Onwillekeurig denk ik bij het zien van het bord waar ‘Rompetrol’ op staat: ‘je bent zelf een rompetrol’. Er blijkt een tankstation bij te horen en het woord zal dus wel anders uitgesproken worden dan ik me had voorgesteld. Voeg hier de tankstations van Lukoil, die ik later zie, aan toe en we hebben een illustratie van waar alles om draait in Moldavië: Roemenië en Rusland.

Bron: Wikipedia.

Bron: Wikipedia.

In Odessa heb ik een kaartje gekocht voor een bus die niet de kortste route neemt naar de Moldavische hoofdstad Chișinău maar in plaats daarvan om het gebied van Transnistrië (Transdnjestrië) heen gaat, om problemen later te voorkomen. Waar het om gaat: een reiziger die vanuit Oekraïne via Transnistrië Moldavië binnenkomt krijgt geen stempel in zijn paspoort, omdat Moldavië Transnistrië beschouwt als deel van het eigen land en aan de ‘grens’ met Transnistrië dus geen grenscontrole uitvoert. Bij het verlaten van Moldavië kan het ontbreken van een inreisstempel vervolgens voor problemen zorgen.

Transnistrië wordt over het algemeen in één adem genoemd met Zuid-Ossetië, Abchazië (beide aan de grens van Georgië en Rusland) en Nagorno-Karabach (in het grensgebied tussen Armenië en Azerbaidjan) als voorbeeld van bevroren conflicten die bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie begonnen als afscheidingsoorlogen en die tot op heden, na eenzijdige onafhankelijkheidsverklaringen, niet hebben geresulteerd in internationale erkenning van deze gebieden als onafhankelijke staten. Transnistrië is qua oppervlakte en inwonertal ruwweg te vergelijken met Friesland; de meerderheid van de bevolking is Russischtalig (en wordt beschermd door een eenheid van het Russische leger) terwijl in het grotere westelijke deel van Moldavië de meerderheid van de bevolking Roemeens als moedertaal spreekt.

Moldavië maakte tussen de twee wereldoorlogen deel uit van het Groot-Roemeense rijk maar werd in 1940 ingelijfd door de Sovjet-Unie. De bevolking heeft dus historische banden met zowel Roemenië als Rusland en mag zich tegenwoordig verheugen in de aandacht van beide landen. Maar ondanks de Roemeenstalige meerderheid in de hoofdstad is het vooral Sovjet-Unie wat ik er zie. Russisch is nog steeds een belangrijke taal. De spreekwoordelijke betonnen woonbunkers zijn vele malen halfhartig opgelapt en je kunt vermoeden dat binnen de meeste tegels al van de muren zijn komen vallen. De wegen zijn in een nog jammerlijker staat dan ik elders heb gezien. Van met natuursteen beklede trappen van b.v. voetgangerspassages liggen grote stukken natuursteen los of aan de kant. En alles is doordrongen van een grauwheid waar geen mens tegen opgewassen kan zijn. Ik weet dat er achter al dit triests van alles zit dat minder zichtbaar is: familie, vrienden, warmte, maar dat is het nou net met dingen die minder zichtbaar zijn…

Ik vraag een taxi-chauffeur of hij meer weet over het Hotel Național dat ik heb zien staan, een ruïne van beton, waarvan geen ruit meer heel is en delen van de façade naar beneden hangen of ontbreken. Hij begint een heel verhaal: het was staatseigendom en werd te koop aangeboden. Italiaanse investeers boden er 5 miljoen euro voor, maar dat bod werd afgewezen. Toen kocht de zoon van de eerste president Voronin het voor 3,5 miljoen. Sindsdien zou het een paar keer van eigenaar zijn gewisseld, maar er was nooit iets mee gedaan. En intussen is het geplunderd. Compleet leeggeroofd. Met de grond gelijk maken, iets anders is er niet meer mee te doen.

Later vind ik met zoekopdrachten als ‘hotel National Chisinau’ heel wat websites die beweren dat ze kunnen bemiddelen bij het reserveren van een kamer in dat hotel, maar ik zoek tevergeefs naar bewijzen van Oleg Voronin’s betrokkenheid bij de verkoop ervan. Wel kom ik beschrijvingen tegen in de trant van ‘de man die tijdens de ambtstermijn van zijn vader de rijkste zakenman werd van het armste land van Europa’. En dat is weer een bekend verhaal. De man die ontdekt dat het socialisme werkt als je maar de juiste betrekkingen hebt, en dat, onder dezelfde voorwaarde, het kapitalisme nog beter werkt. Gevleugelde uitspraak, lang geleden, van een hoogleraar tijdens mijn allereerste college aan de UvA: wie een potlood steelt is een dief, wie een onderneming steelt is een succesvol zakenman.

Wat een verrassing is na Moldavië de Roemeense stad Iași! Maar ik ga te hard – ik moet de grens nog over, terug de Europese Unie in. Dat is niet zo vanzelfsprekend als je zou denken. De overige passagiers van de bus komen moeiteloos langs de grenscontrole, maar mijn paspoort wordt door de paspoortscanner gehaald, doorgebladerd, bekeken en… achtergehouden. Er wordt een collega bij gehaald, er wordt getelefoneerd, opnieuw gebladerd, overlegd. Ik moet aan de kant, wachten. Ik ga maar aandachtig staan kijken naar een poster waarop een Roemeense tekst staat die ik kan ontcijferen als: corruptie kan alleen bestaan als je eraan meewerkt, aan jou de keus. Weet niet of het daarom begonnen is, maar het kan geen kwaad daarop voorbereid te zijn. De chauffeur van de bus komt kijken waarom het zo lang duurt: is er een probleem? Geen idee. Dan beginnen de grenswachters vragen te stellen. Waar ik heen ga en wat ik daar ga doen. Hoe lang ik denk in Roemenië te blijven. Pas wanneer ik opmerk dan ik een EU-paspoort heb zeggen ze verzoenend: jaja, en ze geven me mijn paspoort terug. Het is goed, ik mag door.

Maar Iași, dus. Niet ver van de Moldavische grens, maar een groot contrast met Chișinău. Hier wordt helemaal geen Russisch gesproken – wel Engels. Mensen zijn open en lachen. Gebouwen en wegen in goede staat, automobilisten stoppen voor voetgangers (in Chișinău had ik gezien hoe afslaande auto’s inreden op voetgangers die met een groen voetgangerlicht overstaken. Sommigen bleven staan, anderen begonnen te rennen. Op de een of andere manier liep het goed af. Ook reed eens een auto vrij hard vlak langs me heen – op de stoep. De man die hem bestuurde zat tegelijkertijd te bellen).

De woonbunkers die ook hier wijzen op een socialistisch verleden staan tussen gebouwen uit een verder, groter verleden. Aan het eind van een brede straat die voor het verkeer is afgesloten bevindt zich een imposant paleis dat wordt gerestaureerd. Ik volg mensen die op zondag in de richting van het paleis lopen en samenstromen bij iets dat erachter ligt. Het is een complex van moderne malls, een parkje met ijsbaan, restaurants, bars, een food court. Hier komt men de zondag doorbrengen, en ik gun mezelf het genoegen van een Indiase maaltijd en een beugelfles Grolsch in het ruime, lichte, druk bezochte food court.

Hier was ik helemaal niet op voorbereid. Wat ik van Roemenië en Roemenen wist kwam uit de krant. Dieven, zakkenrollers. Oplichters. Zigeuners. En er waren die verhalen vlak na de val van Ceaușescu, over schrijnende toestanden in weeshuizen en psychiatische inrichtingen. Wat kun je toch een verkeerd beeld krijgen op basis van onvolledige informatie. En wat schaam ik me er nu voor dat ik geen zin had gehad door Roemenië te reizen.

Boekarest is vervolgens een metropool als andere. Na nog een paar keer nee op mijn vraag of Hongaarse forinten gewisseld kunnen worden tref ik eindelijk iemand die ze inwisselt voor iets nuttigers. Het is een gedoe met al die valuta, daar zou toch eens iets op gevonden moeten worden.

Morgen door naar Bulgarije. Het gaat wat snel allemaal. Dat krijg je als je in drie maanden vanuit Frankrijk in Maleisië wilt komen…