Op het meer van Khao Sok

Toen, luttele decennia geleden, in het natuurreservaat van Khao Sok een stuwdam werd aangelegd, ontstond daarmee een reusachtig stuwmeer met een bijzonder grillige kust, omzoomd door kalksteenformaties van het soort dat in de zuidelijker gelegen baai van Phangnga al wat langer bekendheid geniet. Een uitstapje op dat meer geldt, zegt men, als niet te missen onderdeel van een bezoek aan zuidelijk Thailand, en aangezien we in onze eerdere bezoeken aan zuidelijk Thailand aan Khao Sok voorbij waren gegaan konden we het ons deze keer niet ontzeggen.  

Op het meer van Khao Sok

Het was inderdaad de moeite waard. Nooit gedacht dat een stuwmeer zo mooi kon zijn! Behalve twee tochten met het langstaartschip hebben we met een kayak rondgevaren om zo wat meer te zien van de apen en ijsvogels (hm, wist niet dat dit de vertaling van ‘kingfisher’ is…) die zich gemakkelijk laten afschrikken door motorgeluid. De moeite waard. Wanneer in de buurt: doen.

Daarna weer op weg. Ergens op een stille weg hoorden we vanuit een huisje tussen de rubberbomen geluiden opkomen die ons nieuwsgierig maakten. We hadden al op veel plaatsen lappen latex zien drogen en begrepen dat die gemaakt werden van de latex die van iedere boom in bakjes wordt opgevangen, maar hoe dat ging… Nou zo dus: met een wringer. Het echtpaar dat ermee bezig was liet ons fotograferen en vragen stellen, en met de pupjes spelen, en zwaaide ons toen uit als bezoekers die te vroeg weggaan. Verbazend, iedere keer weer.

Latex lappen gaan door de wringer

 In Thap Put besloten we onderdak te gaan zoeken, omdat we al ruim meer dan ons dagelijks gemiddelde hadden gereden. Alleen: in Thap Put is er eigenlijk niks. Bij het ‘busstation’ stonden wat Europeanen lusteloos te wachten tot hun chauffeur klaar was met zijn pauze en ze in hun minibus konden stappen om door te gaan naar Phuket. En toen waren we de enige niet-Thais in het dorp. Door te vragen aan mensen die alleen Thais spraken en borden te volgen die alleen Thaise tekst hadden vonden we wat waarschijnlijk het enige motel in het dorp is, niet, zoals je zou verwachten, aan de drukke doorgaande weg, maar ergens achteraf, op een plaats waar je niets zou verwachten. Op de markt, waar ‘s avonds nog overal worsten werden gebraden, noedels gebakken en fruit en toetjes aangeboden, aten we wat, om vervolgens vroeg te gaan slapen. De volgende ochtend: khanom jeen, gekookte noedels met curry en een hele tafel vol schaaltjes met bladeren, eieren, worst, salades, taugé, gedroogde visjes en ananas, en zo begon de dag weer goed. Plaatsen waar veel buitenlanders komen hebben hun voordelen. Plaatsen waar ze niet komen hebben ze ook.

Ze wilden er allemaal op. Foto: Charlotte

In het land van Krabi

Door naar Krabi, en opnieuw een prachtige etappe over rustige wegen en door een prachtig landschap. Waar we stopten om de kaart te bestuderen die de dorpen waar we door reden meestal niet liet zien schoten meteen behulpzame Thais op ons af om de weg te wijzen. Zoals altijd moesten we daarbij uitkijken: bijna iedereen gaat ervan uit dat een snelweg, of tenminste een vierbaans hoofdweg, altijd de ‘beste’ weg is. En dan leggen we weer uit dat we rustige wegen zoeken.

 Terwijl ik met een paar Thais aan het overleggen was werd Charlotte waargenomen door de leerlingen van de nabijgelegen school en bestormd door kinderen die begonnen met ‘my name is’ en dan moesten afhaken. Maar die er niet minder enthousiast om waren. 

Toen de eerste brommers met Europeanen langs begonnen te komen wisten we dat we Krabi naderden. En daarmee weer de guesthouses, de koffie, de internetcafés, de mensen die Engels spreken. Het is een prima mengsel zo: even eruit, even terug. Dit fietsen door Thailand is een antwoord op vragen die al langer spelen: in de toeristische gebieden kom je weinig authentieks tegen, maar daarbuiten is weinig te beleven – dus wat moet je doen? Nou, allebei dus. Op de fiets.