Weinig nieuws, hè, de laatste tijd? Ja…. en intussen zijn we wel met van alles bezig, ideeën voor de nabije toekomst, zoveel ideeën dat er eigenlijk helemaal geen tijd voor alles is.

Het internet blijkt opnieuw op veel manieren een zegen, en zoals gewoonlijk geen onverdeelde zegen. Via het internet worden mogelijkheden aangeboden en contacten gelegd die nog maar weinige jaren geleden nauwelijks denkbaar waren geweest. Maar… niet alles is wat het lijkt, en de taak om het kaf van het koren te scheiden is niet eenvoudig in een landschap waar je door de bomen het bos niet meer ziet. Om maar eens wat oude metaforen te gebruiken.

Beetje concreter. We hebben ons wel eens verdiept in mogelijkheden om vrijwilligerswerk te gaan doen. En kwamen al gauw tot de ontdekking dat we bepaald niet de enigen waren die daarin geïnteresseerd waren, en dat je via het internet enorm veel mogelijkheden aangeboden krijgt om dat te doen, en dat je er in de regel flink voor betaalt. Daar gaat wat een mooi idee had kunnen zijn het raam uit. Betalen? Om te mogen bijdragen? Ja, want wat kunnen we nou eigenlijk bijdragen, behalve geld? Klinkt heel nobel hoor, om iets goeds te willen doen, maar vol goeie bedoelingen in de weg lopen, daar mag best wat geld tegenover staan. Want dáár kun je wat mee. Geld.

Oké, ander idee. Wel eens van wwoof gehoord? De afkorting staat voor world wide opportunities on organic farms. Er zijn dus websites die (‘organische’) boeren en potentiële tijdelijke werkers met elkaar in contact brengen, en dat wereldwijd. In theorie zijn die boeren organische landbouwers met een visie, en kun je er als vrijwilliger (die werkt in ruil voor onderkomen en eten) wat opsteken. En dat in de hele wereld. In de praktijk blijkt het ook te gaan om horeca-gelegenheden die best wel onbetaalde krachten in dienst willen nemen en om boeren die hun tijdelijke werknemers dagenlang laten graven om de oorzaak van een verstopte wc te vinden. Neemt niet weg dat je hier een mogelijkheid hebt om een dagelijks leven mee te maken dat je als toerist nooit, nimmer zult vinden. Hee, dat biedt perspectieven. En zeker als je gaat denken aan, bijvoorbeeld, Japan. Ik denk aan Japan.

Nog een mogelijkheid om wat meer tijd op één plaats door te brengen en een poosje deel te nemen aan het leven ter plekke: house-sitting. Hier bestaan heel wat websites voor. Een huiseigenaar gaat voor een bepaalde tijd weg en heeft iemand nodig om het onroerend goed te onderhouden of voor de dieren te zorgen. Via het internet vindt hij dus iemand die van ergens heel anders komt maar bereid is in ruil voor wat diensten ergens te wonen waar hij niet thuis is. Voor ons een geweldig idee, want we houden van dieren maar kunnen ze vanwege onze nomadische levensstijl zelf niet hebben, en we houden van ergens langere tijd doorbrengen, maar niet eeuwig. Het enige probleem hier: Charlotte ziet ons zoiets doen in Europa, ik  zie ons eerder in Nieuw-Zeeland.

En dan denken we nog eens na over de zeiltocht van Maleisië tot Tasmanië die we bijna gemaakt hadden met een Nederlandse schipper die zich voortdurend beriep op zijn ervaring maar door zijn acties enkel aanleiding gaf tot twijfel, die de baas was om geen andere reden dan omdat hij dat zei (en vaak zei), en die in staat was iedereen tegen zich in het harnas te jagen en daar iedereen de schuld van te geven behalve zichzelf, omdat iedereen een sukkel was. En die leed onder meerdere persoonlijkheidsstoornissen, die we al vermoedden en konden accepteren maar waarvan pas op het water, toen Charlotte met hem voer, de omvang duidelijk werd. Voor zover we weten heeft hij intussen afgezien van zijn plan om naar Tasmanië te varen. Hij heeft trouwens geen bemanningsleden meer, ze zijn er allemaal vandoor gegaan.

Maar. Even niet denken aan die Nederlandse schipper, maar aan het varen. Charlotte heeft in de korte tijd dat ze aan boord was wel een gemeenschap leren kennen van mensen die op jachten leefden in Langkawi, en wat ze daar zag beviel haar. Ze vertelde erover. Ik dacht erover na. In eerste instantie: ik heb toch helemaal geen ervaring met zeilen, en wat moet je nou met een leven waar je alleen maar water om je heen hebt? In tweede instantie: je hoeft dus helemaal niet enkel midden op zee te gaan zitten, je kunt ook in stille baaien gaan liggen met je jacht en mijmerend om je heen kijken. Aan land gaan, zo lang aan land blijven als je wilt. En belangrijk ook: jachten, dat kun je leren. Sterker nog, er is op Langkawi, dus vlak bij ons, een school die het hele (Britse) Royal Yacht Association programma kan afwerken, van beginner tot zeerot. Niet het ‘zeerot’ diploma telt, maar de kennis en ervaring die ermee worden overgedragen. Natuurlijk. Het kan, het kan.

Hier komt opnieuw een website in het vizier: find a crew. Charlotte was er al lid van en werd daar gevonden door de Nederlander waaraan pas later wat steekjes los bleken. Ik werd lid en vond er vooral mensen die een jacht hebben en proberen geld te slaan uit andere, onervaren, mensen die ze kunnen meenemen als passagier. Maar het hangt ervan af wat je kunt en wat je zoekt. Er zijn heel veel jachten waar kundige, bedreven opvarenden nodig zijn, en kunde, bedrevenheid, ervaring kun je opdoen. We zijn aan het kijken naar een combinatie van korte zeiltrips als (relatief) onervaren bemanningslid en cursussen die ons kunnen bijbrengen wat we moeten weten om op zee te zeilen. Aan de horizon ligt misschien zelfs een eigen jacht. We zijn, kortom, weer aan het dromen, het zijn dromen die onverwachte wendingen nemen en dromen die zomaar vervuld kunnen worden.