Larry kwam op ons en onze fietsen af terwijl we over het strand van Koh Phayam reden, een opmerkelijke verschijning met als enige hoofdbeharing een meterlange gedreadlockte baard waar dingetjes en ringetjes in verweven zaten. Rustige, zelfverzekerde manier van spreken, snelle inschatting van onze fietsen, de vrouw aan zijn zijde kwam niet aan het woord maar hijzelf vertelde – in de eerste persoon enkelvoud – over zijn eigen reizen: acht jaar op de fiets, twee jaar op de tandem, vier jaar in een zeekayak. Of zoiets, de getallen zijn niet goed blijven hangen, de boodschap was duidelijk. Mijn leeftijd ongeveer, en heel wat meer reiservaring.

We zouden hem en de vriendin die hem op dit eiland was komen bezoeken de daarop volgende dagen nog vaker meemaken, ze kwamen ons af en toe opzoeken en bleven dan hangen voor een met gesprekken gevulde avond. Zijn manier van doen was even wennen; we begrepen hem wat beter toen hij meldde dat mensen hem hadden verteld dat hij autistisch was. Hijzelf kon daar niets over zeggen, anderen zeiden dat, dus daar zou wel wat van waar zijn. In de loop van onze gesprekken kwamen er steeds meer kanten aan het licht van deze bijzondere man. Hyperintelligent en van goede familie, als jongeling leek hem een gouden toekomst beschoren. Zijn kwantumfysicastudie aan de universiteit van Stanford werd afgerond met een Ph.D. waar, na de probleemloos verlopen eerdere jaren, verrassend veel tijd voor nodig was. Het boeide hem niet meer.

Op zijn negenentwintigste verliet hij de Verenigde Staten om te beginnen aan een fietstocht door Europa. Daarna werkte hij drie jaar in Japan, de enige jaren dat hij gewerkt heeft, lang genoeg om wat geld opzij te zetten dat hem in staat zou stellen op (hele) bescheiden wijze te rentenieren. En nu kon het reizen echt beginnen.

Het werden boeiende avonden, vol gespreksonderwerpen die hij als proefballonnetjes op ons losliet en waar hij altijd een opmerkelijk standpunt over innam. En altijd op een rustige, weloverwogen manier, soms de tijd nemend een zijweg in te slaan en over iets anders te beginnen om dan met een flinke omweg terug te komen waar we waren gebleven, met een argument dat intussen voldoende was ontwikkeld om te kunnen worden gebruikt.

Er waren ook raakpunten. Hij vroeg hoe lang we onze fietstocht door Europa hadden voorbereid, en was zichtbaar blij met het antwoord: nou, eh, niet eigenlijk, we kochten wat spullen waar we op moesten wachten, maar voorbereid, nee… We hebben ook constant tijdens het fietsen onze plannen aangepast en omgegooid.

Wanneer ze langskwamen had hij steevast wat vis en schelpdieren bij zich, de eerste die dag geschoten met een harpoengeweer, de tweede opgedoken en uit het zand gegraven. Dat ging dan de keuken van ons resort in en kwam, voorbeeldig bereid, kort daarna op tafel.

Waarom begin ik daar nu over, nu we alweer terug zijn in Penang? Bij ons vertrek van het eiland overhandigde hij me een zelf uitgebracht boek, nummer 56 van in totaal 64 exemplaren, met dedicatie, en… ik ben er nu in aan het lezen, en vind zoveel resonantie dat ik er beslist over wil praten. Dit is het boek van een man die het leven heeft geleefd waar ik ooit naar gehongerd heb, wiens tocht door de wereld ook een spirituele is geweest, die de inzichten waartoe hij al reizend kwam in praktijk heeft gebracht, eenvoud en harmonie vond, en die daarover schrijft in een taal die spreekt.

Het boek heeft de vorm gekregen van een bundel gedichten die door zeekayaker w.w.Lenzo (Larry’s alter-ego)  zijn geschreven tijdens zijn reizen en die op een strand worden gevonden en later van commentaar voorzien en uitgegeven door Dr. Larry Whitlow. De gedichten van Lenzo variëren nogal in stijl, taalgebruik en onderwerp, maar de commentaren van Dr. Larry Whitlow (zijn werkelijke naam) en passages uit Lenzo’s dagboek geven context en laten de ontwikkeling zien die de jonge Lenzo in de loop der jaren doormaakt. Net als in Nachtzug nach Lissabon van Pascal Mercier moet de schrijver koorddansen wanneer hij de ene hoofdpersoon van het verhaal de loftrompet laat steken over wat de andere hoofdpersoon geschreven heeft, waarmee de schrijver in feite zichzelf de hemel in prijst. In beide gevallen zij het hem vergeven, want het resultaat is meer dan de moeite waard.

In het begin van zijn reizen gaat het nog om afstanden en interactie met wind, regen en zon. Hij heeft nog heel wat te leren, zeult nog veel te veel ballast mee:
“After months of cycling, I collapsed on a beach, exhausted, finally come to the conclusion that I was still, somehow, overpacked. Determined to lighten my load, I emptied everything out of my panniers onto the sand. And there, incredibly, was a 5kg rock. Engraved on it were the words ‘My Father’s Self-Respect.‘ And another, ‘My Mother’s Happiness.‘ Had I been carrying these my whole life? Slowly and sadly, I came to realize that my backpack was loaded with rocks…”

Dit vindt een echo in twee regels die ik dertig jaar geleden op een stuk papier krabbelde, de beginregels van een gedicht dat nooit meer is geworden dan dat, een begin:

Ergens, onderweg
Liet ik mijn bagage achter

***

Gaandeweg ontdoet Lenzo zich van zijn lasten, werpt ze van zich af: de verwachtingen van anderen, de eigen ambitie. En hij gaat op zoek naar een eigen taal, een taal zonder waarden, oordelen en verwachtingen: One spring evening, walking home through the ricefields of Ibaraki-ken, he awakens to the fact that it is the act of living that communicates most honestly. At long last he has found a language worth speaking – a grammar of pure verb.

Hij denkt na over begrippen als hebben en zijn, komt tot de conclusie dat hebben een illusie is, zijn daarentegen alles is: What can it mean to have an identity? Simply be! En hij leert zich open te stellen voor wat men doorgaans probeert te bestrijden: slecht weer, tegenslag, onzekerheid. Hij leeft van dag tot dag, heeft lief, gaat speervissen om te eten, ademt met de getijden.

En dan komt de tsunami. Larry heeft er daadwerkelijk mee te maken gehad, is er bijna in verdronken en was er kapot van. Hij laat Lenzo in zijn plaats opnieuw tijdens het speervissen overrompeld worden, en Dr. Whitlow vlak daarna Lenzo’s dagboek vinden. De in eerdere gedichten beschreven, ademende, leven brengende zee heeft zich tegen de dichter gekeerd, en de ontreddering is groot:

As the Ocean breathes
– She kills –

Reclaims our time, our water
our dreams and beloveds.

These things
we thought we had.

These things
we merely were.

Het boek is geïllustreerd met kunstwerkjes die niet toepasselijker gekozen hadden kunnen zijn: het zijn foto’s van de patronen die kleine krabbetjes bij eb achterlaten in het natte zand. Bij de eerstvolgende vloed wordt het doek schoongeveegd en kunnen er nieuwe werken op gemaakt worden. Of, in de beeldspraak van de tsunami: bij de eerstvolgende vloed wordt alles weggevaagd. Dit is misschien de laatste les van het boek: zelfs  een ramp kun je nog op twee manieren zien: als het einde, of als een nieuw begin. Het stoppen, vlak na de tsunami, van de gedichten lijkt te duiden op een genadeklap. Het verschijnen van de bundel, bijna zes jaar later, geeft weer hoop.

Delen van dit boek zijn te vinden op de eraan gewijde website:
www.forgiverance.com