Op de drempel tussen een Maleisisch hoofdstuk en een Kirgizisch hoofdstuk, nog even een blik naar achteren. Maar daarvoor moet ik eerst  heel wat hoofdstukken terug. Maak je geen zorgen, het komt allemaal wel goed.

In de tijd dat ik copiloot was op de  747 vloog ik af en toe (meestal naar het verre oosten) met een nogal markante gezagvoerder. Ik had in die tijd  nog niet afgeleerd de w-vraag te stellen, de vraag waarop ik het  antwoord maar niet kon vinden, maar hij, ervaren Aziëganger, kende het antwoord.

‘Waarom doen ze  dat nou? Waarom doen ze dat zo en niet anders? Waarom weten ze niet…? Waarom kunnen ze niet…’ In Azië  vragen stellen die beginnen  met waarom is een subliem  zinloze bezigheid.

Maar hij, zoals gezegd, had het antwoord. ‘Omdat het poepbroeken zijn’.

Het is een gevleugelde uitdrukking gebleven, en ondanks de schijnbare eenvoud ligt hierin één van de grote inzichten besloten die de mens helpen het hoofd te bieden aan Het Grote Mysterie dat hij zijn leven lang probeert te doorgronden.

Terug nu naar een minder ver verleden. Nadat we een paar maanden lang in andere delen van Zuidoost-Azië – waar communistische experimenten het volk hebben teruggebracht tot een grootste gemene deler – te maken hadden gehad met lieden die, grijnzend als idioten lief lachend, de  meest onbegrijpelijke fouten maakten, hadden we (vooral ik, denk ik) even genoeg van die schattige poepbroekerij. Aardige mensen allemaal, maar – genoeg!

Het was dus een opluchting weer wat tijd in Maleisië door te brengen. Al zal iedereen die dit land een beetje kent beamen dat je ook in Maleisië genoeg mensen tegen kunt komen die ‘maar wat aanrommelen’, zonder zich ooit af te vragen of het anders kan. Malaysia is niet voor niets Truly Asia.

Als er een Alwetendheid is, dan weet die Alwetendheid allang dat ik in mijn leven zonder terughoudendheid de meest uiteenlopende knulligheden en stommiteiten heb uitgehaald. Het volgende dient dus als illustratie van wat we dagelijks tegenkomen, zonder oordeel. Zonder w-vraag. Gewoon ter vermaak. Grijnzen mag.

Bij de wijnverkoper
(Supermarkten hebben een aparte afdeling met niet-halal produkten, waar een Chinese slager spek en ham en zo verkoopt en een andere Chinees wijn en sterke drank. Dit wordt ter plekke afgerekend en niet bij de centrale kassa, waar meestal Maleise meisjes zitten die zulke produkten niet eens mogen aanraken, op straffe van eeuwige verdoemenis of zo)

Verkoper (zodra ik binnenkom): wat kan ik voor u doen? Ik (kijk speurend rond, zie niet meteen wat ik zoek): ik zoek een Sauvignon Blanc uit het Marlborough gebied.
Hij (trekt een fles witte wijn uit een stapel): dit is een goeie wijn.
Ik: nee, ik zoek een Sauvignon Blanc. Uit Nieuw-Zeeland.
Hij: ja ja, deze is uit Nieuw-Zeeland.
Ik: er staat Argentinië op, en Chardonnay.
Hij: nee hoor, hij is uit Nieuw-Zeeland. Goede wijn.
Ik: hebt u hem zelf gedronken?
Hij: nee, maar hij is in de aanbieding.

Bij de ingang van ons appartemengebouw
(Het gebouw heet Birch Regency, en onlangs werd die naam in mooie glimmende metalen letters op de gevel aangebracht. Charlotte keek naar de man die daarmee bezig was, en las wat hij al gedaan had: Birch Reeg…)

Charlotte: klopt niet helemaal, hoor.
Man: jawel hoor.
Charlotte: eh, nee hoor.
Man (kijkt op zijn briefje, laat het Charlotte zien): jawel hoor, kijk maar. (en dit gaat nog even zo door; het is uiteindelijk toch nog goedgekomen)

Bij de buitensportwinkel
(Om in de bergen rond Bishkek te kunnen wandelen wil ik wandelschoenen hebben. In Penang kennen we één winkel die ze verkoopt. Er staan meerdere modellen van Lafuma. Een jong meisje komt me helpen)

Ik (heb een paar schoenen gevonden met stevige zolen, kan wel wat zijn): heb je deze in maat 11?
Zij (zichtbaar geschrokken vanwege deze buitensporig grote maat, gaat zoeken, komt opgelucht terug): ja, heb ik. Wilt u ze passen?
Ik: ja graag. (Begin ze aan te trekken)
Zij: wilt u een spiegel?
Ik: nee hoor, dat hoeft niet. (Een spiegel? Is dat een grapje? Ik trek de veters aan, maar merk al: de schoenen zijn te smal) Heeft u een breder model?
Zij (is even gegeneerd, gaat zoeken, komt met lege handen terug): nee, 11 is de grootste die we hebben.
Ik: ik wil niet een grotere, ik wil een breder model. (Ze kijkt naar de grond) Je weet niet of je een breder model hebt, hè?
Zij, glimlachend: nee.
Ik probeer wat andere schoenen, vind iets wat een beetje in de buurt komt (je hoeft geen volmaaktheid te zoeken in Maleisië), zoek ook nog een paar sokken uit.
Zij (kijkt naar de maat van de sokken): is dit de maat die u moet hebben?
Ik: dat kun je zelf ook beantwoorden. Je weet nu hoe groot mijn voeten zijn.
Ze kijkt naar de schoenendoos waar 11 op staat, dan naar de sokken waar XL 44-46 op staat, en weet niet meer wat ze moet zeggen…

Voorheen zou ik gevraagd hebben: waarom… en vul de rest zelf maar in. Maar zonder deze vraag wordt het leven een stuk eenvoudiger. Al denk ik wel eens: hoe zou het zijn als we alleen te maken hadden met mensen die verstand hebben van hun werk…