Mijn lerares blijft  een bron van anekdotes. Een paar dagen geleden, vertelde ze, werd een farang-vriend van haar die ‘s avonds op de brommer naar huis reed aangehouden door de politie omdat hij geen helm droeg. De agent greep de gelegenheid meteen maar aan om de kleren van de onvoorzichtige buitenlander te doorzoeken en vond tot zijn grote tevredenheid wat hij al had gehoopt te vinden: een zakje kruiden die niet voor de thee bedoeld waren.

‘Je bent erbij, mannetje…’, moet de diender met sombere voldoening hebben gemompeld, of althans iets dergelijks in met zwaar Thais accent uitgesproken Engels, ‘…je gaat de bak in. Tenzij…’

Er volgde een rondje onderhandelen, waarin de agent zijn relatieve voordeel zonder terughoudendheid uitbuitte. Twintigduizend baht was er toch wel voor nodig om te voorkomen dat alle raderen van het Thaise judiciële systeem aan het draaien gezet gingen worden. Vijfhonderd euro.

‘Maar… zoveel heb ik helemaal niet’, probeerde de betrapte nog, en de agent kon weten dat dat waar was, want die had immers zelf alle zakken doorzocht. Met een vanzelfsprekendheid die routine verried stelde de agent voor dat er dan maar wat vrienden opgebeld moesten worden, die konden het benodigde geld komen brengen.

De buitenlander werd meegenomen naar een mobiele politiepost waar nog twee agenten zaten en belde zijn vrienden, waarbij hij ze nog wel vroeg zestienduizend baht in één zak te stoppen, en vierduizend in een andere. Misschien kon er toch nog onderhandeld worden. Intussen belde de agent zelf ook nog wat collega’s op, zodat er al snel acht blije geüniformeerden de wacht hielden over één teneergeslagen buitenlander.

De vrienden kwamen het geld brengen, en zoals gehoopt slaagde de truc van: kijk, zestienduizend, meer hebben we echt niet. De aangehoudene was vrij om te gaan, een vervelende procedure die onherroepelijk tot gevangenisstraf zou hebben geleid was voorkomen. Eén van de agenten die het overhandigen van het geld niet van dichtbij had meegemaakt en er kennelijk zeker van wilde zijn dat hij zijn rechtmatige deel zou krijgen vroeg nog aan de buitenlander hoeveel hij nou uiteindelijk betaald had. Dertigduizend, antwoordde die, waarna hij op zijn brommer stapte en de nacht in reed.

Een ander verhaal stamt uit de tijd dat mijn lerares in Bangkok wachtte op haar visum voor het Verenigd Koninkrijk. Er moesten wat bankafschriften overlegd worden waaruit bleek dat er maandelijks (nogal veel) geld op haar bankrekening binnenkwam, dus zag ze zich genoodzaakt een paar maanden in Bangkok door te brengen in plaats van de paar dagen waar ze op gehoopt had, terwijl haar moeder iedere maand geld overmaakte dat vlak daarna weer teruggestuurd werd. Ze besloot de tijd goed te besteden en vond werk in een bar. Niet om te dansen of zo, meer als gezelschapsdame, vermomd als toevallige gast.

Ze had al snel genoeg van die buitenlanders die kennelijk maar voor één ding kwamen en voor wie iedere vrouw een prijs had. Er waren er die haar recht op de vrouw af vroegen: hoeveel?, en die kon ze meteen teleurstellen. Er waren er ook die het wat omslachtiger aanpakten, en die desondanks niet kregen wat ze wilden. Die bijvoorbeeld probeerden haar dronken te voeren, ervan uitgaand dat een klein Thais vrouwtje nooit zoveel alcohol zou kunnen verdragen als de in het drinken uiteraard ongeslagen buitenlander. De gast liet dan een rij shots voor haar neerzetten, en een rij voor zichzelf, en de glaasjes gingen in rap tempo achterover. Het bleef zelden bij één rij.

Aan het eind van de avond lag dan de gast onder de tafel, niet in staat zich te herinneren waarvoor hij gekomen was, en kon zij uittellen hoeveel ze verdiend had. In haar glazen had water gezeten in plaats van wodka, dus ze was nog zo fris als een hoentje, en aangezien de helft van het geld dat de gast had uitgegeven voor haar was had ze een geslaagde avond gehad.

Iets anders. Zoals overal vind je ook in Thailand allerlei vormen van bijgeloof. Eén ervan heeft met kleuren te maken. Bij zijn geboorte krijgt iedere Thai een gelukskleur mee, die afhangt van de dag van de week waarop hij geboren is. Dit kan worden aangepast door een bezoek aan een waarzegger, die het exacte tijdstip van je geboorte wil weten en nog een heleboel meer, en dan met rustige zekerheid iets kan zeggen als: jij moet een groene auto kopen.

Niet iedereen heeft zin om daar meteen gehoor aan te geven. Niet iedereen wil meteen een andere auto kopen. Niet iedereen houdt van groene auto’s. Wel iedereen wil een lang en voorspoedig leven. Om iets aan de hierin besloten tegenstrijdigheden te doen worden stickers verkocht aan hen die een auto van de verkeerde kleur bezitten, stickers die verklaren dat de kleur die je ziet een andere is dan de ‘eigenlijke’ kleur. Op de sticker hieronder valt te lezen: ‘Deze auto is groen’. Mooi staaltje pragmatisme in een bijgelovige wereld…

‘Deze auto is groen’