Er zijn nog plaatsen op aarde waar het internet nog niet is doorgedrongen en waar het ontbreken ervan niet eens als een gemis wordt ervaren. Waar geleefd wordt alsof het internet nooit bestaan heeft. Waar de buitenwereld zich beperkt tot wat bereikbaar is met bootjes die alleen kunnen varen in rustig water. Waar nieuws doorkomt met een vertraging van meerdere weken, als het al doorkomt, want wat ginds, achter de horizon, voorpagina’s en tv-journaals beheerst betekent weinig waar geen voorpagina’s of tv-journaals zijn. Wat er overblijft zonder nieuws, zonder buitenwereld: een leven van hier en nu, waarbij iedere dag lijkt op de vorige en de volgende.

Zeenomadendorp bij het eiland Kaledupa. Het hele dorp is op palen gebouwd in ondiep water op een paar honderd meter van de kust. De meeste foto's bij dit stuk zijn in dit dorp genomen.

Op de eilanden in het zuidoosten van Sulawesi die samen het Wakatobi natuurreservaat vormen hebben zich generaties geleden uit de Filippijnen overgekomen Bajau (die we ook al in Borneo waren tegengekomen) gevestigd naast de meer oorspronkelijke bewoners. De talen verschillen per eiland, zodat bijna iedereen er meerdere spreekt, waarbij het standaard Indonesisch de belangrijkste gemeenschappelijke taal is. Toeristen komen er weinig, wel wordt in de maanden juli en augustus de bevolking van het eiland Hoga vermeervoudigd door de komst van zo’n tweehonderd jongelui: studenten die er onderzoek komen doen en vrijwilligers die komen voor iets wat meer op ecotoerisme lijkt.

We waren geschrokken toen we ons bewust werden van dat aantal, maar uiteindelijk hebben we er niet veel van gemerkt. Verreweg de meesten zagen we in grote groepen op ondiepe plaatsen in het water hangen, bezig met de duikcursus die deel uitmaakte van het aangeboden pakket en waar ze voor betaald hadden. Delen van het rif bleken bezaaid met merktekens van hout of plastic, waarvan sommige overduidelijk waren achtergelaten door onderzoekers die al jaren geleden waren vertrokken. Maar terwijl de vrijwilligers bezig waren met hun cursussen en de onderzoekers wetenschappelijke dingen deden met opgedoken koraalfragmenten en gevangen vissenlarven konden wij duiken op plaatsen waar we ons helemaal alleen konden wanen en waar het rif er onaangeroerd bij lag.

Duiken op en om Hoga is niet van wereldklasse, al hebben we af en toe tussen scholen barracuda’s, trevally, tonijnen en snappers gehangen. Er is niet dezelfde diversiteit als in de meer noordelijke duikstekken van Sulawesi en de faciliteiten zijn duidelijk achtergebleven bij de trekpleisters Bunaken en Lembeh. En daarin schuilt tegelijkertijd een deel van de charme van dit gebied. Wie hier komt kan zich ontspannen. Het kostte ons weinig moeite om te wennen aan een leven waarin geen plaats is voor zorgen of wensen, waar alleen nog dagelijkse gang is. Het was een eenvoudig leven. Vissers controleerden ‘s morgens hun netten en kwamen langsbrengen wat gevangen was, ouderen verzamelden droge palmtakken waarmee vuur gemaakt kon worden. Kinderen hielpen met de huishoudelijke taken. Dode bladeren werden opgeveegd. Uit een waterput werd brak water gehaald om de mandi’s bij te vullen. Stromend water was er niet, electriciteit wel, zij het dat buiten de maanden juli en augustus alleen ‘s avonds de generator twee uur lang wordt aangezet.

De Nederlandse (mede-)manager van het resort was een schat van een vrouw die na vijftien jaar op het eiland dezelfde ‘alles is goed’ sfeer uitstraalde die over het hele gebied hing, en in zekere zin over heel Indonesië. Door haar toedoen zijn er scholen gebouwd waar de kinderen van zeenomaden naartoe gaan, al is er geen geld om de leraren te betalen en zijn mede door de beperkte inzet van hen die vrijwillig lesgeven de vorderingen van de kinderen teleurstellend. De animo is er ook niet echt, want om te vissen hoeft geen zeenomade te kunnen lezen of schrijven. De jongens die de boten met duikers besturen hoeven niet te kunnen lezen of schrijven. De kokkin die dagelijks voor onze drie maaltijden zorgde hoeft niet te kunnen lezen of schrijven. En om iets anders te doen in het leven moet je weg van de eilanden, weg van je familie, weg van alles wat je gekend hebt, zonder dat er enige garantie is dat je iets anders vindt. Wanneer ik naar de bootsman keek met zijn parelende lach kon ik niet met zekerheid zeggen dat hij beter af was geweest als hij naar school was gegaan. In een andere samenleving misschien, waar banen zijn voor mensen die een opleiding hebben, kansen om je toekomst een andere richting te geven als je dat wilt. Maar hier?

De enige foto die niet in het Bajau-dorp bij het eiland Kaledupa werd genomen, maar op het strand van Hoga.

Maar dat zijn de overdenkingen van een wat cynisch ingestelde vijftiger. De Nederlandse (mede-)manager van het resort – ook een vijftiger, maar dan één met een veel jonger hart – doet waar ze in gelooft, vanuit de goedheid van dat jonge hart. Ze probeert de kinderen naar school te krijgen, maar dat is niet alles: ze helpt waar ze kan, met medicijnen, met geld voor een operatie, met luisteren, praten, met betrokkenheid. Met een enthousiasme dat zich niet laat temperen. Ze is ons dierbaar geworden, en het was moeilijk om van Hoga weg te gaan. Charlotte was wel te vinden voor het idee om er binnenkort eens terug te komen om de kinderen wat Engels bij te brengen. Wie weet…

(Alle foto’s bij dit stuk kunnen groter worden bekeken door erop te klikken. Ik geloof dat ik dit nu wel onder de knie heb…)