Een maand of zo geleden, in Thailand, ging ik bij de receptie van het hotel vragen om handdoeken. De kamer was schoongemaakt, maar de handdoeken waren meegenomen en er waren geen nieuwe voor in de plaats neergelegd. ‘Hè, je bent al de vierde die me dat vraagt’ , zei de Australische manager met licht verholen ergernis. Hij ging eens praten met het schoonmaakpersoneel (Birmanen, uiteraard), en kreeg te horen dat overal waar geen handdoeken waren gebracht het ‘niet storen’ bordje aan de deur had gehangen.

De volgende ochtend werd het personeel bij elkaar gehaald en werd m.b.v. de nachtreceptionist (een Birmaan die Engels sprak) nog eens uitgelegd wat er zoal van het personeel verwacht werd.

Nog een dag later werd er bij ons aan de deur geklopt ondanks het ‘niet storen’ bordje dat eraan hing en toen ik verbaasd open deed vroeg de schoonmaker alleen, ietwat bedremmeld, of ik schone handdoeken wilde. Ik ging de manager vertellen dat er bij de personeelsbijeenkomst iets niet helemaal goed overgekomen was, waarop hij vertwijfeld de handen ten hemel hief en in onvervalst Australisch uiting gaf aan zijn ongeloof.

De Thaise receptionist sprak woorden die wereldwijd, in allerlei varianten, over gastarbeiders worden gebezigd: ‘Tja, het blijven Birmanen, hè’.

Nou. Hij zou er goed aan doen net als wij eens een kijkje te gaan nemen in het land waar de gastarbeiders vandaan komen. We hebben zelden zulke innemende mensen meegemaakt, en het feit dat die innemende mensen nog maar enkele weken geleden hele Rohingyadorpen hebben platgebrand verandert daar niets aan. Dat doen innemende mensen wel vaker.

Het bevalt ons steeds beter in Birma. Maar aangezien alle toetsen van het toetsenbord in dit internetcafé vastplakken en verder typen een marteling belooft te worden volgen hierbij nog wat foto’s van het Inlemeer. Zo van: een foto zegt meer dan…

Het Inlemeer betekent: boten. Heel veel boten.

Merkwaardige plaatselijke manier van roeien, met een been. Wanneer het uiteinde van de roeispaan onder de oksel wordt geklemd blijven hierdoor wel beide handen vrij om b.v. een visnet in te halen.

Weefmeisje. Wie kent nog dat deuntje van de radio: ‘Wij zijn de weefmeisjes’?

Spinnen en weven zijn nog heel levende ambachtelijke technieken. Er wordt zelfs een weefsel gemaakt van de ragfijne vezels die in de stengel van lotusbloemen zijn te vinden. Dat is enkele malen duurder dan zijde, zonder de zijdeachtigheid van zijde te hebben. Dit, trouwens, is katoen.

Katoenweefster.

Zilversmid aan het werk.

Ja, het is geen erg origineel plaatje. Maar het blijft mooi, en waar vind je nog met de hand gemaakte parasols?

Toegewijde leerling.

Afgeleide leerling.