Singapore: Orchard Road, Clark Quay, Boat Quay, Little India, Arab Street, bla bla bla bla bla…

Hoe vaak ben ik niet in Singapore geweest? Het eiland dat op zo voorbeeldige wijze is volgebouwd met winkelcentra, uitgaanscentra en wooncentra, waarbij vooral bij ‘uitgaanscentra’ in gedachten werd gehouden wat goed is voor de mens en wat niet. Zo werd Bugis Street, waarvan de reisgidsen tientallen jaren geleden nog meldden dat er mede dankzij de aanwezigheid van travestieten een goede uitgaanssfeer te vinden was, in de jaren tachtig gerenoveerd en daarbij meteen gezuiverd van alles wat de overheid tot dan een doorn in het oog was geweest. Totdat toeristen klaagden dat daarmee iets verloren was gegaan en de straat (opnieuw van hogerhand) iets van zijn voormalige luister terugkreeg – met acteurs die deden alsof ze mannen waren die deden alsof ze vrouwen waren. De bodems waren zo dubbel dat niemand er nog aanstoot aan kon nemen. Travestie was theater geworden, voor de erachter liggende realiteit was geen plaats.

Ook achter de winkel- en wooncentra stak een planning waar de werkelijkheid nog aan moest wennen. De winkelcentra trokken in eerste instantie vooral buitenlanders, die ontdekten dat hun geliefde activiteit ‘winkelen’ (het in en uit lopen van winkels zonder iets nodig te hebben, vaak resulterend in onverwachte aankopen) een extra dimensie kreeg wanneer uitgeoefend in een exotische, belastingvrije omgeving, totdat iets van plaatselijke welvaart de kans kreeg zich te ontwikkelen en nieuw-rijken zich gingen overgeven aan een consumptiedrift van de meest ongebreidelde soort, waarbij in de meer extreme gevallen Lamborghini’s begonnen rond te rijden op enkele tientallen kilometers snelweg met om de honderd meter een snelheidscontrole. En de woontorens waarin velen voor het eerst van hun leven kwamen te wonen brachten een verschijnsel voort dat al snel de naam ‘killer litter’ meekreeg: de koelkast die je niet meer nodig hebt en die je dus de deur uit kiepert bleek slachtoffers te eisen wanneer dat vanaf de tiende verdieping gebeurde.

De overheid leerde, wist enerzijds de burger op te voeden en anderzijds in te spelen op stemmen uit binnen- en buitenland die aandrongen op meer gelegenheden om ‘uit het keurslijf te ontsnappen’. Het inzicht groeide dat er meer leven op straat geboden moest worden, maar het bleef duidelijk dat dat niet mocht ontaarden in een straatleven. Boat Quay en Clark Quay, ongetwijfeld uit die tegenstrijdige wensen ontstaan, lijken op pretparken: dure, hevig geregisseerde horeca waar alles uit gehaald is wat aanstoot kan geven en waar dus niets overblijft dat authentiek genoeg is om te kunnen bekoren.

Maar nu.

Ik was nog nooit in Geylang geweest. We waren geen van beiden ooit in Geylang geweest. We kwamen er nu toevallig terecht, tijdens een overnachting in Singapore tussen twee vluchten die ons uiteindelijk van Penang naar Sulawesi zouden brengen.

Geylang wordt de rosse buurt van Singapore genoemd. Op Tripadvisor, terwijl we zochten naar een hotel voor die ene nacht, kwamen we opmerkingen tegen als (ik citeer uit het hoofd): ‘Not very good for Indian people. Only smelly Chinese food, we walked for an hour to find Indian food’ (getekend: iemand met een duidelijk Indiase naam).

De buurt bestaat vooral uit een lang stuk van Geylang Street, met zijstraten en wat zijstraten van zijstraten. Wie alleen het hierboven beschreven Singapore kent krijgt bij het rondlopen het gevoel in een ander land verzeild geraakt te zijn. Links en rechts restaurants met gasten die zitten op plastic stoelen aan plastic tafels die vanuit de open restaurants de trottoirs overspoelen, kruideniers, groente- en fruitverkopers die alles hebben wat in de regio voorkomt, en van alles veel, getuige de volle manden kleurrijke waar die ook op de trottoirs staan. Wat karaokelokalen en sexshops. Geen hoogbouw, maar shophouses zoals ze ooit bedoeld zijn geweest: niet verwaarloosd of gerenoveerd, maar gewoon onderhouden. Mensen: veel Chinezen, aardig wat Indiërs, weinig Maleiërs, bijna geen westerlingen. Geen tapasrestaurants of wijnbars, hier vind je (ook ‘s avonds) dim sum, kant en klare bakken met Chinese gerechten en bier. Hier wordt een travestiet die wel erg opzichtig travesteert vanaf de terrasjes nagekeken door lodderige Chinezen, die hun conversatie afwisselend voeren met elkaar en de flessen bier die in de gemeenschappelijke ijsemmer op tafel staan. De biermeisjes, die weliswaar werken voor de cafés maar in dienst zijn van verschillende biermerken, gaan joviaal met hun gasten om, net als de vrouwen die voorbijkomen en mannen aanspreken alsof ze ze al jaren kennen. Hier wordt overgestoken terwijl het voetgangerslicht op rood staat. We nemen dit alles in ons op, bijna euforisch, en doen mee: zetten een emmer gekoeld bier op tafel, eten ‘s avonds dim sum, steken over bij rood licht.

We waren maar één avond in Singapore (zoals al eerder vermeld: de komende twee maanden zijn we in Sulawesi), maar het was een verrassende ervaring. Als zoiets als Geylang kan bestaan in een staat als Singapore, dan is er hoop voor de mensheid.