We waren op weg naar de plek waar Mekong-dolfijnen te zien zijn (want het plezierige, aan de Mekong gelegen plaatsje Kratie is behalve als ‘tussenstation’ op weg naar Laos bekend om een populatie Irrawaddy-dolfijnen, die hier permanent in hetzelfde deel van de rivier verblijven en een meer plaatselijke naam gekregen hebben), toen we langs een school kwamen waar iets mijn aandacht trok. Ik vroeg de tuk-tuk chauffeur te stoppen en ging kijken.

Het was niets bijzonders, maar terwijl ik over het schoolterrein rondliep kwam er een leraar naar buiten om een praatje te maken. Of ik zin had in de klas te komen kijken.

Khmer-les voor Cambodjaanse leerlingen.

Khmer-les voor Cambodjaanse leerlingen.

Het één leidde tot het ander, al gauw stonden Charlotte en ik allebei in de klas voor kinderen die te verlegen waren om iets te zeggen, en vlak daarna werden we uitgenodigd om later op de dag een bezoek aan het dorp van de leraar te brengen. Niet helemaal toevallig bleek de leraar zijn bescheiden inkomsten van het lesgeven aan te vullen met werk als tuk-tuk chauffeur, dus hij kon ons komen halen. We namen de uitnodiging graag aan.

Buurman, zevenentachtig jaar oud.

Buurman, zevenentachtig jaar oud.

Er zou die avond een bruiloft zijn, het halve dorp zou erheen gaan, en wij konden ook wel gaan kijken. Voor het zover was gingen we bij zijn familie langs, praatten met zijn hulp met familieleden, zaten op de bamboe vloer in het houten huis op palen, wisselden uit, vroegen, antwoordden. Zijn tante liet haar handen over onze armen gaan, over onze hoofden, sprak woorden die werden vertaald: ze zegt dat jullie mooi zijn. Wanneer was ze blind geworden? Geen duidelijk antwoord, misschien tien jaar geleden, nadat ze eerst ernstige hoofdpijn had gehad. Zijn Frans was beter dan zijn Engels, maar ook in het Frans kon hij niet uitleggen wat de oorzaak van haar blindheid was. Misschien wisten ze het ook helemaal niet – dingen gebeuren, en als je geen geld hebt, als er geen artsen zijn, dan kan wat misschien gemakkelijk verholpen had kunnen wordden al gauw onomkeerbare gevolgen hebben.

We gingen nog een stukje rijden, kwamen bij een plek waar suikerpalmen langs de weg stonden. Hoog in de bomen waren mannen aan het werk met het aftappen van palmsap. We dronken ervan, het smaakte zoet, uiteraard, en toch verfrissend. Een tikkeltje rokerig, lang niet zo sterk als het palmsap dat we al eerder gedronken hadden, bij Angkor Wat.

Ik voelde dat er jongens achter me meekeken naar de foto's die ik op mijn camera aan het bekijken was. De camera omdraaien en ongezien afdrukken leverde dit plaatje op.

Ik voelde dat er jongens achter me meekeken naar de foto’s die ik op mijn camera aan het bekijken was. De camera omdraaien en ongezien afdrukken leverde dit plaatje op.

We kwamen aan bij de bruiloft op een moment dat er nog bijna niemand van de verwachte honderden gasten was. We zaten tussen een handvol mensen die meteen interesse in ons toonden maar konden alleen met grimassen en handbewegingen met ze ‘praten’. Er was een man die een oog miste. Geen kunstoog, geen lapje, gewoon een holte waar eens een oog gezeten had. Met het overgebleven oog kon hij kijken. Er was een man met krukken. Pas toen hij opstond zag ik dat één van zijn onderbenen ontbrak.

En na een paar keer afdrukken en laten zien overwonnen ze hun verlegenheid en lieten ze zich graag fotograferen.

En na een paar op die manier genomen foto’s overwonnen ze hun verlegenheid en lieten ze zich graag fotograferen.

We bleven niet lang, het zou nog wel even duren voordat het feest op gang zou komen. We werden meegenomen naar het huis van de moeder van de bruidegom, zaten er op de bamboe vloer in het houten huis op palen, er werd rijst en vlees voor ons neergezet, en bier. De moeder van de bruidegom zat erbij en keek toe, terwijl we aten. Ze maakte gebaren die leken op dansen. Moest ze niet naar het feest? Nee, ze kon niet, ze kon niet meer lopen. ‘Ze had teveel bloed, toen viel ze om, brak haar benen, niet meer goed gekomen’. We zullen wel nooit te weten komen wat er gebeurd is. Toen we naar ‘huis’ gingen kregen we nog een pakket mee ter grootte en met het gewicht van een stevige kerststol: in bananenblad verpakte kleefrijst, gevuld met vlees. Wij bedankten uitvoerig voor de gastvrijheid, zij bedankte uitvoerig voor onze bijdrage voor de bruiloft.

De volgende dag liepen we langs wat het aanzien van een winkel had – open aan de voorkant, nauw en vrij diep – maar waar bedden stonden met kinderen en baby’s aan infuzen. Er kwam net een moeder met een baby uit, de baby zat vast aan een infuus dat door een man gedragen werd. Ze stapten op de brommer, zij met de baby op de arm, hij met het infuus in de linkerhand, en reden weg.

De Irrawaddy-dolfijn die hier Mekong-dolfijn heet wordt op sommige plaatsen in zijn leefgebied met uitsterven bedreigd. Visnetten waarin de dieren kunnen vastraken zodat ze niet naar boven kunnen gaan om adem te halen zouden de grootste boosdoener zijn. Maar in Laos en Cambodja is door het Wereld Natuurfonds een project opgestart om vissers aan te zetten tot andere werkwijzen. Of dat succes heeft is nog niet bekend.

Een familielid van de leraar, als ik het goed begrepen heb is deze jonge vrouw getrouwd met iemand die jonger is dan hij, maar wel zijn oom.

Een familielid van de leraar, als ik het goed begrepen heb is deze jonge vrouw getrouwd met zijn oom, die jonger is dan hijzelf.