Istanboel is een leuke stad, zeggen zij die er wel eens geweest zijn. Niet mee eens.

Istanboel is een waanzinnig fascinerende stad, en het liefst zou ik er blijven en me meteen bij een taleninstituut inschrijven voor een intensieve cursus Turks voor een paar maanden. In het vorige stuk had ik nog haast om in Ankara te komen, maar ik had me toen nog niet gerealiseerd dat ik daar op zijn vroegst op vrijdagmiddag zou aankomen en dat tegen die tijd alle ambassades gesloten zouden zijn. Dus… dan maar een paar dagen in Istanboel. Ha!

Het is verleidelijk het straatbeeld in geuren en kleuren te beschrijven, maar lastig dat te doen zonder te vervallen in gemeenplaatsen, dus dat ga ik niet eens proberen. Het leeft, het wemelt, op straat gebeurt alles. Er gebeurt zo veel dat je het helemaal niet kunt verwerken door al lopend om je heen te kijken – stil staan, stil zitten en observeren is echt het enige wat je kunt doen.

Vrijdagmiddaggebed in Istanboel

Vrijdagmiddaggebed in Istanboel

Ik hoor Arabisch om me heen, Russisch: toeristen, maar ook handelaren uit het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Ik loop een paar verplichte nummers af: grote bazaar, Aya Sofia, dwaal wat door oudere wijken waar sommige huizen op instorten staan en andere zijn gerenoveerd tot hotel.

Toevallig heb ik net op de website van de BBC gelezen over een museum dat me intrigeert, dus ik ga er langs.

In het museum van de onschuld zijn allerlei voorwerpen te bezichtigen die te maken hebben met de tweede helft van de vorige eeuw in Istanboel. De collectie legt een getuigenis af van een stad (Istanboel) en een land (Turkije) op de breuklijn van Europa en Azië, vernieuwing en traditie, maar ook van het dramatische liefdesverhaal van een zekere Kemal (de verzamelaar van de voorwerpen) en een zekere Füsun (die in dit huis gewoond heeft). Kemal heeft bijvoorbeeld 4213 sigarettenpeuken bewaard die Füsun’s lippen beroerd hebben en ze alle voorzien van commentaar.

Dit is al een ongebruikelijk gegeven, maar het wordt nog interessanter. Kemal heeft voordat hij een paar jaar geleden overleed de Turkse schrijver Orhan Pamuk gevraagd te zorgen voor het opzetten van dit museum waarin alles wat hij had verzameld, alles wat hem aan zijn kortdurende liefdesverhaal herinnerde en hem uiteindelijk hielp de gevolgen te verwerken, moest worden samengebracht. Dat verzoek deed hij in Pamuk’s gelijkluidende roman ‘Het museum van de onschuld’, verschenen in 2008. Kemal is één van de hoofdfiguren in die roman. Füsun is de andere. Kemal en Füsun zijn de vruchten van Pamuk’s creatieve geest, ze hebben nooit bestaan. Hoewel, er wordt gefluisterd dat een vroege liefde van Pamuk model heeft gestaan voor het verhaal. Hoe het ook zij, Pamuk heeft het huis waarin het museum is gevestigd, het huis waarin Füsun heeft gewoond en Kemal de gelukkigste uren van zijn leven heeft doorgebracht, gekocht in 1999 met de bedoeling er zowel een museum als een roman van te maken. De vermenging van werkelijkheid en fictie is verbluffend.

Misschien vertel ik u, beste lezer, niets nieuws. Misschien kent u het verhaal en de roman. Voor mij was het nieuw. Ik heb het boek gekocht en het zal me door Turkije heen begeleiden. Er waren verschillende vertalingen te koop. Misschien ook een Nederlandse, maar daar heb ik niet naar gezocht. Nederlandse vertalingen heb ik nog nooit kunnen lezen zonder te denken: dat had anders gekund. Op de site van Vrij Nederland stond een artikel over het boek met opmerkingen als ‘passie versus morele codes’ en ‘voorwerpen die zijn liefde voor haar celebreren’. Misschien ben ik te lang weg uit Nederland en moet ik accepteren dat de taal onherstelbaar veranderd is, maar dit soort taalgebruik, daar krijg ik rillingen van. Er was een Spaanse vertaling, maar nee. Een Engelse, maar de spreker die de geluidsband voor het museum had ingesproken had ‘Fussoon’ gemaakt van Füsun en alle andere buitenlandse woorden die in zijn tekst voorkwamen verkeerd uitgesproken. Zoiets schud je niet zomaar van je af, dus: nee. De Duitse vertaling zag er goed uit, het klopte, het klikte. Duits dus. Das Museum der Unschuld. Zal ik ooit in staat zijn het boek in het Turks te lezen?