Het idee leefde al een tijdje, maar de uitvoering kwam op karakteristiek spontane wijze tot stand:

‘Ik heb wel zin’, zei ik, met aangeleerde terughoudendheid, nadat ik bovendien gewacht had tot wel een half uur nadat Charlotte was wakker geworden, ‘om vandaag naar Kuala Lumpur te gaan.’ Ooit zou ik gezegd hebben: ‘Word eens wakker, we gaan naar Kuala Lumpur.’ Het leek me nu beter het hier maar even bij te laten en eerst wat anders te gaan doen. Laat het idee maar inzinken. Maar over een half uur wil ik eigenlijk wel weg.

Waarom Kuala Lumpur? Nou, over een week of twee ga ik voor twee maanden naar Japan, en om me een beetje voor te bereiden had ik wat Japanse leerboeken nodig, en die kon ik op Penang niet krijgen, dus vandaar, dus.

Kinokuniya in Kuala Lumpur is een snoepwinkel voor wie van boeken houdt. Na een mandje gevuld te hebben met Japanse boeken liep ik langs de afdeling filosofie, vond daar veel meer dan ik ooit zou kunnen lezen, koos er één boek uit en dacht: meer, volgende keer. En de afdeling ‘current affairs’: mondialisatie (noem het vooral geen globalisering of globalisatie), veranderende politieke en economische machtsverhoudingen, invloed van commercie op het dagelijks leven, intellectueel eigendom (een onderwerp dat de laatste tijd een paar keer voor mijn voeten terecht kwam, daarover later wellicht meer)… het is teveel allemaal. Eén boek, de rest: later. Litteratuur staat nu toch al op een laag pitje: later. Charlotte had ook een aantal boeken gevonden en we vertrokken met twee goedgevulde tassen vol leeswaar.

Dat was Kinokuniya. Wat intussen ook bij een bezoek aan Kuala Lumpur hoort (en de laatste keer was, bedachten we verbaasd, anderhalf jaar geleden) is een diner bij een restaurant dat gespecialiseerd is in gebakken koe. Want dat is iets waar iedere Nederlander aan gewend is, een flinke lap koeienvlees, rood van binnen, bruin van buiten, en af en toen hebben we dat dus gewoon nodig. Niet vaak. Af en toe.

De vorige keer werden we bediend door een Nigeriaanse. Zij zette bij het horen van Charlotte’s bestelling (sirloin, bleu) een ontzet gezicht op: weet je het zeker? Want, zo denken we, in Nigeria is vlees pas veilig om te eten als het helemaal, helemaal doodgebakken is, zeg na een uur of twee. Dat was toen.

Deze keer is er geen Nigeriaanse, maar een meisje met een sterk Indiaas accent, met de naam Hardeep. Geen hoofddoek, dus waarschijnlijk geen moslima. Maar wat doet een van oorsprong Indiase, als ze hindoe is, in een restaurant waar gebakken koe gegeten wordt? Afzetten tegen de ouders, tegen de traditie, bestaat zoiets? We hebben het haar niet durven vragen (ze was niet het soort serveerster dat uitnodigt tot conversatie), maar dit soort ontmoetingen stemt altijd tot nadenken. En dat is ook goed, want als vragen doorgaans gesteld worden om antwoorden te krijgen, dan is mijn antwoord daarop: stel liever vragen om nieuwe vragen op te roepen. Verwacht niet een antwoord, hoop liever op een nieuwe vraag.

Voor ons vertrek uit Kuala Lumpur lopen we, met de nonchalance van de doorgewinterde reiziger, naar Puduraya, dat sinds jaar en dag het grote busstation is en waar je op ieder moment van de dag kunt aankomen om een kaartje te kopen naar willekeurig welke bestemming in Maleisië en waar je binnen afzienbare tijd op weg bent, of waar je anders nog een goede, goedkope maaltijd nuttigt, nou, Puduraya dus, en… Puduraya is gesloten. Er wordt gebouwd, gerenoveerd, wat dan ook, bussen zijn er niet.

‘Ga naar Plaza Raya’, zegt ons een bewaakster. ‘Plaza Raya, ja, zou kunnen’, zegt ook een taxichauffeur die wacht op een bestelde rit en ons dus alleen informatie kan geven. Andere taxichauffeurs in de buurt weigeren de meter te gebruiken, ze vragen twee à drie keer het gangbare tarief. Krijg de klere. Een aangehouden taxichauffeur zegt doodleuk: ik kan je er wel heen brengen, maar je kunt net zo goed lopen, het is niet ver. Dus we gaan lopen. En dan blijkt dat lang niet iedereen van Plaza Raya gehoord heeft. ‘Plaza Raya? Ik weet het niet, ik geloof die kant op.’ ‘Plaza Raya? Je kunt beter de monorail nemen, die is vlakbij.’ Vraag tien keer de weg, en drie keer krijg je betrouwbare informatie, zo blijkt.

Alleen, Plaza Raya was zelf al een slecht idee. Wanneer we er uiteindelijk aankomen, na eindeloos heen en weer lopen, blijken er alleen bussen naar Singapore te vertrekken. Nee, zegt iemand, je moet bij Bukit Jalil zijn. O, natuurlijk. Een heel andere plek, waar heel andere bussen vandaan vertrekken.

De taxichauffeur die ons – netjes op de meter – naar Bukit Jalil brengt zegt nog: hou er rekening mee dat de volgende keer dat je naar Kuala Lumpur komt, er een heel nieuw busstation is, dat nu nog gebouwd wordt. Het is buiten de stad, want ze willen de bussen niet meer in de binnenstad hebben. Volgende keer, denk ik, gaan we maar vliegen.

Want vliegen, laten we wel wezen, is een stuk gemakkelijker. Kijk: bus van Penang naar KL: 35 ringgit, ongeveer negen euro. Vliegen, mits minimaal een paar dagen van te voren gereserveerd: 85, of 67 ringgit: 22 of 17 euro. Dan lul je toch niet meer. En vliegvelden worden niet zomaar verlegd naar plaatsen waar niemand ooit van gehoord heeft…

Naschrift: verder onderzoek wijst uit dat het nieuwe busstation, Bandar Tasik Selatan, intussen is geopend. Maar tot dusver is slechts een handvol maatschappijen er daadwerkelijk naartoe verhuisd, en is niet duidelijk of het hier behalve om bussen naar het zuiden, ook om bussen naar het noorden gaat. De verwarring is compleet.