Een non wacht voor een restaurant tot iemand haar geld komt geven. Merkwaardig, dit: monniken gaan ‘s ochtends rond voor eten, nonnen doen het overdag, voor geld.

Ach, morgenochtend stappen we alweer in de bus naar Lashio. Wel spannend hoor, weer een nieuwe stad, maar aan de andere kant jammer om Hsipaw na vier dagen alweer te verlaten. Tijdens onze omzwervingen door het stadje en de omgeving hebben we allerlei moois te zien gekregen, waarvan hierbij een paar indrukken. Dit land zou eigenlijk het land van de glimlach moeten heten, maar die benaming is al bezet, hè.

Want al lijkt de taalbarrière soms onoverbrugbaar, met een eenvoudige glimlach wordt die iedere keer doorbroken. De mensen zijn nieuwsgierig naar ons, net zo nieuwsgierig als wij naar hen zijn, en dat leidt tot korte gesprekken waarbij we elkaar niet kunnen begrijpen en die toch op de een of andere manier het gevoel geven dat er contact geweest is.

Het eenvoudigst blijft dat met kinderen gaan, die we van ergens ‘bye-bye’ horen roepen en dan om het hardst naar ons zwaaien. Al krijgen ze soms de kriebels als we te dicht in de buurt komen… Dat was nou ook weer niet de bedoeling.

En dan is er de ‘kruideniersvrouw’ tegenover ons hotel. Haar winkeltje is al open als we opstaan, en nog niet dicht als we naar bed gaan. Ze bemoeit zich om me wat Shan bij te brengen. Sommige woorden lijken sprekend op Thai, andere zijn compleet anders. Maar we zullen er niet lang meer iets aan hebben…

Zoiets komt zomaar je beeld binnenrijden, keer op keer.

Charlotte bewondert het uitzicht over de vlakte waar we op weg naartoe zijn.

We komen een Shan-boer tegen, die zonder zichtbare verbazing zijn portret op Charlotte’s tablet bekijkt en met een groet zijn weg vervolgt.

Een buffel vormt een prima springplank. Het dier ondergaat alles stoïcijns.

Wat jongens vermaken zich in een riviertje. Te zien aan de kleren die er zijn opgehangen zijn het zowel jonge monniken als ‘gewone’ jongens. Al zijn hier geen kale hoofden te zien.

Andere jongens vermaken zich liever met dieren…

… of hebben genoeg aan de laadbak van een vrachtwagen. En een passerende buitenlander.