De tocht uit het vorige bericht heeft uiteindelijk zeven dagen geduurd. Het had een stuk sneller gekund, het kan altijd sneller, maar het doel was nadrukkelijk niet snelheid – wie probeert iets snel te doen in Laos heeft helemaal niets van het land begrepen, zoveel is ons al duidelijk.

Overal. Iedereen. En waarvoor? Om Thaise soaps te bekijken?

Overal. Iedereen. En waarvoor? Om Thaise soaps te bekijken?

We lasten een rustdag in in het plaatsje Sekong, waar het wemelde van de hotels maar waar minder te doen was dan in Almelo, en daar was helemaal niets mis mee. En we bleven een dag over in een dorpje aan de voet van een waterval met de profetische naam Tad Lo. Mensen die dezelfde route aflegden bleven we tegenkomen en het was een erg internationaal gezelschap met wie we op een avond aan de rivier barbecueden. Sommigen haalden kip, vis en groente op de markt, anderen bouwden een vuur in het gras op de oever. Een al gevelde boom leverde de brandstof, hard tropisch hout dat eindeloos bleef gloeien en waarop het dus erg goed roosteren was.

Waarom klonk Tad Lo zo profetisch? Eh… bij onze aankomst viel het water van een zekere hoogte in een beek die, vol van zichzelf, ruiste en klaterde, maar de volgende ochtend bleek het water in de rivier op z’n Engels ‘a tad low’ te zijn. De rotsen lagen zich te verwonderen over de ingevallen stilte. Modderige oevers die kort tevoren nog trots bij de rivier hadden gehoord lagen verongelijkt op te drogen in de zon. En onderwijl deed een ijl stroompje water midden in de bedding een poging de herinnering levend te houden aan het water dat was geweest. Op de plaats waar het de avond ervoor nog had gewoed en gevaagd speelden kinderen; het had ze kunnen overrompelen, maar het kwam niet.

De waterval staat uit.

De waterval staat uit.

Een deel van het nationaal Laotiaans inkomen wordt verdiend met de verkoop van stroom, verkregen uit waterkrachtcentrales. Al eerder las ik in de Bangkok Post over de aanleg van een stuwdam in de Mekong, waarmee begonnen is ondanks de bezwaren van de buurlanden. In Thakhek (of Thakhaek), waar ik dit zit te schrijven, zien we hoogspanningsdraden de Mekong over gaan, waarschijnlijk om Laotiaanse stroom aan het buurland aan de andere kant van de rivier te verkopen. En ja, stroomopwaarts van de waterval van Tad Lo bevindt zich een stuwmeer met een waterkrachtcentrale. Wanneer water uit het stuwmeer wordt geloosd staat de waterval aan. Zo niet, dan staat de waterval uit. De spelende kinderen zijn eraan gewend, maar wij werden erdoor verrast.

Brommer op het dak? Zo gebeurd. Foto: Charlotte.

Brommer op het dak? Zo gebeurd. Foto: Charlotte.

Terug in Pakse, dat na een week op het (niet zo) platteland opeens de allure van een heuse stad had gekregen, stapten we in zo’n bus waarin buitenlanders in de minderheid zijn om verder noordwaarts te reizen. Deze vooral door Lao gebruikte bussen zijn ouder dan de buitenlanderbussen, voller ook. Toen alle stoelen bezet waren werden plastic krukjes uitgedeeld voor wie nog geen zitplaats had, en toen ook die op waren bleven de laatst ingestapten staan, en dat urenlang. Op het dak vond de meest uiteenlopende waar een plaats, tot en met brommers, die met geoefende gebaren omhoog gehesen werden. Onderweg werd nog regelmatig gestopt om te proberen meer mee te nemen; een vrouw had grote zakken met iets zwaars bij zich, maar het lukte de mannen die eerder brommers op het dak hadden gekregen niet deze zakken omhoog te zeulen, en de vrouw bleef met haar zakken achter. Waar gestopt werd stonden ook verkoopsters die door de open ramen in bamboe geklemde gegrilde kip naar binnen staken, of als snack onrijpe mango verkochten, of water. Het vond allemaal aftrek en werd luid smakkend genuttigd.

... en af en toe kon ook in de bus verkocht worden, zoals hier gegrilde kip en mango.

… en waar genoeg passagiers waren uitgestapt kon ook in de bus verkocht worden, zoals hier gegrilde kip en mango. Foto: Charlotte.

De rit had zesenhalf uur moeten duren. Het werden er twaalf. Nee, ik weet het, je moet tijden niet al te letterlijk nemen en je nergens druk over maken. Je moet je er niet over verbazen dat de bus ergens een uur stilstaat bij de ingang van een busstation, dan vijftig meter doorrijdt en opnieuw een uur stilstaat zonder dat er iets over is aangekondigd en zonder dat zelfs de passagiers gaan vragen hoe dat zit. Net zoals je je er ook niet over moet verbazen dat het twee volle uren kan duren voordat je in een restaurant je bestelde eten krijgt, of dat je zelfs helemaal niets krijgt en eenvoudig genegeerd wordt. Je moet je nergens over verbazen in dit land.

Maar ik begin grenzen tegen te komen van wat ik kan begrijpen… en accepteren.

Ook in Thakhaek gebeurt intussen niets. Langs de rivier wordt ook hier gegrilde kip verkocht, en kleefrijst, geroosterde insecten en reptielen. Het hoeven niet altijd tempels te zijn, en niet altijd watervallen. Gewoon hier zijn, rondlopen, voelen, kijken. Zijn. Het eten dat op straat verkocht wordt heeft een voordeel: je hoeft er geen twee uur op te wachten.