De woorden ‘Lembeh’ en ‘critters’ zijn we al zo vaak in één zin tegengekomen dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken, ongeveer zoals ‘klokkenluiderssite’ en ‘Wikileaks’, of ‘atoomwaakhond’ en ‘IAEA’, of ‘zeilmeisje’ en ‘Laura’. Lembeh is een eiland in het noordoosten van Sulawesi, van het hoofdeiland gescheiden door een nauwe zeedoorgang, de Straat van Lembeh. Critters geeft aan wat in het water tussen de eilanden te vinden is. Het woord is een verbastering van ‘creatures’ en is dus letterlijk vertaalbaar als ‘schepsels’, of iets minder letterlijk, maar dichter bij de gevoelswaarde, als ‘beestjes’. Onder deze verzamelnaam wordt van alles geschaard waar duikers erg opgewonden van raken.

Net zoals waarschijnlijk niemand van Wikileaks de eigen site zal beschrijven als klokkenluiderssite, niemand van de IAEA zichzelf zal zien als atoomwaakhond en het moeilijk voorstelbaar is dat je iemand tegen kunt komen die zegt ‘hallo, ik ben het zeilmeisje Laura’, wordt het woord ‘critters’ in Lembeh zelf niet gebruikt. In plaats daarvan spreken duikers over mimic octopus, flamboyant cuttlefish, ambon scorpionfish en lembeh sea dragon, die ze te zien krijgen dankzij duikgidsen die een onfeilbaar oog hebben ontwikkeld voor soms minuscule, soms perfect gecamoufleerde, maar altijd fascinerende beestjes.

Charlotte heeft in Lembeh zo veel mooie foto’s gemaakt dat daar een paar van uitkiezen bijna ondoenlijk is. Hierbij toch een kleine greep, waarbij ik sommige die ik erg mooi vind achter heb gehouden, om vooral wat duidelijk uitkomende beestjes te laten zien.

De komende dagen gaan we doorbrengen in het natuurgebied van Tangkoko en in Tomohon, waarover meer als we ergens internet tegenkomen.

In zee geworpen flessen zijn rotzooi, maar worden ook vaak het huis van wat erin past, zoals dit inktvisje.

Demon stinger, devil stinger, spiny devilfish, indian walkman. Welke naam je voor een vis tegenkomt hangt vaak af van het boek dat je raadpleegt. Latijnse namen bieden uitkomst.

Mandarijnvissen zijn bij veel duikers favoriet. Ze worden vooral gezien bij zonsondergang, wanneer ze uit hun schuilplaatsen tussen het koraal tevoorschijn komen om een paringsritueel uit te voeren dat vooral heel kleurrijk is.

Pygmy seahorse, nog een favoriet. Zo klein en zo moeilijk te vinden dat ze tot voor een paar jaar nog niet eens bekend waren. Deze gele van ongeveer een centimeter hoog is relatief makkelijk te zien, er zijn er ook die bijna niet te onderscheiden zijn van de waaierkoralen waarin ze zitten.

De peacock flounder (een botachtige, dus platvis) is een bizar schepsel. Hij is zo geëvolueerd dat beide ogen aan dezelfde kant van het lichaam terecht zijn gekomen, terwijl de mond laat zien dat het hier nog steeds gaat om een vis die eigenlijk op zijn kant ligt. Je zult hem zelden zien zoals op deze foto. Meestal graaft hij zichzelf in, zodat alleen de ogen nog zichtbaar zijn. Die ogen draaien onafhankelijk van elkaar om constant de omgeving af te kunnen speuren.

Vooraanzicht van een Ambon scorpionfish, in één van de vormen waarin ze voorkomen.