O ja, dat was ook zo – die noodtoestand. Een paar weken geleden werd immers blij aangekondigd dat die na vier decennnia eindelijk herroepen ging worden. Waarom bestond die eigenlijk nog?

Nou. Zo’n noodtoestand, daar moet je niet te zwaar aan trekken. Eerlijk gezegd kregen zowel in de Maleisische als in de buitenlandse media andere aspecten van de toespraak van de Maleisische premier Najib Tun Razak meer aandacht. Althans de eerste paar dagen, en daarna werd het stil.

Het is waar dat de noodtoestand niet zo heel veel heeft gedaan wat ‘ontdaan’ moet worden. Ja, goed, zodra die werd afgekondigd kregen parlement en politie bijzondere bevoegdheden en werd het grootste deel van de grondwet buiten werking gesteld. Kleinigheden, eigenlijk. Zeker als je bedenkt dat die extra bevoegdheden de laatste tijd nauwelijks zijn ingeroepen, en de grondwet, geldig of niet, grotendeels de rechten van de burger en de plichten van de regering is blijven aangeven. Iets minder geruststellend als je bedenkt dat je burgerrechten worden gewaarborgd, niet door een grondwet, maar door een politiek sentiment, en politieke berekeneningen.

Waar het hoofdzakelijk om gaat is de alom verguisde ISA (Internal Security Act). De eerste versie van deze wet die het zonder aanklacht vasthouden van verdachte figuren toestond wanneer het voortbestaan van de staat op het spel stond was nog door de Britten uitgevaardigd in 1948, maar de huidige versie van die wet stamt uit 1960, drie jaar nadat Maleisië onafhankelijk werd. De in de plaatselijke pers uitgesproken referenties aan het afschaffen van een overblijfsel van de koloniale overheersing waren dus wel heel gemakkelijk te weerleggen.

De ISA was, volgens de toenmalige machthebbers, uitsluitend bedoeld als wapen tegen de in die tijd gevreesde en verfoeide communisten, en zou nimmer worden ingezet tegen ‘legitieme politieke tegenstanders’. In werkelijkheid zijn veel politici voor kortere of langere tijd vastgehouden omdat ze iets te openlijk van mening hadden verschild met de heersende partijen. Ja, dat is logisch: wie zich kritisch opstelt ten opzichte van de regerende partijen brengt de stabiliteit van het land in gevaar en moet uit het openbare leven verwijderd worden. Wie zou het daar nou niet mee eens zijn.

Welkom in de moderne tijd. De regering heeft ingezien dat de Internal Security Act een fossiel uit een nooit meer terugkomend verleden is. Hm.

Eerste kanttekening: er werd meteen bij gezegd dat deze ISA vervangen zou worden door twee nieuwe wetten. Maak je geen zorgen, lieve burgers, we laten jullie wel weten wat deze nieuwe wetten inhouden. Te zijner tijd. Yougottabekidding! Hoe weten we wat die wetten gaan inhouden? Nou, eh, je hoort het wel. In maart komend jaar of zo, want daar is tijd voor nodig. Wat scheelt is dat parlementaire debatten, die in Europese democratieën nog wel eens onnodige vertragingen kunnen veroorzaken, dat in dit Aziatische land niet zullen doen, want de regering heeft een meerderheid in de kamer – een trouwe meerderheid.

Tweede kanttekening: premier Najib heeft ongetwijfeld een strategie voor de verkiezingen, waarvan wordt verwacht dat hijzelf die begin komend jaar (in maart, vlak voordat die nieuwe wetten ‘klaar’ zijn?) uitgeschrijft. Hij staat niet bekend als een daadkrachtig politicus en zijn partij komt de laatste tijd meer en meer onder vuur, dus hij moet iets doen. Maar wat? Nou, wat dacht je van dit: hervormingen aankondigen waarvan velen al jaren zeggen dat ze nodig zijn, en de uitvoering ervan (of niet) vertragen tot na de verkiezingen?

Als rechtvaardiging voor het hebben van noodwetten wordt aangevoerd dat ook de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wetten hebben die het zonder aanklacht vasthouden van mensen die worden verdacht van terroristische activiteiten mogelijk maken. Terroristische activiteiten, ja. Er wordt achteloos aan voorbijgegaan dat die landen een doelwit vormen voor extremisten en bovendien wat ingebouwde controlemechanismen kennen: een min of meer vrije pers, een onafhankelijk werkend parlement, en rechters die zich niet de wet laten voorschrijven.

Andere wetten die op de schop gaan: de Banishment Act en de Restricted Residence Act, die hoofdzakelijk gaan over de rechten van illegale buitenlanders, en de Printing Presses and Publications Act. Die laatste verplicht kranten en tijdschriften jaarlijks een nieuwe vergunning aan te vragen om te mogen blijven verschijnen. Wetend, natuurlijk, dat als ze hebben bericht op een manier die de regering niet welgevallig is, die vergunning niet wordt vernieuwd.

Dit is terug te vinden in de berichtgeving van het dagblad The Star, in handen (zoals de meeste dagbladen) van één van de regeringspartijen. Een redactioneel artikel zei over de voorgestelde hervormingen:

No previous government has been as courageous in going as far to throw off these shabby vestiges of colonialism [!] and roll back their musty Third World anachronisms.

We must give credit where it is due, and due credit must go to [premier] Najib’s leadership for these bold, progressive and enlightened measures.

‘Emeritus Professor of Law’ Shad Saleem Faruqi vergelijkt in een commentaar in dezelfde krant (met de titel ‘A new dawn beckons’) de toespraak van de Maleisische premier met Martin Luther King’s ‘I have a dream’ speech.

De wet op de pers die heeft geleid tot dit soort hoogdravende hielenlikkerij zal worden vervangen door een wet die dagbladen vergunningen verleent die in principe geldig blijven – totdat ze worden ingetrokken.

Tel uit je winst.

De consensus is intussen, zowel voor de Internal Security Act als voor de Printing Presses and Publications Act: eerst zien wat ze ermee doen, dan geloven dat ze het goed bedoelen. Er is geen reden om nu al blij te zijn. Het blijft een politiek spel, het spel van de enen en de anderen. De enen blij maken, zonder de anderen van je te verwijderen. ‘Het volk dienen’ om er zelf beter van te worden. Niets nieuws.

De Maleisische premier Najib vergelijken met Martin Luther King jr. lijkt op dit moment wat voorbarig.