Het had zomaar verkeerd kunnen beginnen. Als je op de eerste dag van een reis die een maand of drie gaat duren door de wekker heen slaapt en daardoor de bus mist, en dus de boot, en dus die ene trein waarop die voordelige internetaanbieding geldig was, en dus ook de eerste al gereserveerde nacht in een hotel, dan kun je zeggen dat je verkeerd begonnen bent.

Maar Charlotte maakte me wakker. Ze had bijna niet geslapen.

Charlotte had liever gehad dat ik tot het eind van het skiseizoen in Châtel was gebleven, samen met haar, en dat we dan samen terug naar Maleisië gevlogen waren. Dus toen ik mijn wekker niet hoorde heeft ze nog even, heel even, geaarzeld. Maar ze maakte me wakker.

De bus van Châtel naar Thonon vertrok zodra ik was ingestapt. Verbaasd keek ik op mijn horloge. Veel te vroeg… Of had ik me de vertrektijd verkeerd herinnerd? Was ook dit net goed gegaan?

In Thonon liep ik een café binnen voor koffie en een croissant, maar er stond alleen een schaal met piepkleine croissantjes, des croissants en tout début de croissance, zeg maar. Ik vroeg om un café et un croissant. De barman zei iets dat niet als Frans te herkennen was. Oh, aha, zei ik. En dacht even na, want hij bleef me aankijken en wachtte kennelijk ergens op. Eh sorry hoor, ik heb het niet begrepen. Hij herhaalde wat hij had gezegd, deze keer een beetje sneller, waarmee het niet verstaanbaarder werd. En bleef me aankijken. Na nog een herhaling begreep ik dat de croissantjes gratis waren bij de koffie. Un petite café? vroeg hij. O, vandaar. Het was helemaal geen Fransman.

Ernaast was een bakkerij die vol stond met scholieren die waarschijnlijk net als ik met bussen vanuit omliggende dorpen gekomen waren; de lessen waren nog niet begonnen. Ik bestelde, betaalde met een briefje van twintig en kreeg een paar verfrommelde briefjes terug. Scholierenbriefjes, net daarvoor uit scholierenzakken gekomen.

Nog nadenkend over de opeenvolging van waarschijnlijk onbeduidende maar ietwat onverwachte gebeurtenissen begaf ik me naar de haven vanwaar de boot het meer zou oversteken naar Lausanne.

Er lag geen boot. Het verkoopkantoor zag er gesloten uit. De nog steeds voortdurende duisternis en de snijdende noordoostenwind zouden samen met de lege haven hebben gezorgd voor een onheilspellende sfeer, ware er niet die ene man die de kou stond te trotseren en me al van verre toeriep: komt u voor de boot? Ja, riep ik verheugd terug. Die gaat niet, riep hij.

~~~

À cause de la bise. De noordoostenwind had de golven op het meer zodanig opgezweept dat oversteken niet verantwoord was. Bij gevaar wordt niet gevaren. Het kon nog wel een paar dagen duren voordat de veerverbinding hersteld werd. En hij dan, stond hij te wachten tot er weer iets voer? Nee, het was zijn taak in die noordooster te staan en mensen te vertellen wat ze niet wilden horen. Hij stond er al sinds half zes… Ik wenste hem sterkte.

Wat nu? Ik had nog een paar uur om in Lausanne te komen voor de al betaalde trein naar Wenen. Ik dacht even na en herinnerde me wat mijn oma placht te zeggen: als je het meer niet kunt oversteken moet je er omheen. Een bus naar Genève, en dan een trein naar Lausanne, dat kon nog wel lukken.

Op weg naar het busstation viel mijn oog op het uithangbord van een winkel in een zijstraat. Het kon bijna geen toeval zijn, de zaak heette l’Imprévu (de onverwachte gebeurtenis, het niet verwachte). Ik ging even kijken wat er verkocht werd. De zaak was leeg, het pand werd ter overname aangeboden. Behalve het naambord was er niets.

Vanaf dat moment ging het beter. Binnen een kwartier zat ik in een bus naar Genève en vlak daarna in een trein naar Lausanne, op tijd voor de gereserveerde reis via Zürich naar Wenen. Zwart-witte landschappen, ijzig uitziende meren, af en toe spectaculaire afgronden, totdat de invallende nacht zich als een jaloerse minnaar over de buitenwereld ontfermde. Aankomst ‘s avonds laat, vlak daarna een klaarstaand bed. Feilloos.

~~~

Het idee: over land van Frankrijk naar Maleisië, daarbij niet de snelst mogelijke weg kiezend, want wat is daarvan de zin, maar ook niet overal de tijd nemend, want dan is een mensenleven nog niet lang genoeg. Een maand of drie, denk ik.

Belangrijk: niet alles van te voren plannen. Er zijn mensen (ik zie ze op internetfora, we zijn ze tegengekomen) die maanden van te voren proberen alle details vast te leggen en ook onderweg nog met niets anders bezig zijn. Ze willen geen fouten maken, zich niet vergissen in hun keuzes, geen onverwachte dingen meemaken. Ze missen de essentie.

Belangrijk ook: licht reizen. Een rugzakje van het formaat ‘handbagage’ met daarin een paar t-shirts, wat ondergoed, sokken, toiletartikelen, en genoeg ruimte over om plaats te bieden aan de winterkleding die ik nu nog draag maar die bij het naderen van de tropen beter opgeborgen kan worden. Niet essentieel maar wel erg handig: een slimme telefoon en een tablet, beide gevuld met films, muziek, romans, woordenboeken en apps waarmee hotels kunnen worden bekeken en gereserveerd, treinkaartjes besteld, contact met Charlotte onderhouden, een weblog bijgehouden. En verder twee credit cards en een som geld, verdeeld tussen de portemonne en het rugzakje.

Na Wenen? Nog niet zeker. Morgen verder kijken.