Er wordt wel eens gevraagd: wat is de moeilijkste taal om te leren? Net als bij andere vragen over het -ste dit of dat (wat is je favoriete stad?, welke sport doe je het liefst?) is hier geen eenvoudig antwoord op te geven, omdat er een heleboel factoren meespelen. Van de ene taal ligt de moeilijkheid in de grammatica, andere zijn pas na lang studeren te lezen. En anders is het wel de uitspraak.

Twee van de obstakels die het Thais opwerpt zijn de verscheidenheid aan tonen en de uitspraak van sommige klinkers en medeklinkers. Hieronder een voorbeeld van een aantal woorden die voor een ongeoefend oor allemaal hetzelfde klinken (ongeveer als kauw) en dus moeilijk uit elkaar te houden zijn, terwijl er voor een Thai duidelijke verschillen in zitten. Waar hieronder een k staat moet iets worden uitgesproken dat het midden houdt tussen onze k en de g van good, genau en guerre. Waar kh staat moet iets worden uitgesproken dat tussen onze k en de ch van chloor ligt. Eén a is kort, twee a’s zijn lang. En de accenten geven verschillenden tonen aan.

เก่า (kào) oud
เกา (kao) jeuk, krabben
เก๊าท์ (káo) jicht
เก้า (kâao) negen
ก้าว (kâao) stap, stappen
กาว (kaao) lijm
เขา (khăo) berg, hij/zij
เข่า (khào) knie
เข้า (khâo) ingaan
เค้า (kháo) hij/zij (onder vrienden)
ขาว (khăao) wit
ข่าว (khàao) nieuws
ข้าว (khâao) rijst

Als je dat zo ziet wordt het iets duidelijker dat wanneer een buitenlander voor het eerst probeert iets in het Thais te zeggen aan de blik van zijn Thaise gesprekspartner te zien zal zijn dat deze probeert te begrijpen, niet wat hier gezegd wordt, maar wat voor taal er gesproken wordt.

Omgekeerd hebben Thais het ook niet makkelijk met het spreken van Engels. Er zijn er die het verbluffend goed leren spreken, terwijl je bij anderen blijft horen waar de moeilijkheden liggen. Zo kan b.v. in het Thais een woord niet eindigen op een s of een l. Thaise leerlingen doen er dus ook even over voordat ze kunnen omgaan met Engelse woorden in het meervoud (die het Thais niet heeft). Hebben ze dan eenmaal een s op het eind leren uitspreken, dan schieten sommigen door: in plaats van alles wat eindigt op een s uit te spreken met een t, spreken ze alles wat in het Engels eindigt op een t uit met een s. Ook combinaties leveren problemen op. Laat een Thai woorden als much en must uitspreken, en ze klinken met grote waarschijnlijkheid allebei als mud.

Een van de leraressen die me de Thaise taal bijbrengen heeft twee jaar in Londen doorgebracht, en we spreken af en toe in het Engels samen. Ze spreekt can’t zo mooi uit als maar weinig mensen dat kunnen, en ze versterkt allerlei uitspraken door de toevoeging van big time. Maar af en toe is een moment van onoplettendheid genoeg om terug te vallen in Thaise gewoontes. Zoals laatst, toen ze me een vraag stelde. Het klonk ongeveer als:

Whit one you should?

Ik probeerde snel te bedenken wat ze gezegd kon hebben. De context van het gesprek  was onduidelijk en hielp me niet meteen verder.

Which ones are your shoes? Nee, niet waarschijnlijk.
Which one did you shoot? Nog minder waarschijnlijk.
Which one should you…? Maar dan hoorde er meer achter.

Dus ik vroeg het maar. Beetje pijnlijk. Ze herhaalde het nog een paar keer, lette iets meer op haar uitspraak. Het bleek dit te zijn:

Which one did you choose?

Eigenlijk was ik haar wel dankbaar hiervoor. Ik ben niet de enige die het niet in één keer goed doet, en dat hoeft ook niet. Gewoon doorgaan, dan komt het wel goed. Leren spreken als een Thai zit er toch niet meer in, daarvoor ben ik een beetje te laat begonnen. Maar eenvoudige gesprekken voeren en dan meestal begrepen worden, dat is al heel wat. En daarbij af en toe lachsalvo’s oproepen, dat is alleen maar meegenomen. Zoals die keer, alweer jaren geleden, dat hotelpersoneel me in het Thais vroeg hoe vaak ik al in Thailand geweest was en ik antwoordde met wat kan worden vertaald als: weet niet, meer dan tweetig keer.