de weg, waar geen Engels gesproken werd. Ken je die berichtjes die soms onder krantenartikelen op internet staan, zo van: 256 mensen vonden dit leuk (dat gaat dan b.v. over een vliegramp), klik hier als je dit ook leuk vindt? Nou, dat vind ik niet zo leuk. Maar rijst met ei en garnalen en inktvis en bai kaprauw eten waar geen Engels gesproken wordt – dat vind ik leuk.

De eerste nacht brachten we door in een ‘homestay’ waar we, gezien de verhalen in het gastenboek, de eerste niet-Thaise gasten waren. Kleine attenties: ze kwamen ons kokosnoten brengen, dekten de fietsen af en haalden onze schoenen voor de deur weg voordat die nat konden regenen. En lieten eten komen, zodat we de deur niet meer uit hoefden.

Het eerste strand dat je tegenkomt als je vanuit Bangkok richting Hua Hin rijdt, en dus de eerste strandplaats, heet Cha Am. Nooit van gehoord, en des te verraster bij het zien van de vele toeristen die er kennelijk wel van gehoord hebben. De tweede strandplaats, die zich over tientallen kilometers uitstrekt, is Hua Hin, en daar hebben we een rustig maar centraal plekje gevonden om te slapen. En internet. En koffie zo te zien, voor morgenochtend. Ja, het is weer een goed leven.