De Japanse taal leren is een multidimensionele ervaring.

Zo. Dat staat er. Maar misschien moet dat nog wat toegelicht worden. Denk ik, hè?

Om te beginnen dit: ik was begonnen iets te schrijven over de verschillende soorten tekens die in het Japans gebruikt worden en realiseerde me halverwege dat wie niet zelf Japans leert daar waarschijnlijk helemaal niet in geïnteresseerd is, ook al is er echt heel veel over te vertellen.

Dan maar meteen naar waar het om draait: kanji. Je weet wel, die Chinese kriebeldingen waarvan we weten dat er duizenden bestaan en die we absoluut niet kunnen lezen. Geloof het of niet, maar daar beginnen hele nieuwe ervaringen, daar gaan werelden open, als je daar een beetje in thuis begint te raken worden er hele dimensies toegevoegd aan wat een tamelijk recht-door-zee opdracht leek: Japans leren. Leek, want: woordenschat, grammatica, klaar. Ha. Woordenschat: hele nieuwe woorden waarvoor wij geen vertaling hebben en die we alleen kunnen omschrijven. Grammatica? Niets gemeenschappelijk met de onze, je kunt beter alles laten varen wat je denkt te weten over grammatica.

Kanji. Er zit systeem in, al zou je dat niet zeggen. Van de eenvoudigste kanji, die uit één streep bestaat (en ook ‘één’ betekent) tot de meer complexe die tientallen streepjes kunnen bevatten, allemaal bestaan ze uit onderdelen. Oké, die onderdelen, daar zijn er een paar honderd van, maar het wordt al wat overzichtelijker als je weet dat er een paar zijn die wel heel vaak voorkomen.

Daarmee ben je er nog lang niet. Die onderdelen kunnen op verschillende plaatsen staan, en ze zeggen niet per se iets waar je wat aan hebt. Maar soms ook wel.

De meeste kanji hebben één of meer ‘Japanse’ betekenissen. In hun eentje kunnen ze bijvoorbeeld een werkwoordstam vormen, of een eenvoudig zelfstandig naamwoord, of een bijvoeglijk naamwoord. Dan worden ze uitgesproken op wat de ‘Japanse’ manier genoemd wordt.

Noord is kita, en oost is higashi. Maar als je ze samenvoegt krijgen ze ieder een nieuwe uitspraak.

Maar om meer complexe woorden te vormen worden er twee of meer van deze kanji samengevoegd, en dan blijken ze opeens op een hele andere (de ‘Chinese’) manier uitgesproken te worden. Maar wel op manieren die steeds terug blijven komen. En zo wordt duidelijk dat kanji’s twee functies bekleden: uitspraak en betekenis. Een kanji kan op een aantal manieren uitgesproken worden, en een kanji kan een aantal begrippen uitbeelden. Langzaam worden de contouren zichtbaar van iets dat zich in verschillende richtingen uitstrekt, zij het niet langs x- en y-assen, maar langs moeilijker vatbare begrippen als klank en betekenis.

Die nieuwe uitspraak wordt ook overgenomen in andere combinaties, zoals hier in de naam van de hoofdstad, die we kennen als Tokio (drie lettergrepen) maar die in het Nederlands fonetisch geschreven zou moeten worden als Too Kjoo (twee lettergrepen). Trouwens, 'kyou' komt ook weer voor in 'Kyouto', de voormalige hoofdstad die nog steeds een toeristische trekpleister is.

Het wordt nog beter. Niet alleen kunnen combinaties van kanji woorden uitbeelden waarvan de klank en/of de betekenis bekender voorkomen naarmate je er meer van kent, ook een individuele kanji kan bestaan uit onderdelen die òf een klank weergeven, òf een betekenis. En vaak vind je beide in één kanji, al kun je nooit zeker zijn van de plaats die die elementen innemen.

En 'hoku' (noord) vind je weer terug in de naam van het eiland Hokkaido (waarvan de onderdelen, zelfstandig gebruikt, worden uitgesproken als kita, umi en michi). Trouwens, ook 'do' (weg) kennen we van b.v. judo, aikido en kendo. En dit is nog maar een heel simpel, heel concreet voorbeeld, en dan hebben we het nog niet gehad over de hints die in de middelste kanji staan over uitspraak en betekenis.

En zo, al lerende, zie ik in kanji geschreven woorden om me heen waarvan ik ongeveer de betekenis kan aanvoelen, al weet ik niet hoe ze uitgesproken worden, en omgekeerd, kan ik woorden uitspreken waarvan ik niet weet wat ze betekenen.

Maar de werkelijke schoonheid begint wanneer min of meer concrete begrippen worden samengevoegd om min of meer abstracte begrippen te vormen.

En langzaam maar zeker voel ik me als een speler in een spel waarvan de regels geleidelijk duidelijker worden, maar waarvan tegelijk duidelijk wordt dat de regels geen regels zijn zoals wij ze kennen: ze laten zich soms zien onder een bepaald licht, om dan weer, schijnbaar ongrijpbaar, te veranderen in iets onverwachts, daarbij dan wel weer zelf nieuw licht werpend op wat voorheen duister was. De stukken waarmee gespeeld wordt veranderen van functie, veranderen de regels.

Het is allang niet meer genoeg om te proberen te leren spreken, woorden te onthouden, grammatica te doorgronden. De manier waarop kanji verbanden tussen verschillende woorden aan het licht brengen maakt het onontkoombaar van ieder woord de kanji op te zoeken en te proberen die te ontleden en verbanden te leggen met vergelijkbare kanji en vergelijkbare woorden. Het is een spel, een meeslepend spel dat in niets lijkt op wat ik ken.

Een kanji kan bestaan uit betekenis-onderdelen en klank-onderdelen. Wanneer je die kanji samenvoegt met een andere krijg je nieuwe mogelijkheden, zowel op klank- als op betekenisgebied. En bij dat alles staat niets vast, het gaat om mogelijkheden. En dat is nog maar een deel van het verhaal. Ohhh…