Odessa is altijd al een bij Russische toeristen geliefde vakantiebestemming geweest, en het is dan ook toepasselijk dat de trein waarin ik ‘s ochtends in Kiev instap en die me in tien uur naar de parel van de Zwarte Zee zal brengen een doorgaande trein van Moskou naar Odessa is. Aan boord wordt Russisch gesproken, en na aankomst zal me opvallen dat er weliswaar hier en daar wat opschriften in het Oekraïens in de stad te zien zijn, maar dat wat ik om me heen hoor enkel Russisch is. Odessa is zo’n kind van een geschiedenis waarvan niet ver hiervandaan de meest recente pagina’s met bloed geschreven zijn: een overwegend Russischtalige stad in Oekraïne.

Gedurende de reis komen mensen langs die van alles aanbieden. Nadat ik de gelegenheid om roebels of dollars in hryvnia om te wisselen voorbij heb laten gaan en de verleiding heb weerstaan Russische kruiswoordraadsels, Oekraïense simkaarten en mobiele telefoons, kaviaar, zaklampen, snoep, snuisterijen, ikonen of gedroogde vissen te kopen, komt tijdens een oponthoud van twintig minuten op een station een grootmoedertje met een verweerd gezicht langs met appels. Appels? Ja graag! We praten wat over en weer en ik krijg een grote zak appels voor 30 hryvnia. Je zult zien dat ze lekker zijn, zegt ze, en ze kijkt me aan met een onbevangen blik, glimlachend. Ze komen van mijn eigen bomen, en ik gebruik geen bestrijdingsmiddelen. En zonder zich te haasten pakt ze haar boeltje bij elkaar om verder te gaan. Ik voel me alsof het mijn eigen oma is die me net iets heeft toegestopt voor onderweg.

Mijn hotel bevindt zich in een deel van de stad waar te zien is dat met het toerisme veel geld binnenkomt. In winkels met etalages wordt kleding verkocht van internationaal bekende merken. Modieuze cafés dingen om de gunst van de bezoeker. In restaurants waar gedempte muziek een interieur aanvult waar allerlei soorten design-specialisten aan te pas zijn gekomen serveert meertalig personeel oesters, kreeft, tournedos en lamsrug.

En dat in een land waar vlees bij voorkeur tot gehakt wordt verwerkt en gebruikt als vulling voor deegwaren die worden gegeten zonder enige saus erbij.

Maar wacht, het andere, het eigenlijke Oekraïne is niet ver weg.

Vlakbij het treinstation, aan de rand van het centrum, ligt de Privoz-markt. Het is een grote markt, met etenswaren, kleding, gereedschap en onderdelen. Je hoeft hier niet lang rond te lopen om je te realiseren dat je hier nog steeds in een land bent waar velen nauwelijks kunnen rondkomen. Verkopers en verkoopsters kleden zich tegen de kou met vele lagen bij elkaar geraapt textiel en wachten op kopers die, in geringe getale, voorbij schuifelen maar niet stoppen. Groentekramen bieden schamele hoeveelheden aan van wat buiten de stad iedereen zelf verbouwt en voor de winter in de kelder opslaat: aardappels, kool, wortelen, uien. Vlak daarnaast worden ingemaakte salades van de laatste drie van die ingrediënten aangeboden. Een enkeling heeft een paar sinaasappels, een paar appels. Vis is hoofdzakelijk gedroogd. Vlees is er bijna niet. Kleding is sober, de keuze beperkt; ook hier weinig klandizie. In deze omgeving valt opeens weer op wat in het centrum een beetje buiten het zicht gebleven was: de trams zijn oud en gebutst, en ze rijden schokkend over rails waar reparaties grote oneffenheden hebben achtergelaten. In de marsjroetka’s zitten en staan mensen opeengepakt, gelaten kijkend door een deel van een raam waar iemand de condens van gewist heeft. En de brede, met kastanjebomen omzoomde alleeën van het centrum veranderen daarbuiten in straten waar auto’s laveren langs de diepe gaten die zijn ontstaan door vorst, dooi en het verkeer.

Iets anders wordt duidelijk. Ik was blij met de lage prijzen die ik betaalde voor hotelkamers en eten, al vroeg ik me af hoe ze zo laag konden zijn. Het kan doordat de Oekraïense munt in waarde daalt, en daalt, en daalt. Alleen al op 5 februari, toen de regering stopte met maatregelen die de koers van de hryvnia kunstmatig hoog hielden, verloor deze 30% van zijn waarde. ‘s Morgens kreeg je voor een euro 19 hryvnia, ‘s avonds 28. De toestand is dramatisch, het land bevindt zich op de rand van het faillissement, en de oorlog die in het oosten woedt kan het zich helemaal niet veroorloven.

Wanneer ik morgen in een bus stap op weg naar Moldavië laat ik heel wat achter: een mooi land met bijzondere mensen. Maar ook mensen waarvan velen niet de mogelijkheid hebben hun lot te verbeteren. Als je dat niet hebt, wat dan wel?