Politiek gezien is Nederland een saai land. Waarden die het leven van de politicus aantrekkelijk zouden kunnen maken, zoals ‘zorgen voor je eigen kring’, ‘profijt trekken van je positie’ en ‘de ene hand wast de andere’ zijn er al generaties geleden verklaard tot ‘niet beschaafd’, en verbonden met ‘dat soort landen’. Volksdienaren hebben te maken met de Balkenende-norm en belangenverstrengelingen. De pers en het volk kijken mee over hun schouders om te zien of ze zich aan de regels houden, op eigen voordeel rust een taboe. Wat valt er dan voor iemand die een beetje creatief is in de politiek te halen?

Hoe anders werkt dit in Zuidoost-Azië! Zuidoost-Azië is niet saai. O nee.

In Zuidoost-Azië bestaan er zoveel manieren om van een overheidsbaan een hele lucratieve bezigheid te maken, zoveel manieren om de controle daarop te laten mislukken, zoveel manieren om door gemanipuleerde verkiezingen je daden een schijn van volkslegitimatie te geven, dat je je niet kunt voorstellen dat iemand met ambitie iets anders zou willen dan – volksvertegenwoordiger worden.

Niet iedereen is daar even handig in. Ook om een goeie dief te worden is talent, toewijding en geduld nodig.

In Thailand speelt op het ogenblik een zaak die gewoon heel knullig uit de hand is gelopen. De staatssecretaris van transport woonde de bruiloft van zijn dochter bij toen er in zijn huis werd ingebroken. Over de buit die bij die inbraak werd meegenomen bestaat geen zekerheid, maar de politie gaat er op basis van verklaringen van de meteen na de inbraak ingerekende ‘verdachten’ van uit dat er zakken en dozen vol met bankbiljetten ter waarde van meerdere miljoenen euro’s zijn verdwenen. Er zijn intussen verbanden gelegd tussen dat geld en de aanbesteding van wat infrastructuurprojecten waarbij die staatssecretaris betrokken was, maar de minister heeft naar eigen zeggen op het ministerie een onderzoek ingesteld en geen onregelmatigheden gevonden. Dus hou die staatssecretaris maar ondersteboven, kijk wat er verder nog uit zijn zakken valt, maar verder is er echt geen onderzoek nodig, hoor. Eén rotte appel, maar de mand is gezond.

In Maleisië, tegelijkertijd, iets op soortgelijke schaal. Wel iets brutaler. Een paar jaar geleden werd besloten dat het land minder afhankelijk moest worden van de import van buitenlands rundvlees. Hoe kon dat bereikt worden? Door met staatssteun een bedrijf op te zetten (natuurlijk onder leiding van Maleiërs) dat runderen zou importeren uit Australië, die dieren zou vetmesten en ze daarna zou slachten. De daarmee verbonden contracten werden toegekend aan het gezin van de minister van vrouwen- en gezinszaken. Haar echtgenoot en haar drie kinderen vormden vanaf het begin de top van het bedrijf, dat tot op heden de beoogde doelen op geen stukken na heeft gehaald en alleen maar verlies draait. Geen wonder: echtgenoot en kinderen hadden geen enkele ervaring in het werk dat ze aannamen.

Wat op een gegeven moment ging opvallen: van de miljoenen subsidie die het bedrijf kreeg verdween een groot deel naar doelen waarvan niet onmiddellijk duidelijk was hoe de bedrijfsvoering daar profijt van kon hebben: woningen, een Mercedes, reizen voor privé-doeleinden. Maar de regering sloot meteen de rijen om de verdachte minister, die zelf vanaf dat moment geen uitspraken meer deed, behalve: laten we vooral niet toegeven aan hysterie. Intussen wordt geroepen dat ze uit eigen beweging moet terugtreden. Begrijpelijk, want haar positie wordt onhoudbaar, maar als ze door haar eigen partij wordt gedwongen af te treden zou ze zo maar allerlei collega’s mee kunnen slepen in haar val, en dat brengt alleen maar onrust met zich mee, dat wil natuurlijk niemand.

Het is eigenlijk al een klein wonder dat zoiets aan het daglicht komt. De media zijn in handen van de overheid en berichten alleen dat er van de vermeende malversaties niets waar is, daarbij de betrokkenen zelf citerend. Ook andere controle-instanties, tot en met de rechterlijke macht, zijn sterk afhankelijk van de overheid voor hun voortbestaan en gaan dat voortbestaan dus echt niet in de waagschaal leggen. De parlementaire oppositie kan alleen roepen dat ze iets ontdekt hebben wat het daglicht niet kan velen, maar een parlementaire minderheid heeft geen tanden. De enige manier waarop dit aan gewicht kan winnen is via het internet.

En dat biedt hoop. Anders dan in de omringende landen wordt in Maleisië het internet niet of nauwelijks gecensureerd.  Sites die openlijk kritiek leveren op de regering blijven in de lucht. In de papieren kranten wordt nog steeds geschreven wat de regering wil laten horen, maar de kranten worden al nauwelijks meer serieus genomen. Wie wil weten wat er gebeurt volgt blogs van kritische, vaak in het buitenland wonende, Maleisiërs.

En zo komen we op het volgende verhaal. Het voorgaande was nog prutswerk, maar wat nu volgt is een voorbeeld van naar een hoog niveau gebrachte graaikunde. Iedereen met serieuze kleptocratische ambities zou dit geval tot verplicht studiemateriaal moeten maken.

Clare Rewcastle-Brown, geboren en getogen in Sarawak, is vanuit London al jaren in het geweer tegen de vernietiging van het oerwoud in haar geboorteland. Zij heeft onderzoek gedaan en is ongeveer gelijktijdig tot dezelfde conclusies gekomen als de Zwitserse niet-gouvernementale organisatie het Bruno Manser Fonds:

Het hoofd van de regering in de Maleisische deelstaat Sarawak, die al dertig jaar de regering leidt en al dertig jaar tevens de minister van financiën van de staat is, en de minister van grondstoffen – stel je dat voor… dat is toch een fantastische uitgangspositie voor iemand met ambitie?

… nou die dus, die heeft in die dertig jaar de opbrengst van houtkap, palmolieplantages, oliewinning, vastgoed en een cementmonopolie verdeeld in internationale investeringen waarin hijzelf en zijn naaste familieleden bij elkaar goed zijn voor enkele miljarden euro’s.

Ik zeg wel: stel je dat voor, maar het is eigenlijk onvoorstelbaar. Alle mogelijke controlemechanismen hebben al dertig jaar gefaald. De pers heeft niets te zeggen. Een wet van openbaarheid van bestuur bestaat niet. Verkiezingen brengen altijd weer dezelfde mensen aan de macht. De federale overheid kan het echt niet hebben dat de sinds de onafhankelijkheid durende alleenheerschappij, waarbij Sarawak als grote staat een belangrijke plaats inneemt, op losse schroeven komt te staan, en staat dus achter de man die ‘too big to fail’ is geworden. Als Sarawak valt is het einde zoek.

Dat Zwitserse Bruno Manser Fonds is vernoemd naar een Zwitserse antropoloog die opkwam voor de Penan, een nomadisch volk dat door het verdwijnende oerwoud in zijn bestaan werd bedreigd. Elf jaar geleden verdween hij spoorloos in het oerwoud dat hij had willen helpen behouden. Het Fonds heeft de resultaten van eigen onderzoek o.a. aanhangig gemaakt bij de Zwitserse financiële toezichtsorganisatie Finma, dat daarop een eigen onderzoek is begonnen naar de financiën van de baas van Sarawak. Je kunt een Zwitser niet zomaar ongestraft laten verdwijnen. Dat kleine detail wordt misschien nog wel de nagel aan de doodskist van iemand die toch dertig jaar lang zijn talenten heeft kunnen ontplooien. Dertig jaar!

Ook daarom is Zuidoost-Azië een fascinerend deel van de wereld.