Even een week ertussenuit, even terug naar Penang. Charlotte kan zich intussen heel goed redden, en ik had zin in wat afwisseling.

Er zijn van die kleine dingen die je niet mist maar die, wanneer ze zich voordoen, een glimlach van herkenning kunnen oproepen. Zoals het ijle geluid van het bronzen klokje waarmee de onderbuurvrouw, een Indiase, door haar huis loopt, en buiten. Ze tingelingt urenlang met dat belletje, het zal wel zijn om kwade geesten af te schrikken of zo. Dat hoort bij het huishoudelijk werk. Het getingel wordt meestal gevolgd door de geur van wierook, die lang blijft hangen en prettig aandoet.

Indiërs hebben van die zekerheden die voor ons niet zo zeker zijn. Een andere vrouw van Indiase afkomst vertelde me laatst dat haar vijftienjarige dochter nog tegen haar had gezegd: ik hoop dat je later een goede man voor me uitzoekt, ik vertrouw je dat wel toe; ik ben zelf te jong om te weten wie goed voor me is. ‘Dat geloof je toch niet?’, had de moeder van het meisje gezegd, ‘dat dat tegenwoordig nog kan? Mooi, hè?’

Ze vertelde ook dat het zorgen voor een voorspoedig leven voor het kind al vroeg begint. Na de geboorte van haar dochter was een astroloog geraadpleegd, die aan de hand van de combinatie geboortedatum en -tijdstip met een getal was gekomen dat bijzonder gunstig voor haar zou zijn. Haar naam kon toen worden bepaald, zodanig dat de letters van de naam, vertaald in cijfers, als uitkomst het door de astroloog bepaalde getal opleverden.

Terug naar de onderburen: vorig jaar, toen we toevallig over de balustrade leunden en zij ook, en we daardoor voor het eerst in gesprek raakten, hadden ze ons nog uitgenodigd om deepavali bij ze te komen vieren, wat vlak daarna zou beginnen. We hadden toen al plannen gemaakt en vliegtickets gekocht om te gaan duiken, anders waren we zeker gegaan.

Soms komen er minder vreedzame geluiden uit hun woning naar boven. Via de altijd open deur is dan te volgen hoe ze elkaar met luide stem voor rotte vis uitmaken, urenlang. Althans, dat moet het zijn. Welk stel zou elkaar toeschreeuwen hoeveel ze van elkaar houden? Zo hard als ze kunnen? Urenlang?

Onze Chinese buurman komt dan ook even naar buiten, niet om tussenbeide te komen, maar gewoon om even onopvallend poolshoogte te nemen. Van de Indiërs in zijn kerk, zegt hij, slaat negentig procent zijn vrouw. Maar bij de onderburen hebben we nooit iets gehoord dat klonk als ‘man slaat vrouw’. Die schreeuwen alleen maar naar elkaar. Urenlang, dat wel. Dat zul je de Chinese buren niet horen doen. Nooit.

Ik kijk af en toe naar Maleise tv, wanneer ik genoeg heb van de vaak schreeuwerige (ook al…)  programma’s die op zenders als Discovery, National Geographic, History Channel en Animal Planet worden uitgezonden. Franstalige, spaanstalige of welke anderstalige zenders dan ook zijn niet te ontvangen, en filmzenders als HBO, StarMovies en zelfs Sundance Channel zenden nooit iets uit dat de moeite waard is. Kookprogramma’s zijn nog wel eens aardig, al komt er om de tien minuten een pauze gevuld met previews (voor-beelden?) van andere programma’s waarvan ik me niet kan voorstellen dat iemand ze wil zien.

Dan is Maleise tv een manier om wat van het Maleis op te pikken. Maar opeens wordt het programma waar ik naar kijk midden in een zin onderbroken, en komt ervoor in de plaats wat gejengel, begeleid door beelden van voeten wassende mannen. Het is tijd voor het avondgebed. Wanneer dat voorbij is volgt een reclameblok waarin op jaren-vijftig-achtige wijze produkten als wasmiddel en instantnoedels worden aangeprezen, en ik vraag me af: waar betaal ik eigenlijk de maandelijkse bijdrage aan het satelliet-tv bedrijf voor? Is tv niet eigenlijk iets van de vorige eeuw?

Het antwoord is natuurlijk: inderdaad sukkel, had je dat nog niet door? Naarmate de tv-schermen mooier worden wordt alleen maar duidelijker hoezeer datgene wat erop vertoond wordt eigenlijk helemaal niet de moeite waard is. Steeds mooier beeld, steeds minder reden om ernaar te kijken.

Respijt komt van niet ver weg. Gisteren ontdekte ik in de buurt een kraampje waar in bananenblad geroosterde, met vis, kokos en pepers gevulde kleefrijst verkocht wordt. En een aantal van de Maleise kuih (zoete snacks, vaak van gestoomd rijstmeel en met ingrediënten als kokos, palmsuiker, tapioca of banaan), die we zelden vinden. En karipap (van het Engelse curry puff, waarbij, zoals bekend, het woord curry ook al een verbastering was) zoals ze horen te zijn, maar zoals je ze zelden tegenkomt: knapperig van buiten, pittig en vol smaak van binnen. Twee Maleise vrouwen, die geen woord Engels spreken, maar hier hun kampungkennis te baat maken op een plek die niemand bij zijn goede verstand zou uitkiezen: langs een drukke weg waar geen plek is en geen reden om te stoppen voor een onooglijk kraampje, en waar toch, op de één of andere manier, mensen langskomen en stoppen. Ik ben erg blij met deze vondst.

De volgende ochtend wordt zelfs mijn vertrouwen in de tv hersteld. Een Maleise die een reeks op natuurgeneeswijzen en islamitische principes gebaseerde schoonheids- en gezondheidsprodukten op de markt brengt is uitgenodigd om daar wat meer over te vertellen. Dankzij haar website, die met een woordenboek in de hand iets (iets…) beter te volgen is heb ik begrepen dat er in het programma een kwartier lang gesproken is over een poeder dat, opgelost in thee, ‘s avonds op het lichaam aangebracht en de volgende ochtend afgespoeld, werkt tegen pukkels en hinderlijke lichaamsgeur. Maar dat is niet alles: ook mensen die hun aura kwijt zijn of onder de invloed verkeren van het Boze Oog, zwarte krachten en wat dies meer zij, kunnen ermee geholpen worden. Waarbij moet worden toegelicht dat die laatstgenoemde verschijnselen kennelijk ook de oorzaak kunnen zijn van de eerste twee. Kijk, dat soort dingen, dat weten wij gewoon niet, hè.

Intussen is het warm. De bewakers bij de poort van het appartementengebouw gooien emmers water leeg om hun bewakershuisje heen, om te zorgen dat door verdamping de temperatuur plaatselijk wat daalt. Het is de eerste keer dat ik ze dat zie doen.

Tot zover Penang.