(Vandaag weer twee afleveringen tegelijk. We vinden op het ogenblik eens in de zeven à tien dagen internet)

De Lonely Planet zegt erover: ‘Yes, it does take some determination to get to the Togean Islands, but believe us, it takes a lot more determination to leave.’

Oké, het is een tamelijk stereotiep plaatje. Maar het was ècht moeilijk hier weg te gaan.

We nemen zulke reisbrochure-taal gewoonlijk met een korreltje zout, maar intussen hebben we alweer kunnen ondervinden hoe verslavend het leven op een tropisch eiland kan zijn waar tussen het ruisen van de zee en het getsjirp van de cicades door het enige motorgeluid komt van de boot waarmee je het water op gaat om af te dalen naar die andere jungle – het onderwaterwoud.

Want ook dat is een jungle, daar onder wat niet voor niets de zeespiegel genoemd wordt. In de strijd om het leven zijn prachtige landschappen van onvoorstelbare vormen en kleuren ontstaan, landschappen die worden bevolkt door levensvormen die je ook boven water aantreft: vegetatie, grazers, jagers, stropers, aaseters, parasieten, schoonmakers. Met een vanzelfsprekende energie wordt een door de mens achtergelaten voorwerp door die wereld in beslag genomen, gebruikt, opgenomen in het landschap. Zoals in de jungle boven water verlaten tempels worden overwoekerd en opgenomen in het groen, zo hebben onder water grote sponzen zich ontwikkeld, zijn anemonen gegroeid en hebben koralen zich gevestigd op wat eens – een bommenwerper was.

Een kijkje in de cockpit

Het heeft iets onwerkelijks het op de zeebodem rustende wrak van een vliegtuig te bezoeken. Schepen die zijn gezonken, daar kun je inkomen. Schepen doen dat. Maar een vliegtuig hoort niet in het water thuis, en hoort zeker niet bedekt te zijn met koraal, omgeven door vissen die niet eens weten wat een vliegtuig is en doen alsof hun thuis iets heel gewoons is. Voor mij is deze B-24, die in 1945 een noodlanding op het water heeft gemaakt nadat één van de motoren niet meer werkte en niet in vaanstand gezet kon worden, iets bijzonders. Ik die niets voel bij het aanschouwen van duizend jaar oude ruïnes, die me niet door historische voorwerpen die nog door die-en-die zijn gebruikt laat verleiden tot nostalgische overpeinzingen, word voor het eerst geraakt bij het aanschouwen van de cockpit van dit verdronken vliegtuig. Hier hebben ze gezeten, hier hebben ze besloten de waterlanding te proberen, liever dan met de parachute boven het oerwoud te springen, met alle kans op verwondingen en elkaar kwijt raken. Ze hebben het overleefd, ze zijn vlak na de noodlanding door een watervliegtuig opgehaald en de vlieger heeft er een, in al zijn feitelijkheid, roerend verslag over geschreven. Hun vliegtuig ligt op de bodem en verandert langzaam maar zeker in een koraalrif.

Obligate foto van stewardess bij vliegtuigmotor. Het zicht was nogal niet zo goed.

En verder… Een prachtig onderwaterlandschap. Meestal erg mooi helder water. Niet vreselijk veel interessants qua vissen. Een hele ontspannen sfeer, die ons ook hier weer toeliet een paar duiken op eigen houtje te maken. En een erg gemengd gezelschap. Zaten we op Lembeh en Bunaken nog tussen Instructor Development Course Staff Instructors en mensen met onderwatercamera’s van achtduizend euro, op de Togian eilanden komen we ook minder ervaren duikers en niet-duikers tegen, vakantiegangers en reizigers uit allerlei landen tegen die deze eilanden hebben opgenomen in een langere tocht en er een paar dagen doorbrengen alvorens door te gaan. De sfeer is uitstekend, en met het verstrijken van de dagen wordt het moeilijker te zeggen: kom, we gaan weer eens verder.

Deze gaan nooit vervelen!

Het wordt ons opnieuw gemakkelijk gemaakt wanneer we horen dat er weer een speedboot terug naar Ampana gaat, waar we op mee kunnen. Voordat het zover is worden we nog uitgenodigd voor het avondeten bij de meer dan vriendelijke (Chinees-Indonesische) familie die eigenaar is van het Kadidiri Paradise Resort waar we de week hebben doorgebracht. Nadat we met ze naar Ampana zijn gevaren worden we opnieuw uitgenodigd, dit keer voor de lunch. We gaan bij ze weg nadat we hebben beloofd dat we een keer langs zullen komen in Surabaya, waar ze een huis aan het bouwen zijn. Warm bad.

Maarre, we moeten weer eens verder.

De pier van Kadidiri: de plek voor zonsondergangen