Het zijn niet de Russen die niet geliefd zijn, het is Poetin.

Het zijn niet de Russen die niet geliefd zijn, het is Poetin.

Kiev is een stad die je misschien beter niet op zondag kunt bezoeken. Maandag is al een stuk beter.

Het is zondag als ik er aankom. Grijs. Waterkoud, temperatuur net onder nul. Na inchecken in het hotel ga ik maar eens op onderzoek uit. Niet zo heel ver weg is een Tsjernobyl-museum. Tsjernobyl, toen het nog op de kaart stond, toen het nog bestond, was niet ver van Kiev verwijderd.

Overal in de stad te zien: esspresso vanuit de auto. Allerlei automodellen, het is kennelijk eenvoudig een espressomachine in een auto in te bouwen.

Overal in de stad te zien: esspresso vanuit de auto. Allerlei automodellen, het is kennelijk eenvoudig een espressomachine in een auto in te bouwen.

Ik vind het met enige moeite, loop naar binnen, kijk rond. Dat laatste valt niet mee, want het is er erg donker en er is niemand die het licht aan kan doen. Ik zie vaag de contouren van een opgezette wolf, een opgezette vogel – kennelijk de fauna van het gebied om de kerncentrale. Na even gewacht te hebben loop ik weer naar buiten en zie op een bord op de deur dat het museum op zondag gesloten is.

Dan maar naar het centrum, Maidan, onafhankelijkheidsplein. Indrukwekkende locatie, veel ruimte, geen verkeer want afgezet, makkelijk dus om rond te lopen. Ik zou het graag allemaal bekijken, maar word voortdurend lastiggevallen.

Het eerlijkst zijn degenen die collecteren ‘voor gewonde soldaten’. Dan weet je meteen: die willen geld, al is er geen garantie dat je geld inderdaad bij ‘gewonde soldaten’ terecht komt. Verder zijn er lieden met witte duiven, en die duiven moet je aaien. Wil ik niet. Maar het is gratis! Wil ik niet. Waarom niet? Enz.

En dan lopen er nog figuren rond in knuffeldierpakken, en als een eersteklas beginner laat ik me geleidelijk inpakken. Grote glimlach. Nee, wil ik niet. Even later: twee tegelijk, met een hele grote glimlach. Alles goed? Ja hoor. Een uitgestoken hand. Ik weet natuurlijk dat je uitgestoken handen moet negeren, maar deze komt van een glimlachend knuffeldier!

Het gesprek gaat van: wat spreek je goed Russisch zeg! naar waar het eigenlijk om gaat. Kom geef ons een knuffel. Nee hoor, echt niet. Zullen we met je op de foto? Nee. Waarom niet? Dat is kinderspul. Maar in iedereen schuilt een kind, kom, laten we het kind wakker maken! Eh nee, laten we het kind niet wakker maken. Oké… Heb je ook munten van je land? Die sparen we. Heb je misschien ook papiergeld van je land? Heb je misschien ook wat van ons geld, zodat we een kop koffie kunnen kopen?

Ik maak me uit de voeten en besluit het Maidan verder te mijden.

De volgende dag ben ik er weer.

Maandag, stralende zon. Ik ben voorbereid. Gewonde soldaten: gisteren al gegeven. Duiven: nee. Waarom niet? Nee. Ja maar… Nee. De knuffelklojo’s blijven deze keer op een afstand. Dat ritueel doorlopen hebbende word ik verder met rust gelaten en kan ik op mijn gemak bekijken wat er zoal te zien valt op het plein.

Het vakbondsgebouw, rechts vlak na de brand een jaar geleden, links zoals het er nu bij staat.

Het vakbondsgebouw, rechts vlak na de brand een jaar geleden, links zoals het er nu bij staat.

Er wordt gewerkt aan stellages, ongetwijfeld in verband met een herdenking van de gebeurtenissen van een jaar geleden. Er staan nog kaarsen, en rijen foto’s van slachtoffers van die gebeurtenissen. Een expositie van foto’s van de volksopstand, en de daarop volgende oorlog in het oosten. De foto’s van de mensen die hier omkwamen, van de gevechten die hier plaatsvonden, zijn erg indrukwekkend. Dit zijn geen zwart-wit plaatjes van lang geleden, dit komt van heel dichtbij. En tussen de getuigenissen van de oorlog: een foto van wat verwrongen aluminium, vredig rustend tussen wat planten. Er staat iets op het metaal, ondersteboven. Er staat: Malaysia Airlines.

De gevallenen

De gevallenen

Ik keer het Maidan opnieuw de rug toe om nogmaals het Tsjernobyl-museum te bezoeken. Ik blijf er een uur en ben in die tijd de enige bezoeker. Een verhaal met twee boodschappen: de Sovjets waren onbetrouwbare figuren die probeerden de werkelijkheid te verbloemen, en de mannen die de ramp bevochten, ten koste van hun leven, waren helden. Helden: dat woord was ik op het Maidan ook al tegengekomen. Wat je moet doen om held te worden: sterven.

En zo staat dit korte bezoek aan de stad Kiev in het teken van strijd en opoffering. Op zondag was ik er nog getuige van geweest dat op het Maidan een jongeman met een kaalgeschoren hoofd en een boze uitstraling het aan de stok kreeg met een andere jongeman, in camouflagekleding gestoken. Niet slim, want van die camouflagelui liepen er nog veel meer rond. De jonge heethoofd werd door zijn vrienden, met enige moeite, van het conflict weggetrokken. Niet voor het heldendom in de wieg gelegd, droop hij af, zij het met een je-hoort-nog-van-me houding. Misschien horen we inderdaad nog van hem.

Nogmaals: het is Poetin.

Nogmaals: het is Poetin. Dit is toiletpapier, ja.