Op de dag voordat ik wilde vertrekken uit Mestia had een verkoopster me aangesproken op straat voor haar winkeltje: jij wilt toch naar Tbilisi morgen? Ga eens met hem daar praten. Goeie chauffeur. En hem daar had gezegd: ja hoor dat kan. Morgenochtend om acht uur klaar staan.

Dus sta ik om kwart voor acht klaar, en het busje is al half vol. Er wordt van alles op het dak gebonden en een poosje door het dorp gereden. Uiteindelijk zitten er een man of twintig in de bus waarvan de meesten helemaal naar Tbilisi willen, een rit die de hele dag in beslag zal nemen.

Nog voordat we het dorp uit zijn gaat het al mis. De goede chauffeur haalt een langzaam rijdende auto in die op dat moment links afslaat; een botsing kan niet meer vermeden worden. Na de eerste ontsteltenis en wederzijdse pogingen om elkaar de schuld te geven wordt een oplossing gezocht voor het probleem dat nu is ontstaan: met deze bus kan de reis niet worden gemaakt. Al snel komt een andere bus, wordt de bagage van het ene dak op het andere geladen en neemt de goede chauffeur plaats achter het stuur, met de eigenaar van de nieuwe bus naast hem.

De eerste uren zijn we bezig het zelfde dal weer uit te rijden naar Zugdidi toe over de enige weg die Mestia verbindt met de rest van het land. Vlak voor Zugdidi klinkt er opeens een omineus geluid dat blijft aanhouden, dus in de stad wordt de eerste de beste werkplaats ingereden en de bus op de brug gezet. Er blijkt een ophangingsbeugel van de aandrijfas te zijn gebroken. Geen ramp, die wordt ter plekke gelast door iemand die bij wijze van bescherming een zonnebril opzet. De goede chauffeur drukt hem een twintigje in de hand en we kunnen weer verder.

In eerste instantie gaat de bus met passagiers en al de brug op. Daarna toch maar leeg.

In eerste instantie gaat de bus met passagiers en al de brug op. Daarna toch maar leeg.

De weg van Mestia naar Tbilisi weerspiegelt de overgang van het bergdorp naar de metropool: wat begint als een slingerende weg die hier en daar vrij wordt gemaakt van stenen en aarde en waar bijna niemand over rijdt gaat over in een ruime tweebaansweg met duidelijk meer verkeer en tenslotte zelfs honderd kilometer snelweg. Enkele keren wordt met kordaat ingrijpen een incident voorkomen, door flink remmen bijvoorbeeld of een plotse ruk aan het stuur. De goede chauffeur bezit goede reflexen. Hij weet dat waarschijnlijk, want hij vindt het niet nodig zijn gordel om te doen. De eigenaar van de bus, die de hele tijd naast hem zit, ook niet.

Tussen Kusaisi en Tbilisi

Tussen Kusaisi en Tbilisi: een idyllisch landschap met bloeiende fruitbomen.

In een denkbeeldig gesprek dat ik met de goede chauffeur voer aan het eind van de rit vraagt hij mij, even joviaal als hij me al een paar keer heeft aangesproken, of ook ik hem een goede chauffeur vind. Ik antwoord dan van nee, want een goede chauffeur is niet iemand die snel kan reageren, maar iemand die ervoor zorgt dat dat niet nodig is. Iemand die afstand houdt en zichzelf tijd geeft om te reageren. Die niet achteromkijkt tijdens een gesprek terwijl hij vlak achter een andere bus rijdt. Die niet de hele tijd telefoneert. Die geen onnodige risico’s neemt. In dat denkbeeldige gesprek kijkt hij me dan ongelovig aan en dan denk ik: wie ben ik eigenlijk om dit soort dingen te zeggen? Gelukkig vindt het gesprek niet werkelijk plaats. We komen aan op onze bestemming en hij schudt me joviaal de hand, vertelt me hoe ik bij de metro kom en wenst me het allerbeste.

Rustaveli: een straat met veel vroeg-20ste-eeuwse gebouwen.

Rustaveli: een straat met veel vroeg-20ste-eeuwse gebouwen.

Tbilisi is een oude stad met een rijk verleden, en dat verleden is terug te zien in bouwstijlen uit vele eeuwen. Het is een metropool waar grote hotelketens zich hebben geïnstalleerd maar waar de ruwe kanten nog niet vanaf zijn gehaald. Nieuwe gebouwen zijn nog niet af, oude staan nog op instorten. Er zijn plekken waar het goed toeven is, en andere waar je verbaasd om je heen kijkt. En ik vind veel winkels met werkelijk voortreffelijke Georgische wijn, al moet je er een beetje de weg in vinden; je kunt ook ook zoete rode wijnen aantreffen, dat is even schrikken.

Oud en nieuw: huizen in de oude binnenstad

Oud en nieuw: huizen in de oude binnenstad

Onder voormalig president Saakashvili is hard gewerkt aan vernieuwing en modernisering. Zo kregen b.v. Italiaanse architecten opdrachten voor gebouwen en structuren die schitterden van moderniteit – maar die op heftig verzet van de bevolking stuitten. Zijn opvolgers lieten de bouw van een futuristisch theater met expositieruimte stilleggen en richtten zich in plaats daarvan op de restauratie van gebouwen uit de Sovjet-tijd, die beter in het stadsbeeld passen. En vooral: beter aansluiten bij de weemoed naar vroeger die immers altijd opduikt in tijden van grote veranderingen.

(Een erg lezenswaardig artikel uit november 2013 op de site van de New York Times vertelt, met foto’s, over het bovenstaande. De protagonisten van dat verhaal komen in verrassende rollen terug in een artikel van The Economist, gedateerd begin maart 2015.)

Oud en nieuw: voetgangersbrug die de oude binnenstad verbindt met het park waar een theater met expositieruimte wacht op voltooiing.

Oud en nieuw: voetgangersbrug die de oude binnenstad verbindt met het park waar een theater met expositieruimte (buiten beeld) wacht op voltooiing.

Voor en na mijn wandelingen door de stad praat ik regelmatig met de bewaker van het hotel waar ik slaap, een vriendelijke zestiger met een erg goede algemene ontwikkeling. We kunnen het goed met elkaar vinden. Op mijn vraag hoeveel uur hij wel niet werkt per dag vertelt hij dat zijn collega op het ogenblik ziek is, en dat hij dus dubbele diensten draait. Dat betekent: 24 uur per dag. Hij nodigt me uit om bij hem in zijn bewakersloge Georgische wijn en cognac te komen drinken als iedereen naar huis is. Wanneer ik ‘s avonds bij hem langs ga ligt hij te slapen. Hij verontschuldigt zich de volgende morgen bij mijn vertrek, het was hem te veel geworden, hij kon niet meer. En hij bezweert me dat ik hem moet bellen wanneer ik in Maleisië ben, om te vertellen dat ik goed ben aangekomen. Dat ga ik doen.

Oud en nieuw: het uit Stalin's tijd stammende IMELI (Marx-Engels-Lenin huis) wordt in zijn oude glorie hersteld.

Oud en nieuw: het uit Stalin’s tijd stammende IMELI (Marx-Engels-Lenin instituut) wordt in zijn oude glorie hersteld.

Ik verlaat Tbilisi in een busje dat me naar Yerevan zal brengen, de hoofdstad van Armenië. De chauffeur is deze keer de rust zelve. Terwijl we worden ingehaald door auto’s die veel harder gaan trekt hij bedaard aan zijn sigaret, onderwijl een tempo aanhoudend waarbij alles overzichtelijk blijft.

Het verre oosten van het land, zo lijkt het, is een ondergeschoven kindje. We komen langs gebouwen waar misschien ooit mensen moesten wonen, maar op de meest onbegrijpelijke, afgelegen plaatsen. Gebouwen is een eufemisme: meer dan wat open verdiepingen van beton, en de trappen die deze met elkaar verbinden, is het niet. Wat kan de reden geweest zijn om eraan te beginnen? Er was in ieder geval niet voldoende reden om ze af te maken. Elders liggen verlaten fabrieksterreinen, waaraan te zien is dat er al geruime tijd niets meer gebeurt, en dat het nog lang zal duren voordat ze verdwenen zijn.

Met het bereiken van de grens kom ik logischerwijs ook aan het eind van dit bericht. Volgende keer gaan we Armenië in.