Achteraf (twee dagen later) bijgevoegd plaatje van zelf en omgeving

Wel een uur heb ik net naar buiten zitten kijken. Het sneeuwt, en dat doet het al de hele dag, en vannacht sneeuwde het ook al. Na twee weken lang prachtig maar ijzig weer (‘s morgens een graad of twintig vorst, ‘s middags tien graden ‘warmer’) is minder stabiel weer teruggekeerd, en dat betekent: hogere temperaturen en nieuwe sneeuw. Het is net zoiets als een haardvuur of een aquarium: je kunt er heel lang naar kijken, naar een decor dat niet verandert maar waarin van alles constant in beweging is, dat is heel rustgevend. Wie wil mediteren doet er goed aan naar dwarrelende sneeuwvlokken te gaan kijken. Vanuit een goed verwarmde kamer, natuurlijk.

Er was trouwens nog een reden om zo lang naar buiten te kijken. Aan de overkant van de straat stond een Engelse BMW X3, zo’n auto met vierwielaandrijving, waar ijverig geprobeerd werd sneeuwkettingen om de achterwielen te leggen. Die kettingen zagen er heel technisch uit, je weet wel, van die nieuwe die zo ontworpen zijn dat je ze in een handomdraai om je wielen kunt hebben. Maar dan moet je wel weten hoe het moet. Ik zag hoe de gebruiksaanwijzing werd geraadpleegd, keer op keer. En ik verbaasde me erover dat er mensen komen skiën in een auto met vierwielaandrijving, maar dat ze er niet aan denken winterbanden te laten monteren. Want dan heb je helemaal geen kettingen nodig. Het heeft iets zieligs, kettingen om de wielen van een X3. Vooral als je ziet hoe lang daar voor nodig is. En winterbanden zijn niet alleen in de sneeuw nuttig.

Na een uur ploeteren hadden ze de zaak voor elkaar en konden ze gaan rijden. Waar naartoe? Hun parkeerplaats in, een heel licht hellinkje op, over een afstand van, nou, wat zal het zijn, een meter of tien, hooguit vijftien. Dat was het. En morgen zullen ze de kettingen er weer af moeten halen, want dan zijn alle wegen schoon, en wie op schone wegen blijft rijden met sneeuwkettingen, die doet hoofden draaien, want iedereen hoort het geratel en iedereen wil zien wat voor kenteken daar voorbij komt, waar die grappenmaker vandaan komt die op een schone weg met sneeuwkettingen rijdt.

Dit alles herinnert me aan die dag, een paar weken geleden, dat het in Nederland sneeuwde. Heuglijke dag, de NS is er nog steeds niet van hersteld. We konden het volgen op de tv. Ironie van de tijd waarin we leven, we krijgen onze tv-beelden via de ruimte binnen, dus we zien wat er in het vaderland op duizend kilometer afstand gebeurt, niet wat in het volgende dal plaatsvindt, of in de rest van het land. In het vaderland had het gesneeuwd en was de ontreddering van ontredderende proporties. We zagen beelden van auto’s die niet voorwaarts bewogen maar, vreemd, hooguit zijwaarts. Of die helemaal niet bewogen, ook al draaiden de wielen. Machines die maar één beweging kennen, en, niet in staat tot begrijpen, die beweging blijven uitvoeren ook al sorteert die geen enkel effect meer.

Dat komt, zei toen Old Shatterhand,
Omdat gij de winterband niet kent.

Ik kijk, en ik verbaas me.
Al zou niets me meer moeten verbazen.

Ook niet de geblondeerde losbol uit Limburg die een meldpunt voor foutlanders instelde. Het moet toch zo langzamerhand wel duidelijk zijn. Wie bij de vorige verkiezingen voor de tegenpartij heeft gestemd kan nog zeggen dat dat een geintje was. Wie dat bij de volgende verkiezingen opnieuw doet kan niet meer serieus genomen worden. Tot zover mijn betrokkenheid bij de gebeurtenissen in het vaderland.

Wat vooral bij ons speelde, de afgelopen weken:

Bij de grote sneeuwval van een paar weken geleden had het stevig gewaaid, wat had geleid tot een dik, nogal zwaar sneeuwdek waarin je weliswaar erg veel plezier kon hebben maar waarin je wel moest werken. Charlotte en ik begonnen op de eerste dag na de sneeuwbuien aan een mooie, niet geprepareerde afdaling; haar linkerknie kon er niet tegen. Het was een zwakke plek: twee keer eerder geopereerd, vaker last aan gehad, en nu – niet goed. Een röntgenfoto liet zien dat er problemen waren maar bevatte te weing informatie. Een MRI, een paar dagen geleden gemaakt, deed de radioloog zeggen: u heeft een knie waar van alles mis mee is, ik zou een paar maanden rust houden en daarna opnieuw een MRI laten maken. Charlotte’s vader, zelf gepensioneerd radioloog, besprak de foto’s met een collega, die nogal vernietigend nieuws had: plaatselijk kraakbeen verdwenen, zeker niet skiën de komende maanden, misschien wel helemaal nooit meer. Kraakbeen herstelt zich niet, dat kan alleen erger worden. Ze heeft de knie van iemand die veel ouder is, en dus kan ze beter gaan doen wat veel ouderen doen: geen sport meer.

Geen skiën. Geen fietsen. Geen aerobic. Geen bergwandelen, geen – wat eigenlijk wel? Dat, dus, houdt ons bezig. En dan is het rustgevend naar de vallende sneeuw te kijken, en naar tobbende Britten. Die trouwens na hun succesvol verlopen actie opgewekt het dorp in liepen, ongetwijfeld om te vieren.