Hoofdpijn als gevolg van vallende kokosnoten is een beroepsrisico dat de tuinman serieus neemt.

Eens even kijken… een visum voor zestig dagen, en we hadden intussen drie weken doorgebracht in het uiterste noordoosten van Sulawesi, in een minuscuul deel van een immens eiland. Langzaam begon het besef te door te dringen dat we keuzes moesten gaan maken. Twee maanden lijkt best veel als je je beperkt tot één enkel Indonesisch eiland, maar Sulawesi is niet zomaar een eiland, en we waren nog niet veel opgeschoten. Niet dat dat erg was natuurlijk, we hebben genoten van die eerste drie weken. Maar bij het opstellen van een lijst van plaatsen die we wel wilden bezoeken waren we misschien wat optimistisch geweest. Tijd is zand en zo.

Een overtocht naar de Togian- (of Togean-) eilanden had tot dan een voor de hand liggende volgende stap geleken, alleen zouden we daarvoor eerst tien uur in de bus zitten naar Gorontalo, om daar een boot te nemen waarover al verschillende mensen hadden gezegd dat ze erop ziek geworden waren en die zeventien uur over de overtocht zou doen. En waarvan niet zeker was wanneer die vertrok. Er waren er die zeiden: twee keer per week, dinsdag en vrijdag, maar de meesten hielden het op één keer per week, op woensdag. Het was intussen donderdag, dus zo voor de hand liggend was het misschien toch niet. Andere manieren om op de eilanden te komen zagen er ook niet echt aantrekkelijk uit, en bovendien wilden we nog zoveel meer. Als we de Togian-eilanden nou eens gewoon oversloegen?

Deze kaart helpt waarschijnlijk bij het volgen van dit stuk. Rood is wat we uiteindelijk niet deden, groen is wat we wel deden.

We waren teruggekomen in Manado om internet, busstation en vliegveld in de buurt te hebben en daarmee verder te kunnen plannen. En zo vonden we vluchten naar Luwuk in het oosten van centraal-Sulawesi. Daat zou gedoken kunnen worden op de Banggai-eilanden en van daar konden we een parcours uitstippelen dat de Togian-eilanden links (rechts, eigenlijk) liet liggen, en waarmee we in ieder geval verder konden. De vlucht kon alleen niet online gereserveerd worden, dat moest minimaal 48 uur van tevoren. Dus op naar een reisagent.

Zeerook en wind zorgen voor een sfeervol tafereel

De eerste reisagent kwam met een prijs die anderhalf keer zo hoog lag als de website van de luchtvaarmaatschappij aangaf. Dank u wel, we kijken nog wat verder. De tweede zei: die vlucht is alleen op dinsdag en zondag. Nee hoor. Jawel hoor. Oké, dank u wel, we kijken nog wat verder. De derde zei: die vlucht bestaat niet meer, die is geschrapt. Op ons verzoek werd gebeld met de luchtvaartmaatschappij, waarna glimlachend werd verteld dat de vlucht bestond, en de juiste prijs werd genoemd. Doen, dus. Nog even keken we wat zorgelijk toen we zagen dat de reisagent onze namen had opgegeven als ‘Richard Alexander’ en ‘Charlotte’. Geen probleem, werd er verzekerd, veel Indonesiërs hebben ook maar één naam in plaats van een voor- en een achternaam, en dit stond toch in ons paspoort?

Was inderdaad geen enkel probleem… Wel werd ons bij het inchecken vriendelijk lachend verteld dat we vijf kilo te veel bagage hadden, wat na betaling van de daarvoor in rekening gebrachte vijf euro in orde was.

Al bij aankomst op het vliegveld van Luwuk was duidelijk dat we waren aangekomen in een minder toeristisch deel van het eiland. We staken het platform over, moesten een paar keer nee zeggen tegen de vraag of we doorvlogen naar Makassar en vonden tussen wat onafgemaakt metselwerk door, geholpen door vriendelijk lachende mannen, de ruimte waar de bagage vanuit het vliegtuig werd gebracht door een busje waar ‘ambulance’ op stond.

Of ik een foto mocht maken. Ja hoor. Ze ging niet verzitten om te poseren, veranderde zelfs niet de wat zorgelijke blik.

Het guesthouse dat door onze reisgids werd aanbevolen en van waar ook de duiktrips georganiseerd werden lag er wat verloren bij. Aan de kamers was te zien dat er al enige tijd geen gasten meer waren geweest, en de eigenaars waren er niet: hij was terug in Frankrijk voor een begrafenis, zij was in Jakarta. De duiktrips? Niet zolang de eigenaar er niet was. Andere mogelijkheden? Er werd vriendelijk geglimlacht. Ze leken zelfs wat in verlegenheid gebracht door onze komst, wisten niet zeker hoeveel we zouden moeten betalen voor de overnachting, konden geen duidelijke informatie geven over de route die we van hier in gedachten hadden. En wij begonnen opnieuw te kijken naar onze opties. Als we nou eens alsnog naar de Togian-eilanden gingen, maar dan vanuit Ampana, wat hier niet eens zo heel ver vandaan lag?

Het busstation had dezelfde landelijke charme als het vliegveld. Er stonden wat bussen geparkeerd, waarvan niemand nog wist welke uiteindelijk zou vertrekken. Het was kwart voor tien. In een kleine ruimte waarvan de vloer vol lag met balen en dozen schreef een zwijgzame man onze tickets uit voor de bus van tien uur. Welke bus? Hij wees met een vaag gebaar naar alle geparkeerde bussen. Buiten wachtten wat Indonesiërs geduldig op de dingen die gingen komen. Een kind at een hele zak snoep leeg en begon toen aan een zak chips. Volwassenen bekeken ons zonder al te veel interesse. Een zelfs voor Indonesische begrippen klein uitgevallen man zorgde even voor hilariteit door naast mij te komen staan om het verschil in lengte te laten uitkomen en te proberen Charlotte’s duiktas op te tillen, daarna ging het wachten weer door. Om kwart over tien werd begonnen met het op het dak hijsen van balen en tassen. Dat ging heel gemoedelijk, met veel overleg. Daarna moest er nog een dekzijl overheen gespannen worden, werd het weer losgehaald om er tassen onderuit te halen, werd er ingestapt, ieder op zijn aangewezen plaats, en werden mensen achter in de bus op andere plaatsen gezet om de achterbank vrij te houden voor de reservechaffeur. De bus van tien uur vertrok om twaalf uur.

Populair vervoermiddel in Zuidoost-Azië. En je hoeft er niet eens zestien voor te zijn.

Het zegt iets over de staat van de wegen dat we voor een traject van naar schatting tweehonderd kilometer negen uur nodig hadden. Eigenlijk was het maar één weg, die zich eerst moeizaam omhoog slingerde naar een bergpas, om aan de andere kant even moeizaam af te dalen en vervolgens grotendeels de kust te volgen. Je zou deze enige weg in de omgeving een landweg kunnen noemen: af en toe kwamen we een vrachtwagen tegen die we alleen konden passeren door met twee wielen de berm in te gaan. Het wegdek zat vol diepe kuilen en ontbrak soms helemaal. In de weinige dorpen waar we doorheen kwamen moest voorzichtig om koeien, geiten en kippen gelaveerd worden. Een enkele keer werd gestopt om iemand in te laten stappen, die dan door het hele dorp uitgeleide werd gedaan. En omdat geen busreis compleet is zonder muziek galmde Indonesische volksmuziek, die allemaal op hetzelfde ritme gebaseerd lijkt te zijn, op volle sterkte door de bus. Negen uur gingen zo voorbij, maar om eerlijk te zijn werd er niet negen uur gereden: voor de lunch werd bijna een uur uitgetrokken, voor het avondeten ook. Tegen de tijd dat we uitstapten in Ampana hadden de meeste van onze medepassagiers nog elf uur voor de boeg alvorens aan te komen in Palu, eindbestemming van de bus.

In Ampana hadden we een dag door willen brengen, ook al omdat er op die dag toch geen boot naar de Togian eilanden zou gaan, maar er bleek een speedboot naar één van de resorts te gaan, en we konden mee. Dat was nog sneller ook. Dus dat deden we.

Benzinestations zijn vaak gesloten omdat ze geen benzine meer hebben. We zagen al ergens een enorme rij auto's en busjes die wachtten op benzine die geleverd zou worden maar nog niet was aangekomen. Dus hebben mensen geleerd voorzorgsmaatregelen te treffen. Bij dit benzinestation stond het bord met habis (op) al klaar