Het is een afwisselend en wonderbaarlijk land. De afgelopen dagen zijn we vooral vlak langs de kust gereden, waarbij de kaart, zoals we dat al in Europa gewend waren, vrijwel nutteloos was. We reden over wegen en door dorpen die er niet op stonden, maar zolang je de kust blijft volgen is navigeren eenvoudig, terwijl het feit dat de zon op het ogenblik boven de kreeftskeerkring staat ervoor zorgt dat het zuiden nog steeds makkelijk te bepalen is. Dat zou een half jaar later of eerder een stuk lastiger zijn…

Even rust op de boot

Goed, een enkele keer bleek dat we op een doodlopend spoor zaten, zodat we de gereden kilometers weer de andere kant op moesten overdoen, om alsnog een doorgaande weg te vinden. Maar dat was altijd nog beter dan de enige zekere noordzuidverbinding, de drukke hoofdweg, blijven volgen. Op die doodlopende weggetjes kwamen we nog een paar keer het Nederlandse stel uit het vorige stuk tegen, en uiteindelijk bleven we gewoon samen verder fietsen. Ze hadden hetzelfde tempo en hetzelfde daggemiddelde als wij, en ze waren prettig gezelschap, dus dat ging vanzelf.

Vrouwen sorteren inktvissen; de baas houdt een oogje in het zeil

Foto's nemen? Ja natuurlijk mag dat.

We reden langs rubber- en palmplantages, langs viskwekerijen, door uitgestrekte gebieden met verlaten stranden en geen verkeer, en door een enkel toeristisch dorp waar ook al niemand was. We konden ons aan het eind van een dag fietsen laten afkoelen in zee en dan gaan genieten van een uitgebreide maaltijd en ons daarbij de enigen wanen die in Thailand op bezoek waren. Ik weet niet of de dorpjes die we hebben gezien zijn ingesteld op Thaise of op Europese gasten, maar ze zijn er geen van allen, althans niet in deze verlaten streken. Het is een deel van het land waar de meesten niet komen of doorheen rijden op weg naar iets anders, maar het is een groot plezier hier doorheen te fietsen.

Van Chumphon uit gaan we oversteken naar de westkust, om daar verder af te zakken. We hebben voorlopig afscheid genomen van onze tijdelijke reisgenoten, die liever aan een strand bleven slapen dan in de stad, maar we gaan ze ongetwijfeld nog vaker tegenkomen, al was het maar in Penang, wanneer zij daar voorbij komen.

O trouwens, wat de titel van dit stuk betreft: zandvliegjes. Tja. Wat doe je eraan, hè.