Nieuw land, nieuwe tekens

Dit is de slechtst denkbare tijd om Birma te bezoeken. Denk ik. Dat is een mooi, belangrijk inzicht, maar het komt een beetje te laat, want we zijn er al.

Het is geen slecht gekozen moment voor Obama, die één dezer dagen langskomt. Ook niet voor liefhebbers van geheel verzorgde groepsreizen, die de rondreis die ze nu door Birma maken al een half jaar geleden hebben gekocht en betaald en die nu met grote vanzelfsprekendheid hun programma afwerken. Maar wel voor de onafhankelijke reiziger, die er niet van houdt al weken van te voren te weten wat er voor hem op het programma staat en die er wel van houdt ergens te kunnen blijven als het bevalt, en gauw weg te gaan wanneer het niet bevalt. Voor ons dus is dit geen goede tijd om Birma te bezoeken. Maar zoals gezegd, we zijn er nu eenmaal al.

Zij die al gingen toen het eigenlijk nog niet kon, toen het land nog door een kliekje hooghartige generaals in een ijzeren wurggreep gehouden werd en toeristendollars grotendeels in de zakken van diezelfde generaals verdwenen, kwamen terug met verhalen over een land dat bevolkt werd door eenvoudige, arme, doodgoede mensen, waar reizen iets avontuurlijks had, waar je meegebrachte geld lang meeging zolang je het maar wisselde op de zwarte markt, waar je bij aankomst de klok jaren terug moest zetten en dat bij vertrek met enige weemoed weer ongedaan maakte.

Zij die over een paar jaar gaan zullen (wanneer zich tenminste de huidige democratiserings- en vernieuwingsgolf intussen niet heeft stukgebeukt op de onverzettelijkheid van diegenen onder de generaals die niet tevreden zijn met al dat moderne gedoe) terugkomen met verhalen over hoe Birma is veranderd. Je zult er tegen die tijd geld kunnen opnemen in pin-automaten en betalen met credit cards. Je zult er hotels en vluchten kunnen reserveren via het internet. Je zult er niet meer bang hoeven te zijn dat de dollars waarvan je dacht dat ze spiksplinternieuw zijn en geen enkele imperfectie vertonen toch worden geweigerd vanwege een vouwtje of een inktstipje dat je zelf niet eens had gezien.

Maar nu. Het onbevangene van toen is volgens de kenners weg, de efficiëntie van straks bestaat nog niet. En er zijn een aantal heel concrete dingen waar wij nu mee te maken hebben. Neem b.v. dit:

We zijn niet de enigen die vinden dat de hoopgevende ontwikkelingen in het land een goeie aanleiding vormen nu maar eens op bezoek te gaan, en we zijn niet de enigen die weten dat deze tijd van het jaar gunstig is i.v.m. het weer. Het aantal toeristen is sterk aan het stijgen. Het aantal hotels is hetzelfde gebleven. Gevolg: het is erg moeilijk een kamer te vinden. Van de hotels die een website hebben zitten de meeste voor de komende twee maanden vol. Sommige meldden ons dat in antwoord op onze e-mail, andere gaven niet eens antwoord.

We hebben een hotelkamer met een raam, dus ‘s morgens gooien we de gordijnen open om van een nieuw uitzicht te genieten. Dat is een muur, ja.

Dure hotels zijn volgeboekt door reisgezelschappen. Middenklassers zijn volgeboekt door vooruit denkende Europeanen en door reisgezelschappen. Goedkope hotels zijn bezet door Birmanen die uit de middenklasse gevlucht zijn. De prijzen zijn in vergelijking met vorig jaar verdriedubbeld, zodat de kamer die we voor een paar dagen in de hoofdstad konden krijgen (een gelukje…), en die helemaal te vergelijken is met hotelkamers die we kennen uit b.v. Bangkok, maar liefst drie keer zo duur uitkomt als die in Bangkok. Hoteleigenaren leren de wet van vraag en aanbod kennen en experimenteren er naar hartelust mee…

Nadat een heel leger werkers zittend op de stoep de bijlagen in de kranten gestopt hebben zijn ze klaar om te worden verspreid. Yangon.

Er was nog iets waar we met onze neus op de feiten gedrukt werden. Het leek ons aardig naar de noordelijke stad Myitkyina te vliegen en van daar langzaam de rivier de Ayeyarwady (de Irrawaddy, iets anders geschreven) af te zakken naar het zuiden toe. Weliswaar wordt het uiterste noorden onveilig gemaakt door opstandelingen die Chinees spreken en ooit tegen hun wil door de Britten bij Birma zijn ingelijfd, maar de stad zelf zou veilig zijn, en trouwens, om de onveilige gebieden te bezoeken is een speciale toestemming nodig. De ongeregeldheden tussen Rohingya en Birmanen in het westen van het land leren dat de regering buitenlanders geen toestemming geeft naar gebieden te gaan waar het niet veilig voor ze is.

We liepen dus bij een reisagent naar binnen en vroegen of er een vlucht naar Myitkyina geboekt kon worden. Wanneer? De 11de of zo. Er werd meteen aan gewerkt. Dat wil zeggen… Op de telefoon werd het nummer van de luchtvaartmaatschappij ingetoetst, wat duidelijk te horen was aan de toetstonen die door het agentschap galmden. Daarop volgde een even luide ingesprektoon, die werd afgebroken door een hernieuwd intoetsen van het telefoonnummer. Enzovoort. Af en toe ging de telefoon aan de andere kant over, wel tien keer, voordat opnieuw een ingesprektoon volgde. Links en rechts van ons gebeurde hetzelfde, zodat het agentschap iets kermisachtigs had gekregen. Resultaat leverde dit alles niet op, herrie maakte het wel.

Totdat er zowaar aan de andere kant werd opgenomen. Er volgde een voor ons onbegrijpelijk gesprek, de hoorn werd er weer opgelegd. De jongen tegenover ons keek ons glimlachend aan. Geen plaats op de elfde. Heel even viel het stil, toen vroegen we: en de twaalfde, en de dertiende? Zonder zijn glimlach te verliezen hervatte hij het telefoonritueel. Na de tweede met succes tot stand gebrachte verbinding legde hij opnieuw de hoorn erop. Ja, op de dertiende is plek. Nou doe maar, dan. Hij nam onze paspoorten aan en begon voor de derde keer aan zijn pogingen de luchtvaartmaatschappij aan de telefoon te krijgen. We waren intussen een uur binnen, en keken elkaar eens aan.

Openbare telefoons. Yangon.

We hadden net onze tickets (die van ergens anders gebracht werden), toen Charlotte op het internet iets tegenkwam over gevechten in de buurt van Myitkyina. We zochten verder, en moesten tot de conclusie komen dat ons plan helemaal niet uitgevoerd kon worden. Vanuit Myitkyina waren de weg- en waterverbindingen naar het zuiden afgesloten i.v.m. gevechten tussen regeringstroepen en rebellen. Er was eigenlijk helemaal geen reden om daarheen te gaan.

De volgende dag liepen we bij een ander reisburo binnen om te kijken wat ze daar voor ons konden doen. Heel wat, bleek: vliegtickets, reisadvies, buskaartjes, hotelreserveringen. We begonnen maar eens met informeren naar een vliegticket. Niet naar Myitkyina. Wat zouden zij trouwens vinden van een bezoek aan Myitkyina? Niet doen, zeiden ze. Waarna we uitlegden wat ons net was overkomen, en zij zeiden: maar ze hadden je die tickets helemaal niet mogen verkopen! Maar wacht maar, we gaan er achteraan.

In Shwedagon Paya, Yangon

Laten we het verhaal verder kort houden. Dit tweede reisburo heeft voor de komende twee weken alles voor ons geregeld: overnachtingen, buskaartjes, mensen die ons ophalen en wegbrengen, en… teruggave van het grootste deel van het geld van dat vliegticket. Ze hebben nog geprobeerd voor ons een andere vlucht te reserveren maar er was geen plaats. Het hele schema dat we nu hebben is opgebouwd rond hotels die toevallig voor twee of drie nachten nog een kamer hadden, en er zitten drie nachtbussen in. Ik haat nachtbussen, maar er was geen keus. Alles zit vol. Overal. En de enige reden dat we een programma voor twee weken hebben laten opstellen is de vrees dat we ergens komen te stranden als we dat niet doen.

In ons achterhoofd had al de mogelijkheid gespeeld eerder uit Birma weg te gaan dan na de vier weken die ons visum toestaat, en die mogelijkheid bestaat nog steeds. Maar nu we voor twee weken onderdak en vervoer hebben en we ons daar dus geen zorgen meer over hoeven maken zou het ook zomaar kunnen dat we het allemaal de moeite waard gaan vinden…

Charlotte fotografeert Shwedagon Paya, Yangon.