In een recente reactie op dit weblog viel de naam van Tommy Wieringa. Ik herinner me nog levendig hoe destijds zijn roman Joe Speedboot in alle boekenwinkels lag en hoe ik mezelf er niet toe kon brengen het te kopen en te lezen.

Het was de titel: Joe Speedboot. Om te beginnen: wie heet er nou Joe Speedboot? En verder: het woord speedboot is een aberratie in de Nederlandse taal, een tenenkrommende combinatie van Engels en Nederlands in één woord. Speedboat zou beter zijn, of anders fonetisch: spiedboot. Maar speedboot??? Nee, dit woord was echt een obstakel, een fysieke belemmering. Dit boek was onbenaderbaar.

Andere talen dan de Nederlandse hebben het gemakkelijker, daar geen halfslachtigheid: ofwel ze houden de oorspronkelijke spelling van leenwoorden aan, ofwel ze veranderen deze rigoureus, om aan de eigen regels te voldoen.

Dat laatste is bijvoorbeeld te zien in een van oorsprong Zuid-Amerikaans (quechua?) woord voor latex of rubber, dat in meerdere Europese talen is overgenomen en dat steeds ongeveer hetzelfde wordt uitgesproken maar heel verschillend wordt geschreven:

In het Spaans: caucho
In het Frans: caoutchouc
In het Duits: Kautschuk
In het Italiaans: caucciù
Zelfs het Russisch kent het: каучук (zeg maar: kautsjoek)

In Collins’ Engels-Maleis woordenboek is trouwens onder ‘rubber’ deze voorbeeldzin te lezen: ‘Can I borrow your rubber?’ Het lijkt een merkwaardige vraag: mag ik je condoom lenen?, maar ze hebben kennelijk enkel aan het vlakgom gedacht… Trouwens… Vlakgom… stuff… Paul van Vliet. Ja, hè?

In het Thais is het woord voor rubber hetzelfde als dat voor band. Thaise woorden kunnen verbazend praktisch zijn.

In het Japans is aan de woorden te zien dat iets niet eigen is aan de Japanse cultuur en geschiedenis: rubber is gommu. Barukanrabaa (‘vulcan rubber’) is gevulcaniseerd rubber, fomurabaa (‘foam rubber’) is schuimrubber. Verder ook hier een speedboot-achtige constructie: keshigommu (vlakgom) is een combinatie van een Japans woord voor wissen/uitdoen en het geïmporteerde gommu.

Uiteindelijk heb ik Joe Speedboot toch gelezen, de speedboot was zoiets als een speed bump, een gendarme couché (‘slapende veldwachter’, hoe komen ze erop?): het is een hobbel, maar als je die overwonnen hebt ligt de wereld voor je open. Ben het op het moment aan het herlezen, en wat een genoegen…

Tot slot een aantal woorden die ik onlangs ben tegengekomen en die me om de één of andere reden aanspraken. Dit zijn geen hobbels, dit zijn woorden die gemaakt lijken om te worden gekoesterd. Als verzamelaar van woorden kon ik niet nalaten ze op te nemen.

Fernweh: Duits woord dat als tegenhanger van heimwee gezien kan worden. Verlangen naar verre einders, zin in reizen, zucht naar ergens anders zijn. Wat een geweldig begrip!

Apopathodiaphulatophobie: er zijn allerlei grieksigheden in te herkennen, maar het woord is Frans. Het betekent een ziekelijke angst voor constipatie. Tegen de tijd dat je erin slaagt dit woord uit te spreken is die angst allang vergeten.

яблокитай: Titel van een album van de (niet meer bestaande) Russische popgroep Nautilus Pompilius. Spreek uit als jablokitai. Het is een woordspeling op de (Nederlandse) herkomst van het Russische woord апельсин (appelsien): jabloko is appel, Kitai is China, jablokitai is dus appelchina, oftwel… appelsien! Sinaasappel is dus eigenlijk China’s appel… Nooit geweten.