De oostwaarts gerichte dynamiek die ons via Mandalay naar Pyin Oo Lwin en Hsipaw had gebracht vond een logische voortzetting in Lashio. En loste daar op, liep leeg, zonder dat er een nieuwe stuwende kracht voor in de plaats kwam. Lashio was het einde van de weg; we waren er ver genoeg verwijderd van de wereld die aan de reisgezelschappen wordt aangeboden, maar keken uit op een andere waar we geen toegang toe hadden. Op het raakvlak van deze twee werelden, tussen volkeren uit meerdere windstreken en met verschillende geschiedenissen, liepen we rond, toeschouwers zonder doel, toeschouwers.

Niet letterlijk houdt de weg in Lashio op. Vanaf de heuvel waartegen het deel van het stadscentrum gedrapeerd ligt waar we voor een paar dagen onderdak gevonden hadden  keken we uit over het dal en de voortzetting van de vanaf hier voor ons verboden weg, zagen in de verte dorpen, heuvels, bergen. Achter de bergen lag China.

Op een moment terwijl we nog volop in beweging waren, oostwaarts door de Shan-staat, was even een gedachte opgekomen: als we nou eens de terugvlucht van Yangon naar Kuala Lumpur lieten voor wat die was, en in plaats daarvan voorbij Lashio China binnengingen? We konden de gedachte meteen weer laten varen, want om dat te doen hadden we in Yangon al voorbereidend werk moeten doen: een Chinees visum halen, maar ook de nodige officiële permissies regelen en afspraken maken met Birmaanse en Chinese toerorganisaties voor vervoer aan beide kanten van de grens. Bij gebrek aan dit alles is het wie hier niet vandaan komt verboden verder te gaan dan Lashio.

Het is een wonderlijke gewaarwording te weten dat deze weg die nu voor ons gesloten is eenvoudig overvlogen kan worden. We hoeven maar in een vliegtuig naar Kunming te stappen en alles wat daaronder op het land verboden is bestaat niet meer. Vanuit het vliegtuig gezien is er helemaal geen grens, houdt er niets op, begint er niets nieuws. Maar hier beneden zit er in zo’n grensstreek, die wordt gedefinieerd door eind en begin, waar werelden die niet op de onze lijken elkaar ontmoeten en met elkaar omgaan, waar gesmokkeld wordt, waar talen zich vermengen en versmelten, voor ons, Europeanen Zonder Grenzen, een mystieke aantrekkingskracht.

Lashio is gezegend met een vrijwel complete afwezigheid van bezienswaardigheden, zodat wie er terechtkomt zich kan laten bedwelmen door een straatleven dat even onbegrijpelijk als vanzelfsprekend is. Een straatleven gevuld met Birmanen, Chinezen, Shan, Nepalezen, waar markten een centrale rol innemen, waar iedere beweging, ieder geluid, iedere geur, iedere lichtval bijdraagt tot een tableau vivant dat blijft boeien. Ik krijg er niet snel genoeg van te luisteren naar tongvallen die ik niet kan verstaan, getuige te zijn van levens die zich voor mijn ogen afspelen alsof ik er niet was.

Vanuit Lashio, dus, was er alleen nog een weg terug. We vlogen naar Yangon, om niet anderhalve dag in de bus te hoeven zitten. We staan alweer met één been in Maleisië, waar we overmorgen naar terug vliegen. Om vlak daarna, ongetwijfeld, opnieuw op reis te gaan.