Een verslaggeefster verslaat vanuit de getroffen gebieden

De hele wereld weet op het ogenblik hoe Japan eruit ziet, we hebben immers allemaal via de televisie, kranten en het internet met afgrijzen kennis genomen van de stand van zaken. Japan ligt plat. Wat niet door de aardbevingen tegen de grond is gegaan is weggespoeld in de daarop volgende tsunami. Wie daarbij niet is omgekomen wordt geconfronteerd met eindeloze ellende: familieleden weg, huizen weg, bezittingen weg, dreigende schaarste van levensmiddelen, treinen die niet kunnen rijden, aangekondigde stroomonderbrekingen. En alsof dat niet genoeg is wordt in Fukushima met alle macht geprobeerd een nucleaire ramp te voorkomen. Dat is niet niks. Je zou verwachten dat een buitenlander die naar Japan is gekomen om een paar maanden taalonderwijs te volgen besluit dat taalonderwijs maar te laten voor wat het is en het land te verlaten.

En toch. Dat Japan, dat ken ik, net als de rest van de wereld, alleen van de tv, de kranten en het internet.

Het Japan waar ik voor een paar maanden woon is sinds ik er ben niet veranderd. De zon komt op, mensen gaan naar hun werk, komen ‘s avonds thuis, zetten even de tv aan voor het laatste nieuws, gaan dan weer door met de dingen van de dag. In het weekend na de grote aardbeving en de tsunami was het prachtig weer en dus werden uitstapjes gemaakt, zoals altijd wanneer het mooi weer is. Bij thuiskomst ging even de tv aan voor het laatste nieuws, voordat werd doorgegaan met de dingen van de dag. Het Japan dat plat ligt is erg, erg ver weg. Wat daar gebeurd is en nog gebeurt is heel erg. Maar het is ergens anders.

Op maandag werd deze tegenstelling opnieuw duidelijk. Leerlingen, in het weekend door hevig verontruste ouders opgebeld en aangespoord het land zo snel mogelijk te verlaten, kregen voor het eerst de kans over hun zorgen te praten met andere leerlingen die in precies dezelfde positie zaten. De leraren en leraressen benaderden het onderwerp vanuit een wat andere invalshoek. Ze grepen de gelegenheid aan om met hun pupillen wat actuele woorden door te nemen: tsunamiwaarschuwing, verstoring van de dienstregeling, stroomonderbreking, kerncentrale. Van zorg of ongerustheid geen spoor.

Natuurlijk probeer ik die twee heel verschillende Japannen met elkaar te verenigen. Natuurlijk probeer ik erachter te komen wat er gebeurt, en in te schatten in hoeverre dat voor mij relevant is.

De informatie die van de Japanse overheid komt wordt in het algemeen met een korrel zout genomen, omdat bij eerdere incidenten die informatie onbetrouwbaar zou zijn geweest en ook deze keer initiële uitspraken voorbarig en onterecht gebleken zijn. Het is weliswaar een taak van de overheid paniek tegen te gaan, maar daarbij wordt wel eens uitgeschoten naar de andere kant en als je maar vaak genoeg zegt dat er niets aan de hand is gelooft uiteindelijk niemand dat meer.

Om wat meer informatie te krijgen ga ik dus langs de websites van buitenlandse media, in de hoop daar onafhankelijke analyses te vinden. Maar ook deze media lijken een specifiek doel na te streven, en dat doel heeft meer te maken met de verkoopcijfers dan met goed onderzoek. ‘Shock and sell’ lijkt me een toepasselijke omschrijving. The Independent meldt ‘zeker 10.000 doden’ als gevolg van de tsunami, zonder erbij te vertellen dat het hier gaat om aannames en dat het aantal bevestigde slachtoffers voorlopig vele malen lager ligt. El País heeft het over explosies in de kernreactoren en vergeet erbij te zeggen dat het niet gaat om kernexplosies maar om waterstofexplosies, een (volgens andere kranten) verwacht en geaccepteerd risico dat voortkomt uit de pogingen de brandstof met zeewater te koelen. Der Spiegel haalt een stralingsbioloog aan die doodleuk zegt dat hij verwacht dat dit ‘erger dan Tsjernobyl zal zijn’, zonder ook maar in het minst in te gaan op wat er dan precies erger zal zijn en waarom. Het simpele woord ‘Tsjernobyl’ roept kennelijk genoeg omineuze voorstellingen op om niet iets van een analyse op te hoeven bouwen. Met dit soort nepjournalisme wordt het moeilijk een goed beeld van de situatie te krijgen.

Zoveel is in ieder geval duidelijk: er zal geen cameraploeg naar Fukuoka komen om de wereld te laten zien dat daar niets gebeurt. En verder kan ik alleen maar meeleven met de mensen op plaatsen waar wel wat gebeurt. Maar dat is, gezien vanuit Fukuoka, ergens anders.