Sinds mijn klasgenoot een paar weken geleden het bijltje erbij neergooide heb ik twintig uur per week groepsles in een groep waarvan ik het enige lid ben – privéles dus. Dat kan vermoeiend zijn, maar het is vooral inspirerend, omdat we kunnen doen wat we willen en mijn lerares en ik tussen de opgaven door honderduit zitten te kletsen.

We hadden het, net als eerder met een andere lerares waarover ik al vertelde dat ze haar rijbewijs gekocht had, over rijbewijzen, auto’s, brommers en verzekeringen. Verzekeringen: ze moest er een beetje om lachen. Buitenlandse vrienden die een brommer gekocht hadden konden geen goeie verzekering vinden. Terwijl een Thai voor zijn auto weliswaar verzekering neemt, maar voor de brommer? Nee… Die buitenlanders, die moeten altijd overal voor verzekerd zijn.

Zelf vindt ze brommers maar gevaarlijk trouwens, ze rijdt liever auto. Ze heeft er zelf één, een automaat. Van de vijf rijlessen die ze heeft gehad was er maar één in een handgeschakelde auto, dus hoe dat werkt is ze vergeten en ze piekert er niet over in een handgeschakelde auto te gaan rijden.

Een belangrijke reden voor Thai om een rijbewijs te kopen is trouwens het theoretische examen. Daar hebben veel mensen moeite mee, en het is ook een beetje lastig al die regels uit je hoofd te leren, vooral als veel ervan toch niet worden toegepast. Brommerrijders rijden veelal zonder helm, ook al is die verplicht; controles worden erg sporadisch gehouden. Autogordels zijn ook verplicht, en worden evenmin gebruikt. Mijn lerares kwam vorige week met een aantal hechtingen in haar hoofd naar school. Ze had de vorige dag naast haar vriend in de auto gezeten, en die had hard moeten remmen voor een brommer die opeens voor hem langs schoot. Ze was  met haar hoofd tegen de voorruit gegaan. Ze was voor de zekerheid maar naar een privékliniek gegaan voor de hechtingen, want in de staatsziekenhuizen zijn ze zo ruw, daar had ze geen zin in. En de littekens, hè.

Ze zegt dat ze achteruit kan inparkeren. Ik heb er mijn twijfels over, maar je weet nooit. Wel geeft ze toe dat ze dat niet hoeft te proberen als ze dronken is. Ze is al een paar keer, wanneer ze dronken achter het stuur zat, achteruit ergens tegenaan gereden. Dus houdt ze nu de regel aan: als ik dronken ben, rij ik niet achteruit, alleen vooruit. Het is natuurlijk zaak om dan niet zó dronken te zijn dat je je die regel niet meer kunt herinneren.

Ze vertelde ook dat een andere leraar gisteren op zijn brommer naar zijn geboortedorp gegaan was en, toen hij het dorp weer verliet, werd achtervolgd door een blaffende en naar zijn benen happende poedel. Poedel is poeden in het Thai, dat is makkelijk. Hij was gestopt, had zijn helm gepakt en was met de helm in de hand achter de poedel aan gegaan, vastbesloten om het dier de hersens in te slaan. Maar poedels zijn slimme dieren, dus zover was het niet gekomen. De hond was naar binnen gerend en omwonenden waren nieuwsgierig naar buiten gekomen om te zien wie daar zo aan het schreeuwen was dat die laffe poedel terug naar buiten moest komen.

Een maand geleden werd door het personeel van de schoolcafetaria een pasgeboren katje geadopteerd. De moederkat was van mensen geweest die naast de school een winkel hadden gehad, maar ze waren vertrokken en hadden hun twee katten achtergelaten, dus het was wat lastig voor ze om te overleven en dan ook nog voor kleintjes te zorgen.

Het kleintje kon toen het werd opgenomen nog maar nauwelijks lopen, maar het was al snel het lievelingetje van de leerlingen, die er – niet altijd zachtzinnig – mee speelden tijdens de pauzes. Ik heb me vaker verbaasd over wat Thai allemaal doen met hun dieren, en dat die dieren alles met zich laten doen. Niets scheen het te deren.

Gisteren was het er niet meer – het was doodgebeten door een hond in de buurt. In de schoolcafetaria is het met eenvoudig ritueel begraven in de plantenbak waarin het altijd graag speelde.