Na twee maanden in Sulawesi hebben we natuurlijk wel wat Indonesisch opgepikt. Hieronder wat woorden en termen die we zijn tegengekomen of op een gegeven moment nodig hadden en dus onthouden hebben. Meteen een aardige gelegenheid nog even wat herinneringen op te halen. En daar nog wat overgebleven foto’s bij te zetten.

Anak-anak: kinderen. Twee dingen hier: het meervoud wordt gevormd door herhaling, en kinderen… zijn overal. Veel. Jong. Erg geïnteresseerd in buitenlanders, gespitst op het oefenen van de zeven woorden Engels die ze kennen. Ik las ergens dat onder Soeharto iets van gezinsplanning van de grond was gekomen – die moet intussen weer op straat liggen. Begrijpelijk: je kunt mensen vertellen dat ze niet zo veel kinderen moeten hebben, maar wie zorgt er dan voor ze als ze oud worden? En aangezien scholen (in theorie) gratis zijn, maar er geen banen zijn voor wie van school komt, zijn er nog steeds erg goeie redenen om kinderen te hebben die al op jonge leeftijd kunnen gaan werken.

Bir dingin: koud bier. Zelfs Charlotte, die geen bier drinkt, begon het bijna lekker te vinden. Wijn was door de hoge accijns zo duur geworden dat we het nergens zelfs maar hebben kunnen vinden.

Coklat: betekent niet alleen chocola, maar ook cacao. We hadden ons al een poosje afgevraagd wat dat voor bomen waren die we overal zagen en die duidelijk aangeplant waren. De vruchten leken vaag op papaya, maar ze groeiden aan de stam, en de bladeren waren heel anders. Cacao dus. Coklat. De ‘c’ wordt in het Indonesisch/Maleis altijd uitgesproken als een ‘tsj’.

Cuka: azijn. Nodig om op de heftig jeukende beten van de gonone (kleine vliegende insecten) te smeren, om de jeuk wat te verlichten. Naar schatting vierhonderd beten opgelopen in Batuputih in het noordoosten van Sulawesi. Charlotte had ze niet, dacht ze – totdat de bulten een week later bij haar alsnog kwamen opzetten. En toen liep zij de winkels af op zoek naar cuka.

Dokter gigi: geen stripfiguur, maar een tandarts. Gigi is tand, dokter is…

Habis: op. Vaak gezien en gehoord. Bensin habis, sorry, er is even geen bezine meer. Bij de apotheek: heppu ook paracetamol? Habis. Gelukkig is er altijd wel een Chinese winkel in de buurt die wel nog van alles heeft.

Impotensi: krijg je van te veel roken. Althans, dat staat overal onder reclameboodschappen (boodschappen? wat een eufemisme!) voor sigaretten. Maar het maakt niet de minste indruk. De doelgroep van de waarschuwing blijft stug doorgaan, terwijl we vrouwen niet of nauwelijks hebben zien roken.

Istri (ook wel geschreven als isteri): echtgenote. Niet moeilijk te onthouden. Suami is trouwens de mannelijke tegenhanger.

Jalan-jalan: rondkijken, rondlopen. Op de standaard vraag van onbekenden die we passeerden: waar ga je naartoe? was dit ons standaard antwoord. Werd altijd ontvangen met een begrijpende hoofdknik.

Jam, menit, meter, kilometer: bestaat geen goeie vertaling voor. Woordenboeken zeggen: uur, minuut, meter, kilometer. Maar dat klopt niet helemaal. Buitenlanders komen vaak met vragen die beginnen met ‘hoe laat’, ‘hoe lang’, ‘hoe ver’ of ‘hoe hoog’. Indonesiërs, niet gewend aan zulke vragen, gebruiken in hun antwoord woorden die we denken te begrijpen, maar die in werkelijkheid van alles kunnen betekenen. Tien minuten kan gemakkelijk uitlopen tot twee uur, dertig kilometer kunnen er vijf zijn, of honderd.

Dat doet me denken aan het volgende: borden met snelheidslimieten (in km/jam) hebben we niet gezien. Begrijpelijk, want in auto’s worden snelheidsmeters meestal aan het zicht onttrokken door sigarettenpakjes, dozen zakdoekjes e.d. die ervoor geplaatst worden, en… de wegen zijn op veel plaatsen zo slecht dat niet harder dan stapvoets gereden kan worden. En dat is maar goed ook. Bij het zien van het rijgedrag is de overtuiging gegroeid dat een plotselinge verbetering van de wegen een spectaculaire stijging van het aantal verkeersdoden met zich mee zou brengen.

Kaki: voet. Op je blote kakkies, dat soort voet. Jalan kaki betekent (het) lopen, iets waar vooral Europeanen van houden. Beetje vreemd, want Europeanen kunnen toch makkelijk een auto betalen? En anders minstens een brommer.

Matahari: zon. Mata is oog, hari is dag. Oog van de dag dus. Mata-mata (ogen) betekent spion. Matteklap (weet niet zeker of dit de goeie Nederlandse spelling is) komt voor zover ik kan nagaan van mata gelap, donkere ogen. En mata kaca gelap (kaca betekent glas) is: zonnebril.

Mister: strikt genomen geen Indonesisch woord, maar het werd ons overal toegeroepen. Charlotte kreeg er een beetje genoeg van overal mister genoemd te worden, dus ze begon mensen te verbeteren: nonono, I am mrs, you are mister. Werd meestal met o ja – gelach beantwoord. Maar heel Indonesië opvoeden bleek niet haalbaar.

Mobil, oto: auto. Het eerste woord is Indonesisch, het tweede hoorden we in het noorden van Sulawesi. Kereta is het Maleisische woord, maar ook het Indonesisch kent dat in de betekenis van ‘wagen’. Kereta api (letterlijk: vuurwagen) is trein. Zo betekent in het Japans densha (trein) letterlijk ‘electrische kar’, en jidousha (auto) letterlijk ‘zelfbeweegkar’ – automobiel dus. In het Thais is rot fai (letterlijk vuurwagen) trein, fai fa (letterlijk ‘hemelvuur’) electriciteit, en rot fai fa (letterlijk hemelvuurwagen) electrische trein. Ik dwaal af.

Musik. Niet weg te denken uit het dagelijks leven. In het noorden van Sulawesi wordt de gemeenschappelijke lucht gevuld met volksmuziek die één huis het hele dorp in slingert. In heel Sulawesi klinkt om vijf uur ‘s morgens stichtelijke muziek en gebed uit luidsprekers vanuit kerken, of Arabisch gejengel uit moskeeën. Hotelgasten kunnen hier en daar niet slapen vanwege de karaoke die ‘s avonds om de hoek blijkt te zitten en waar iemand die niet kan zingen dat toch doet, en hard ook. Busjes die de straten van grotere dorpen doorkruisen produceren soms bassen die je borstkas in staande trilling brengen, en snerpend gezongen s-en die je doen beseffen waar je zoal merg en been hebt. Op de meest afgelegen plaatsen, in het openbaar vervoer, overal dus, is er wel iemand die muziek aan heeft staan op zijn mobiele telefoon. Meestal hoor je er meerdere tegelijk. ‘s Avonds komen mensen bij elkaar om op zelfgemaakte instrumenten muziek te maken. Muziek is overal.

Pintar: wat mensen zeiden als we meer dan twee woorden Indonesisch achter elkaar gebruikten. Betekent ‘goed’ in de zin: je spreekt goed Indonesisch. De gelijkenis met ‘pienter’ kan niet toevallig zijn, het klinkt ongeveer hetzelfde. Het lijkt erop dat het Indonesisch dit woord van ons heeft overgenomen.

Terang bulan: iedere keer als we dat op kraampjes langs de weg zagen staan, speelde het lied door mijn hoofd dat Rutger Hauer tijdens een ontgroeningsscène zingt in ‘Soldaat van Oranje’, met een pan soep omgekeerd op zijn hoofd. Het betekent letterlijk ‘heldere maan’ en blijkt inderdaad de titel te zijn van een van oorsprong Frans lied dat in de oost bekend werd in een Indische versie. De melodie ervan is tegenwoordig nog terug te vinden in het Maleisische volkslied. O, en terang bulan is ook… een soort dikke, vaak met zoetigheid gevulde pannenkoek.

Uang kecil, uang pas: kleingeld, gepast geld. Maak je mensen erg blij mee, want wisselgeld is niet altijd voorhanden. Het is zaak altijd een handvol van die groezelige, verfrommelde briefjes bij je te hebben waar bedragen met drie nullen op staan. Kleingeld, dus. Eén euro is ruim twaalfduizend rupiah.

Bovenstaande lijst is natuurlijk erg beperkt. Sommigen zullen misschien meer hebben aan zinnen die in het phrasebook staan dat we bij ons haddden, zoals: ‘mag ik hier mijn kind de borst geven?’ of (wat de tandarts je achterna kan roepen) ‘wacht, ik ben nog niet klaar!’…