(Lang niets meer geplaatst, hè. Toch ergens weer beginnen – hier dus.)

‘Kunnen jullie even allemaal naar hiernaast gaan, want ik kan het zo niet meer overzien’, vroeg het meisje in een soort Engels. De grond lag bezaaid met huurski’s, stokken en schoenen die teruggebracht werden. De tieners en volwassenen die tot dan de kleine ruimte hadden gevuld werden door de alfa-vrouw in het Nederlands naar de iets grotere ruimte ernaast gedirigeerd.

Ik bleef in die grotere ruimte buiten de deur staan wachten op mijn beurt om de ski’s die ik een dag lang had uitgeprobeerd terug te brengen.

‘Ga daar maar staan’, zei de alfa-vrouw in het Nederlands tegen de rest, eraan toevoegend: ‘deze meneer heeft kennelijk haast’. Heel even vroeg ik me af over wie ze het kon hebben, maar het kon niemand anders zijn dan ik. De enige andere aanwezige was later binnengekomen en stond achter me te wachten op zijn beurt. Maar ik verstond geen Nederlands en werd niet aangesproken, dus ik bleef staan, op een plaats waar ik niet in de weg stond maar waar ik wel herkend zou worden als volgende in de rij. Na de Nederlandse groep uiteraard, want die werd nu geholpen.

Er klonken wat protestgeluiden op, en de alfa-vrouw zei nog eens hardop: ‘ja jongens, ik weet het, maar deze meneer heeft kennelijk héél veel haast’. Een stem ergens achter me opperde: ‘zal ik er zo gewoon vóór gaan staan?’, en dat voorstel vond algemene instemming. Er kwamen wat gedachten bij me op.

Terwijl de alfa-vrouw doorging met het aanwijzen van de spullen die in de kleine ruimte op de grond lagen wachtte ik op mijn beurt. Het Franse meisje dat alle huurspullen terugnam probeerde het te volgen: ‘dus dit zijn de schoenen van …?’ Ze sprak de namen niet altijd goed uit maar werd daarbij consequent gecorrigeerd. ‘Dus waar zijn nou de schoenen van …?’ ‘Die komen zo, hij is even de auto aan het wegzetten’. Er kwamen nog wat gedachten bij me op.

Het Franse meisje had gedaan wat ze voor hen kon doen, en besloot in afwachting van de skischoenen van de autowegzetter mijn ski’s in te nemen. Dat was in een mum van tijd gebeurd, en ik liep langs de groep die nog steeds stond te wachten op het laatste paar schoenen dat moest worden ingeleverd. ‘Ik wil voortaan alleen dure ski’s, en dure schoenen’, klonk het ergens.

Buiten vulde ik mijn longen met koude avondlucht. Het was intussen zachtjes begonnen te sneeuwen.