Een van de twee hoofdwegen die naar de andere kant van Phayam leiden

Goed, dit is het voorlopig geworden: na Ranong luttele kilometers tot aan de pier van waar de boten naar het eiland Phayam vertrekken, fietsen mee op de boot, twee uur varen, eiland over fietsen naar de andere kant, alwaar een schitterend breed en lang strand op ons wachtte, enne, dat is het voor nu. Morgen is er meer: vertrek ‘s avonds op de dertigste met een boot naar eilanden in de Surin- en Similaneilandengroepen voor drie dagen duiken. Op het programma staat ondermeer een duik op oudejaarsavond, half twaalf het water in, om middernacht bellen blazen onder water en daarna terug naar de boot.

Phayam kenden we nog niet, al was Charlotte in contact geweest met iemand die het er de moeite waard gevonden had en die ons een resort had aanbevolen. Vooral het restaurant zou de moeite waard zijn en meer hoef je mij dan al niet meer te vertellen. Wel kwamen we nog op het strand een ‘collega-fietser’ tegen die in dat restaurant niet ging eten omdat ‘er een echte, professioneel geschoolde kok werkte’ en de prijzen er dus te hoog waren, maar het resort zelf zag er zo goed uit en de eigenaar begroette ons bij het zien van de fietsen zo hartelijk dat we besloten het te proberen.

Charlotte kijkt naar een neushoornvogel, ietwat bezorgd om de afmetingen van de uitwerpselen die grote vogels produceren

Nou, over het eten: tja, het is waar dat de gerechten waar chilipepers in thuishoren die chilipepers moeten ontberen en dus wat laf uitvallen. Toeristenvoer zoals we dat vaker meemaken, zij het met nog best wel smaak. Maar… een gerecht als pla muk thod kratiam prik thai (gebakken inktvis met knoflook en zwarte peper), waar so wie so geen chilipepers in voorkomen, riep bij ons allebei soortgelijke uitroepen van verrukking op.

Ik: goh, dit is wel heel erg goed, zeg!
Charlotte: zo, wat is dit fukking lekker!

We waren het eens. En we leunden achterover in onze Thaise zitjes, keken over het strand en de zee uit bij de ondergaande zon, nipten nog eens aan onze glazen en zagen dat het goed was.

De neushoornvogels die ons ‘s morgens wakker maken zitten de rest van de dag in de bomen boven ons spectaculair te wezen. Veel hoger cirkelen Bramaanse wouwen rond, moeilijk te missen met hun typische kleuren en imposant wanneer ze dichterbij komen. Om ons resort heen staan duizenden cashewbomen in bloei; over een tot twee maanden moeten ze vruchten dragen. En doordat het eiland een relatieve nieuwkomer is in het toeristisch circuit heersen er ondanks de vrijwel volle resorts een weldadige rust en een heerlijk ontspannen sfeer.

Volgende bericht dus nadat we hebben gedoken. We wensen jullie een goed uiteinde en een gelukkig nieuw jaar!

Op het strand van Aow Yai ('grote baai'), Koh Phayam