De eerste keer dat ik op weg was van Europa naar de Oriënt was in 1981. Ik had een paar maanden in Amsterdam gewerkt als taxichauffeur en had een collega-chauffeur enthousiast gekregen voor het plan naar Australië te gaan, zo veel mogelijk over land, en daar geld te verdienen voor de terugreis. Liftend kwamen we tot in Belgrado, en daar werden we meegenomen door een Syriër die in Duitsland tweedehands Mercedessen kocht en daarmee naar Syrië reed om ze te verkopen. Verderop stond er nog één op hem te wachten. Zo reden we een Mercedes tot in Damascus; het was een avontuurlijke en belevenisvolle tocht die we als vanzelfsprekend ervoeren – daarvoor waren we immers vertrokken?

Maar mijn reisgenoot kreeg dyssenterie en besloot dat dat genoeg avontuur geweest was, en ik werd geconfronteerd met iets wat ik me nooit gerealiseerd had: er was geen doorgang. In het noorden lag de Sovjet-Unie als een groot, log dier over de weg. In het midden voerden Iran en Irak oorlog met elkaar en was Afganistan bezet door de Sovjets. Verder zuidelijk lag Saoedi-Arabië, waar alleen islamitische buitenlanders werden toegelaten voor de bedevaart naar Mekka. Alles wat ik probeerde om over land of water verder te reizen mislukte en uiteindelijk vloog ik van Cairo naar Bombay. Er zouden nog twee vluchten nodig zijn om in Australië uit te komen.

De tweede keer waren Charlotte en ik aan het fietsen, in 2009/2010. We hadden geen vastomlijnde plannen, we dachten richting Georgië te gaan en Charlotte vond dat eigenlijk wel ver genoeg, maar mij sprak het idee wel aan om door te blijven gaan tot in Zuidoost-Azië. Toen ik in Turkije werd aangereden kwam een einde aan die gedachten: het ongeluk liet een diepe indruk achter, en het frame van mijn fiets was zodanig verbogen dat doorgaan er gewoon niet in zat.

En dit is de derde keer. Met treinen en bussen, met een voorkeur voor treinen, omdat die elkaar niet inhalen in onoverzichtelijke bochten. En met de duidelijke voordelen die het internet biedt: ik weet dat er doorgangen zijn, er zijn meer mensen onderweg en ze houden elkaar op de hoogte.

wpid-screenshot_2015-02-25-19-42-46.jpg

Dit is het plan: in Ankara bij een aantal ambassades langs voor visa en dan verder naar Georgië, Armenië, Iran, Turkmenistan, Oezbekistan, Kirgizië, China. Voor veel van die landen zijn visa nodig en voor sommige van die visa is een uitnodiging vereist; daar gaat tijd in zitten en dat maakt het nodig ruim van te voren een idee te hebben van wanneer je waar denkt langs te komen. Het sleutelstuk in mijn geval is Oezbekistan. Ik heb een uitnodiging en kan daarmee een visum aanvragen dat waarschijnlijk alleen geldig is voor de eerste twee weken van april. Met dat in gedachten moeten plannen gemaakt worden voor Turkmenistan (een doorreisvisum dat alleen op drie of vijf bepaalde dagen geldig is en dat je één of twee weken na aanvraag krijgt) en Iran (iets minder lastig, maar wel met uitnodiging), terwijl een visum voor China later aangevraagd moet kunnen worden, in Kirgizië. Kirgizië is nog steeds een voorbeeld van hoe het ook kan: geen visum nodig, je krijgt negentig dagen bij binnenkomst.

Ik begin de druk van de tijd te voelen. Over een paar dagen kan ik in Ankara zijn, en vanaf dat moment heb ik een maand om die visa aan te vragen én tussendoor te reizen. Na die maand moet ik Oezbekistan bereikt hebben. Als alles goed gaat moet dat kunnen. Als alles tegenzit wordt het krap.

Bulgarije is tot nu toe een mooi land gebleken. Na de vlakke, onafzienbare akkers van Oekraïne en Roemenië zonder een teken van leven waren de glooiende hellingen in het noorden van Bulgarijë een welkome afwisseling, en toen die overgingen in de beboste, steilere hellingen van het Balkan-gebergte, afgewisseld met wat velden met paarden, koeien en hier en daar een kudde van hooguit twintig schapen, was er alle reden om uit het raam te blijven kijken. Enkel de plaatsen waar meer dan een handvol mensen woonden doorbraken de idylle. In één plaats was ik geschokt niet alleen vuilnishopen te zien met aan de rand daarvan minuscule huisjes, maar zelfs een flatgebouw dat omringd was met een dikke, kleurrijke laag plastic afval, kennelijk van de balcons naar buiten gegooid en daar blijven liggen.

De pauzes op de route worden korter. Veliko Tarnovo leek pittoresk bij aankomst, gebouwd tegen steile hellingen aan een rivier, maar was de volgende ochtend gehuld in mist, dus ik besloot niet te blijven. Plovdiv heeft een aantrekkelijk centrum, en regelmatige bussen naar Istanbul. Ik moet verder, die visa moeten geregeld worden.