Een week geleden bracht ik een paar uur door als ‘gastleraar’ bij een talenschool waar Japanse volwassenen Engels leren. Het was een plezierige ervaring: de leerlingen hadden een behoorlijk niveau dus er viel mee te praten, ze wilden allemaal van alles weten, en ze stemden in met alles wat ik zei. Ik legde uit (in antwoord op hun vragen) dat in Nederland marihuana wordt beschouwd als een minder kwaad, dat drugsverslaving eerder gezien wordt als een ziekte die begeleid moet worden dan als strafbaar gedrag, en hoe euthanasie in onze vaderlandse optiek te rijmen is met de eed van Hippocrates. Bij alles wat ik zei werd instemmend gebromd en geknikt.

Wat ze werkelijk dachten zal ik wel nooit te weten komen. Misschien waren ze het ermee eens, misschien ook niet. Intussen heb ik begrepen (ook dat hoort bij wat we leren op school, er worden enorm veel verschillen aangestipt tussen Japan en buitenlanden) dat een Japanner zijn gesprekspartner laat weten dat hij nog steeds luistert, en dat hij dat doet op een manier die op ons eerder overkomt als instemming – maar dat niet per se is. Het kan verwarrend zijn in het begin, maar het zorgt in ieder geval voor een aangename sfeer. Omgekeerd trouwens raakt je Japanse gesprekspartner de weg kwijt wanneer je niet regelmatig bromt en knikt terwijl hij tegen je praat.

Overigens krijgen Japanners hun omgangsvormen niet alleen mee van hun ouders. Ook de overheid doet mee, en overal (tv, trein, op straat) word je herinnerd aan de ‘manaa’ (van het Engelse manners) zoals die gewenst zijn: oude vrouwtjes de trap op helpen, je stoel afstaan in de trein, niet luidruchtig zijn. Ook in de trein zag ik een sticker die mensen opriep hun mobieltje in de ‘manaa modo’ (dus stille stand) te zetten.

Een ander (bekend, denk ik) verschijnsel in Japan is het bestaan van verschillende omgangsvormen en verschillende talen, die de niveaus weerspiegelen waarop de spreker en zijn gesprekspartner ten opzichte van elkaar staan. We kennen dat in Nederland ook nog wel een beetje, van ‘vroeger’: we herinneren ons nog de tijd waarin we oudere mensen met ‘u’ (en zelfs ‘U’) aanspraken. Maar het Japans bezit een grote rijkdom aan grammatica en woordenschat die de verhoudingen tussen mensen aangeeft en daar wordt ook nu nog strak de hand aan gehouden.

Wanneer het b.v. gaat om het vragen of verkrijgen van gunsten kun je al bijna een woordenboek vullen. ‘Doen’ is, als je ouders iets voor je doen, een heel ander doen dan wanneer jij iets voor hun doet. Het ‘irasshaimase’ waarmee de bezoeker van warenhuizen en restaurants wordt begroet (en waar ik jaren geleden, toen ik het voor het eerst hoorde, antwoord op gaf met iets dat ongeveer hetzelfde klonk, denkend dat het zoiets als ‘hoi’ betekende) is in feite een super beleefde vorm van een woord voor ‘komen’ en betekent ongeveer: treedt binnen, alstublieft. Weest wellekome, zeg maar.

De klant is koning, en de taal die de klant in restaurants en winkels krijgt geserveerd is respectvolle taal. Als je in een winkel bij de kassa komt, wordt o.a. gevraagd of je een klantenkaart hebt. Het lijkt wel of iedere winkel, ieder restaurant zijn eigen ‘pointo kaado’ heeft. Het klinkt ongeveer zo: ‘U heeft wellicht een klantenkaart in uw bezit?’.

Mocht een personeelslid het in zijn hoofd halen een eenvoudiger formule te bezigen, zoals een joviaal: heeft u een klantenkaart?, dan zal de gemiddelde klant eerst de wenkbrauwen optrekken en vervolgens in een gerechtvaardigde toorn ontsteken, deze op gepaste wijze uiten met een uitroep in de trant van: ‘Vlegel!’, om ten slotte, als enig mogelijk antwoord op een dergelijk gebrek aan egard, zoveel schaamteloosheid, met geheven hoofd het pand te verlaten, met de ferme vastberadenheid van iemand die weet dat hij dit etablissement nimmer meer met een bezoek zal vereren. Ja, dat dacht je. In werkelijkheid zie je niets van dit alles, maar terugkomen doet de klant niet.

Een ander voorbeeld. Vergelijk eens de verschillende manieren waarop het volgende gezegd kan worden. Je bent bij McDonald’s (ik noem maar iets) en je hebt je bestelling gedaan. De vraag die je nu krijgt is waarschijnlijk deze: ‘Hier opeten?’
Het Japans werkt een beetje anders. Het volgende is niet helemaal letterlijk (want dat kan helemaal niet), maar geeft denk ik aardig aan hoe de verschillen liggen.

‘Hier opeten?’ is een vraag die vrienden aan elkaar zouden kunnen stellen.
‘Eet u het hier op?’ is een versie voor collega’s of bekenden. Maar:
‘Bent u voornemens het alhier te nuttigen?’ is de enige vraag die je als klant van het personeel kunt verwachten.

En ja, de eerste keer dat je als buitenlandse leerling zo’n vraag op je af hoort komen (waarbij de gebruikte woorden, werkwoordvormen en zinsconstructie compleet anders zijn dan in andere gevallen) kun je alleen maar zuchten en denken: ik heb nog een lange weg te gaan. En dan naar de vloer wijzen, met een verontschuldigende glimlach: hier opeten.