Komt me bekend voor, dit weer.

Grauwe hemel, druilerige regen, temperatuur die niet boven de tien graden uitkomt – je zou er bijna weemoedig van worden. Zondag bovendien, dus geen school, wel huiswerk, maar wie maakt er nou huiswerk? Eh…

Deze week was er een vriendschappelijke honkbalwedstrijd voor de aanvang van het nieuwe seizoen, tussen de Hansei Tigers en de Softbank Hawks, hier in de Yahoo!Dome in Fukuoka. Het moge duidelijk zijn bij het lezen van deze namen dat het bedrijfsleven ook in Japan de consument (de sportliefhebber, in dit geval) de illusie gunt dat deze niet zelf voor alle kosten opdraait.

Aangezien honkbal na sumo waarschijnlijk de meest populaire sport is in Japan was dit een mooie gelegenheid om eens mee te gaan doen in iets erg Japans. Erg Japans, niet omdat het deel uitmaakt van wat we in het buitenland kennen als ‘typisch Japans’ (denk aan manga, anime, origami, ikebana, no, sumo, judo, aikido, sashimi, sushi, tempura en ga zo maar door), maar omdat het ook erg Japans is om invloeden van buiten in de eigen cultuur op te nemen.

Zo kun je b.v. op tv zien hoe Japanse coaches pruimtabak pruimen en spelers kauwgom kauwen met een enthousiasme alsof ze daarvoor betaald worden. En zoals ik kon zien liepen toeschouwers rond met ‘fasuto fuudo’ zoals hotdogs en hamburgers, en werd de sfeer erin gehouden met Japanse slogans op het ritme van ‘something something ra ra ra’. Allemaal met een grote vanzelfsprekendheid, alsof het zo hoort. Zo hoort het natuurlijk ook.

In de Yahoo!Dome, het stadion van de Fukuoka Softbank Hawks. Foto geleend van Wikipedia.

Maar om nou te zeggen dat er een tipje van de oosterse sluier werd opgelicht… Dit wel: het is indrukwekkend om in een volledig overdekt honkbalstadion te komen. Alles in Amerika is groter en alles in Japan is kleiner, maar dit stadion ontnam me even de adem. O, over kleiner gesproken, een Japans honkbalveld schijnt inderdaad iets kleiner te zijn. En de bal is kleiner. Tuurlijk, zou je bijna zeggen.

De supporters waren gekleed in de jerseys van hun club, en waren onophoudelijk aan het scanderen en juichen, wat meer te maken leek te hebben met ‘sfeer erin houden’ dan met wat er op het veld gebeurde. Daar gebeurde namelijk niets. Wie aan slag was probeerde de bal te raken, wat meestal mislukte. Lukte het wel, dan ging de bal uit. Een enkele keer ging de bal het veld in waar de tegenpartij al klaar stond om hem te vangen en daarmee het spel dat bijna op gang leek te komen meteen weer stil te leggen. De tegenpartij haalde in het eerste halfuur drie punten, de daarop volgende twee uur niets meer. De thuisploeg scoorde helemaal niet. Op de tribunes werd de sfeer er volop in gehouden.

Het logo is niet te missen en dus duidelijk geslaagd.

Op een gegeven moment drong het tot me door dat er al een minuut of tien, vijftien mensen aan het weggaan waren. Op het veld was al die tijd al geen speler meer te zien geweest. Waarschijnlijk was de wedstrijd afgelopen. Ik pakte mijn jas en ging ook maar. De volgende dag waren op het nieuws de drie hoogtepunten van de wedstrijd te zien, alsmede enthousiast scanderende supporters. Ik moet toegeven dat Japan nog steeds een groot raadsel voor me is…

Nog zo’n Japans fenomeen: fasuto fuudo. De naam klinkt een beetje bijzonder, want als je een ramen-restaurant ingaat en je bestelling opgeeft krijg je binnen een halve minuut je noedels geserveerd met de standaard opmerking: we hebben u laten wachten, die eigenlijk gewoon betekent: het is klaar, alstublieft, eet smakelijk. Dat is nog eens fast food. Met fasuto fuudo wordt dan ook eerder bedoeld wat uit het oosten is komen overwaaien: hamburgers (hambaaga), hotdogs (hotto doggu), Amerikaanse keuken dus.

Ik liep tegen het bekende logo van McDonald’s op en kreeg ter plekke zin in een broodje gestampte koe. Het was er druk, zodat er al weer aardig wat mensen achter me stonden toen ik voor in de rij was aangekomen en mijn bestelling mocht opgeven. Wat niet makkelijk was, met al die teksten in het Japans. Dan maar op veilig spelen.

Ik: Eh, een bigu maku, enne,
Zij: Wilt u een setto?
Ik: Bigu maku, grote furaido poteto, enne,…
Zij: (begint al enige nervositeit te vertonen) Wilt u een setto?
Ik: Nou, eh, ik wil er water bij, is dat een setto?
Zij: Nee, bij een setto zit alleen frisdrank.
Ik: Geen setto dus. Eh, een bigu maku, grote furaido poteto…
Zij: (Blijft doen wat ze geleerd heeft; dit komt het best tot zijn recht als ik het in het Japans laat staan) Esu yoroshii desu ka? Emu yoroshii desu ka? Eru yoroshii desu ka? (vertaald: S, M of L?)
Ik: (Ik heb toch gezegd een grote!) Eru is de grootste, hè?
Zij: Ja, zo is het.
Ik: Eru furaido poteto dus, en water.

Het meisje doet dit waarschijnlijk als ‘arubaito’: de Japanse benaming voor deeltijdbaan die zijn oorsprong heeft in het Duitse woord voor werk.  Zo vaak zal ze niet met buitenlanders omgaan, al heb ik gemerkt dat in minder formele situaties dan het bestellen van een hamburger (ahem) Japanners veel soepeler zijn dan, zeg, twintig jaar geleden. De bestelling was binnen een halve minuut klaar en werd overhandigd met een ‘o matase itashimashita’ (we hebben u laten wachten). Oké, ook fasuto fuudo is snel, erg snel.