Sommige mensen leren het ook nooit. Hoe vaak heb ik al gezworen nooit meer een nacht zittend in een vliegtuigstoel door te brengen? Dus – de reis naar Fukuoka nam een vol etmaal in beslag: vliegtuig van Penang naar Kuala Lumpur, zes uur wachten, vliegtuig naar Seoul midden in de nacht, in Seoul weer zes uur wachten, en nog een vliegtuig naar Fukuoka. Vierentwintig uur, en in totaal tien minuten slaap in de spanne van twee dagen en een nacht. En nu ga ik echt, echt nooit meer ‘s nachts in een vliegtuig zitten! Bij de nadering van Fukuoka vlogen we door een dik, gesloten wolkendek, waaruit, volgens de vermoeid klinkende gezagvoerder, regen en natte sneeuw viel. Wat hij zei bleek te kloppen.

En toch groeide bij het lopen door het centrum van de stad een euforisch gevoel dat zowel herkenning als verwachting inhield. Herkenning van wat ik drie jaar geleden in Okazaki zag en meemaakte, en verwachting van nieuwe ervaringen, nieuwe ontdekkingen, nieuwe inzichten. Na de afgelopen maanden alleen maar in Japanse leerboeken te hebben gezeten en op de computer Japanse tv-series te hebben bekeken, wat uiteindelijk nogal tweedimensionale bezigheden zijn, was nu opeens Japan overal om me heen en werden er ettelijke dimensies aan toegevoegd. Wat links en rechts om me heen liep waren Japanse mensen. Het decor kon niet Japanser. De geluiden, geuren, alles waar ik mijn aandacht op richtte of niet op richtte – Japans. Ik liep, keek, luisterde, probeerde links en rechts te lezen wat er geschreven stond, en genoot.

En de mensen zijn meer dan vriendelijk, ik val van de ene verbazing in de andere. Na een eerste nacht in een hotel raakte ik bij het ontbijtbuffet in gesprek met een jonge Japanse; nadat ik in een hoekje was gaan zitten kwamen zij en haar man me uitnodigen om bij hun aan tafel te komen zitten. Iets dergelijks twee dagen later in een restaurant. Waar ik had gedacht rustig in mijn eentje te eten kwamen de eigenaars, en ten slotte het voltallige personeel, om me heen staan om van alles te vragen, te kletsen en allerlei kleine dingen te komen brengen: ken je dit al, heb je dit al eens gegeten?

Niet, trouwens, dat dat overal gebeurt. Een andere keer kwam ik bij toeval in een ramen-restaurant terecht van een soort dat ik niet kende. Bij het binnenkomen zag ik geen tafels, alleen een lange rij van wat op loketten leek, waar mensen voor zaten, die net breed genoeg waren voor één persoon en die onderling afgescheiden waren door schotten. Ik ging zitten bij één van die ‘loketten’ en wachtte af. Voor me was een gleuf net boven tafelhoogte. Al gauw kwam er iemand aan de andere kant staan waarvan ik het gezicht niet kon zien, op een glimp na die ik opving bij de diepe welkomstbuiging die gepaard ging met allerlei welkomstformules. Er werd me een formulier toegeschoven waarop kennelijk van alles ingevuld moest worden. Maar wat?

Sorry, zei ik, ik kan geen Kanji lezen. En wilde al doorgaan met: maar heeft u misschien ook ramen met tonkotsu? Maar de buigende gastheer was al weggesneld om een andere, meer seniore te halen. Die legde me een formulier in het Engels voor – kijk, nou tokken we, dat is handig. Wat moest worden ingevuld was hoe je je ramen wilt hebben: hoe scherp en hoe sterk de soep moet zijn, soort ui, hoeveelheid knoflook, hardheid van de noedels. Verdere keuzes waren er niet, want het enige dat in dit restaurant geserveerd werd, was ramen met tonkotsu. Simpel. Toen het formulier was ingevuld moest nog wat geld overhandigd worden, vijf minuten later kwam het bord ramen, en toen werd een rolgordijn voor de gleuf neergelaten, ten teken dat de interactie was afgelopen. Hier, dus, kun je rustig in je eentje eten… Later, bij een tweede bezoek, zag ik dat ik de eerste keer bij de uitgang naar binnen was gelopen en dus de automaat had gemist waaruit je het ticket hoort te halen dat je overhandigt bij het ontvangen van de bestelling.

In Japan is er meestal één manier om iets goed te doen en een heleboel om het verkeerd te doen, en zoals bekend maken buitenlanders graag, in alle onschuld, de verkeerde keuze. Dit is de manier om ramen te eten: je neemt wat noedels tussen de stokjes en laat ze in je lepel zakken, maar niet helemaal, je laat een deel ervan nog boven de lepel hangen. Dat deel neem je dan in de mond, waarna je de noedels naar binnen zuigt. Of je het goed doet hangt van het geluid af dat je daarbij produceert. Veel geluid, goed. De soep blijft aan het eind over, die laat je staan. Zo, dat was voor vandaag: eten zoals het hoort.

Ik ben gehuisvest bij een oudere dame die bij een andere talenschool administratief werk doet en de eerste dag nog Engels met me praatte maar nu alleen nog in het Japans met me spreekt. Er is ook nog een Estlander die niet zo lang blijft als ik maar waar later een Duitser voor in de plaats komt. Een internationaal gezelschap ook op school, waar (in tegenstelling tot Okazaki) bijna geen Aziaten zijn maar wel heel veel Europeanen, Noord-Amerikanen en Australiërs. Er is bijvoorbeeld een Spanjaard die, terwijl hij achteloos een stier uit één vel papier vouwt, horens en al, uitlegt dat hij via de origama zin kreeg Japans te leren, een Amerikaan (geloof ik) die iedere vrije minuut benut om de gitaar te pakken en rifs te spelen (déjà vu: er was in Okazaki net zo één), en een Fransman en een Australiër die in de pauzes naar de tv rennen om elkaar in een Japans videospel naar allerlei hiernamaalzen te helpen. Mijn Estische huisgenoot was gisteravond de hele avond pachinko aan het spelen, een gokspel dat zoals zoveel anders alleen in Japan voorkomt.

Tot mijn schrik werd ik, voorlopig in ieder geval, ingedeeld op een niveau dat hoger ligt dan waar ik in Okazaki op geëindigd was. Er blijken bovendien wat verschillen in leermethodiek te zijn, en mijn klasgenoten hebben intussen enkele honderden kanji’s geleerd, waarmee ik meteen op een aardige achterstand sta. Volgens de leraressen moet het kunnen. We zullen zien, het is in ieder geval altijd mogelijk een stapje terug te doen. Als de ervaringen in Irkoetsk herhaald worden, zal de huisvesting in een Japanse omgeving zeker helpen bij de vorderingen.

Heb nu net een examen van vier uur achter de rug… Ik denk dat ik hierna naar een lagere klas mag, wat me meer tijd zal geven om te werken aan kanji en woordenschat.  Werk, werk, werk… heerlijk.