Ons paspoort was gestempeld, we hadden Cambodja verlaten. Honderd meter verderop was de Laotiaanse grenspost, waar we ons Laotiaanse visum zouden kunnen kopen. Achter ons het nog niet voltooide nieuwe Cambodjaanse grenskantoor, en op de weg – stilte. Geen voertuigen. Voor ons: het bijna voltooide nieuwe Laotiaanse grenskantoor, en op de weg – stilte, geen voertuigen. Het busje dat ons tot hier had gebracht was omgekeerd. Hoe nu verder?

Bij dit stuk een paar foto's, genomen temidden van leerlingen van etnische minderheden. Een Amerikaans stel was ze een week lang Engelse les aan het geven tijdens hun vrije uren; wij gingen voor één van die uren mee.

Bij dit stuk een paar foto’s, genomen temidden van leerlingen van etnische minderheden. Een Amerikaans stel was ze een week lang Engelse les aan het geven tijdens hun vrije uren; wij gingen voor één van die uren mee.

Het was alweer een maand geleden dat we op het vliegveld van Phnom Penh toestemming hadden gekregen een maand in Cambodja door te brengen. Het werd dus tijd het land te verlaten. Daar zaten wat haken en ogen aan, en zo werd het nog een passend afscheid.

Passend, want er hadden al eerder haken en ogen aan het vervoer gezeten. Op de ochtend dat we Siem Reap zouden verlaten zaten we vergeefs te wachten in ons hotel om te worden opgehaald en naar het busstation gebracht te worden, voor een bus waarvan er maar één per dag ging. Het meisje van het reisburo dat de busreis voor ons had gereserveerd had de naam van ons hotel ‘overgeschreven’ van de hotelrekening die ik haar had laten zien, en die naam daarbij heel anders uitgesproken (ze had daarbij Encore veranderd in Ansent, zou later blijken), dus we waren er niet gerust op. Charlotte vroeg het hotelpersoneel te bellen toen we een half uur na de afgesproken tijd nog niet waren opgehaald, en ze kreeg de verzekering dat het zo zou gebeuren. Een kwartier later, toen ik nog eens liet bellen, werd er gezegd dat we helemaal niet opgehaald werden. We gingen toen zelf maar naar het busstation met een tuk-tuk chauffeur die, volgens Cambodjaans gebruik, absoluut geen haast had (wat we nogal geamuseerd bekeken), kwamen een kwartier na vertrektijd bij het busstation, en vonden daar de bus die nog op ons stond te wachten.

Ze hadden niet veel vrije tijd, maar die hadden ze er graag voor over om wat Engels te leren.

Ze hadden niet veel vrije tijd, maar die hadden ze er graag voor over om wat Engels te leren.

Een andere rit had plaatsgevonden met een minibus, zo’n voertuig waarmee in andere landen maximaal elf passagiers vervoerd mogen worden. In de onze zaten er twintig, maar omdat we daarop al voorbereid waren geweest hadden we niet voor twee maar voor drie personen gereserveerd, wat overeenkwam met twee stoelen. Het werkte zowaar: onderweg instappende Cambodjanen die onze stoelen wilden delen schoven meteen door toen het ze duidelijk werd dat Charlotte en ik met zijn drieën waren. Datzelfde busje begon vlak voor de bestemming een doekedoekedoekegeluid te produceren, wat bij nader onderzoek bleek te worden veroorzaakt door het loopvlak van één van de banden, dat had losgelaten en op de weg was achtergebleven maar waarvan een deel nog tegen de carosserie doekedoekte. De chauffeur dacht na wat getrek en geduw nog wel door te kunnen rijden, maar moest daarop terugkomen toen een paar honderd meter verder een flapflapflapgeluid duidelijk maakte dat de band nu echt leeg was.

En het stof… Een deel van de reizen die we maakten voerde over onverharde wegen, die in heel redelijke staat verkeerden maar waar elk passerend voertuig stofwolken opwierp die het zicht beperkten tot enkele tientallen meters. Dorpen en stadjes waren gehuld in een waas dat alles bedekte en, afhankelijk van de samenstelling van de aarde ter plekke, alles dezelfde bruin- of roodtinten gaf. Rode honden die eens wit geweest waren lagen op de grond te slapen. Rode bladeren sierden de bomen. Het is een gegeven dat met dezelfde vanzelfsprekendheid wordt aanvaard als de seizoenen: pas in mei zijn de regens te verwachten die al dit stof zullen veranderen in modder.

Eén van de oudere leerlingen. Deze jongen had al een beurs binnen om te gaan studeren.

Eén van de oudere leerlingen. Deze jongen had al een beurs binnen om te gaan studeren.

Maar we stonden dus in niemandsland, op het heetst van de dag, zonder zicht op vervoer. Hoe was dat zo gekomen?

Een paar dagen eerder hadden we in Banlung vervoer geregeld naar de in de Mekong gelegen zogenoemde 4000 eilanden, in het uiterste zuiden van Laos. We zouden met een minibus naar Stung Treng rijden, daar enkele uren moeten wachten op een bus die vanuit Phnom Penh zou komen en daarmee de grens over gaan. Maar in Stung Treng werden we naar een paar uur wachten verwezen naar een minibus. En de grote bus dan? Die komt over twee uur. En gaan we hiermee de grens over dan? Nee, aan de andere kant wacht iemand die jullie verder brengt. Echt waar? Echt waar.

Echt niet, dus. En geen zicht op ander vervoer. We zijn drie uur aan de grens geweest, hebben in die tijd twee keer mensen langs zien komen: één keer een konvooi waar kennelijk de broer van de Cambodjaanse koning in vervoerd werd, en… de bus uit Phnom Penh. Verder niet, hoor. De enige grensovergang tussen Cambodja en Laos, en geen verkeer dat er gebruik van maakt.

De Amerikanen zeiden dat deze foto zo een 'graduation picture' kon zijn. Ik denk dat ze dat als een compiment bedoelden...

De Amerikanen zeiden dat deze foto zo een ‘graduation picture’ kon zijn. Ik denk dat ze dat als een compliment bedoelden…

Maar die bus uit Phnom Penh, daar hadden we toch in moeten zitten? We lieten onze kaartjes zien, er werd iets gezegd over vandaag is het een andere maatschappij, en we hebben al meer passagiers dan stoelen, maar… Nou goed, we konden mee, staand in het gangpad. Het was nog maar een klein stukje, en we konden in ieder geval verder.

Daar moet een wetmatigheid in zitten. In landen waar ‘alles goed geregeld is’ kom je zelden voor verrassingen te staan. Maar als er eens buiten het boekje gedacht moet worden stuit je op bezwaren van dat kan niet en zo. Terwijl daar waar niet buiten het boekje gedacht kán worden omdat het boekje niet eens bestaat de verrassingen wat vaker voorkomen, maar de oplossingen ook gemakkelijker gevonden worden.

Terwijl ik dit schrijf zitten we uit te kijken over het water van de Mekong en de vele eilanden. Het water stroomt. Vissen duiken af en toe op, boten komen langs. Geen verrassingen. We zijn in Laos.

En nog een plaatje van een barbier in Stung Treng, met zicht op de Mekong.

En nog een plaatje van een barbier in Stung Treng, aan de Mekong.