Ik heb het geloof ik niet helemaal goed gedaan. Wie gaat er nou ook voor Thaise les naar Patong, op het eiland Phuket, en dan ook nog in de regentijd? Nou ja, dat valt eigenlijk nog best te verdedigen, dat wel.

Om te beginnen die regentijd. Ja, in deze tijd van het jaar heerst de zuidwestmoesson, dat is bekend en dat weet ik uit eigen ervaring. De krantenberichten van de afgelopen week bevestigden het: een week geleden stonden delen van het eiland blank omdat het regenwater niet snel genoeg kon worden afgevoerd. Een paar dagen later zonk een boot die toeristen van Phuket naar Koh Phi Phi had moeten brengen in wat ‘een abnormaal ruwe zee’ werd genoemd. Het kan tekeer gaan. Maar ik was toch al niet van plan veel tijd buiten door te brengen, mijn plan was Thais leren, volgens het beproefde recept van vier uur per dag, vijf dagen per week. Dan is het laagseizoen best wel geschikt. In de twee dagen dat ik er ben heeft het trouwens nog niet geregend.

En dan de keuze van de locatie. Patong is een circus, van het soort dat geschapen wordt door en voor toeristen. Het is voor Europeanen wat verder vliegen dan de Spaanse costa’s of Kos, om maar wat te noemen, en voor Australiërs wat verder  dan Kuta en Legian (op Bali), maar het is uit hetzelfde hout gesneden. Circus. Aan de andere kant is het ook een plaats met infrastructuur. Een talenschool waar intensieve cursussen gegeven worden bijvoorbeeld, het hele jaar door. Culinaire infrastructuur ook: Patong trekt Europeanen, Arabieren, Perzen, Indiërs, Australiërs – en vanuit al die streken zijn restaurateurs overgekomen die hun specialiteiten aanbieden. Authentiek Thais eten is er een beetje door verdrongen, maar is, wat verder van het strand verwijderd, zeker nog te krijgen. Alleen Bangkok heeft verder soortgelijke voorzieningen voor talen en eten, maar Bangkok is druk en heeft geen zee.

Dus terwijl Charlotte plannen maakte om naar Nederland en Spanje te gaan, gingen mijn gedachten uit naar twee maanden in Patong op Phuket.

Vandaag liep ik naar de talenschool, waar komende maandag de lessen gaan beginnen. Om de zoveel passen stond iemand die vervoer aanbood, daarbij demonstratieve stuurbewegingen makend voor het geval dat de vraag ‘teksi?’ niet begrepen werd. Of excursies, kasten vol met folders van uitstapjes die niemand mag missen. Massagesalons. ‘Come!’ Brommers die stopten, vaak met westerlingen achterop, om een hotel aan te bevelen of een evenement aan te prijzen.

Een paar jaar geleden waren we in Bali, waar ditzelfde gebeurde in plaatsen als Kuta en Ubud. De eerste dag lach je erom, doe je nog aardig. Maar het hield niet op. Het heeft ervoor gezorgd dat ik tot op de dag van vandaag vast van plan ben nooit meer naar Bali te gaan. Mmm… en nou gaat het hier net zo?

Bij de talenschool werd mijn betaling in ontvangst genomen, dank u wel en tot maandag dan. Eh, pardon even, wanneer wordt dan mijn niveau bepaald, wordt dat maandag gedaan? Ik werd niet-begrijpend aangekeken, maar op de website had gestaan dat ze les gaven op verschillende niveaus. Aangezien ik de taal kan lezen en de belangrijkste obstakels (de tonen uit elkaar houden, de subtiele verschillen tusssen op elkaar lijkende klinkers en medeklinkers herkennen) al enige tijd achter de rug heb had ik daar via de website vragen over gesteld, en als antwoord was gezegd dat het mogelijk was op een ander niveau te beginnen dan het absolute beginnersniveau. Dus, wanneer zou mijn niveau worden ingeschat?

‘Maandag gaan we van start met een beginnerscursus, dat is het enige dat we dan hebben. U hebt niet aangegeven dat u iets anders wilt’.

Een tikkeltje aangeslagen liep ik langs het strand terug naar mijn hotel. Helemaal bij het begin beginnen? Met mensen die er weken over gaan doen voordat ze zich de tonen een beetje beginnen eigen te maken? En die een schrift moeten leren lezen dat ze nu nog niets kán zeggen omdat ze nog geen woordenschat hebben? Want het begin is moeizaam, er zijn teveel onbekenden. Andere klanken, nieuwe woorden, nieuw schrift, en alles hangt samen, maar in het begin is het onoverzichtelijk. Dan hebben kinderen het al veel makkelijker, die kunnen spreken voordat ze gaan lezen en schrijven. Voor volwassenen werkt dat anders. Maar ja: been there. Already.

‘Teksi sir?’ Stuurbewegingen. ‘Hello massaat?’ ‘Excuse me, do you speak English? Vous parlez français ?’ Ik hield op met proberen vriendelijk af te wimpelen, richtte mijn blik op de bodem, liep door. Een kleermaker stak een hand uit en noemde me zijn vriend. Een transsexueel met folders in de hand zag hoe ik keek, hield zich in, keek me aan met zo’n begripvolle blik. En haalde toen uit en kneep in één van mijn tepels.

Hier zal karakter nodig zijn, en geduld en zo. Eh…