Vanaf de grens met Armenië wordt het landschap, dat zich aan de Georgische kant op de vlakte heeft gehouden, onrustig. Aanvankelijk gaat het aarzelend op en neer, dan begeeft het zich met groeiend zelfvertrouwen de hoogte in. Opvallend is het gebruik van travertin als bouwmateriaal: huizen, kerken en grotere gebouwen zijn ervan gemaakt. In het laatste geval is het gebruikt om de ruimtes tussen betonnen raamwerken op te vullen, zoals dat elders met bakstenen gebeurt. Opvallend ook de industriële kerkhoven in het dal, waar de omliggende bergen, die er ook niets aan kunnen doen, onbewogen op neerkijken. Complete industriegebieden liggen er verlaten bij, in wisselende staat van ontbinding. Fabrieksgebouwen waarvan geen ruit meer heel is en het dak ontbreekt. Kranen die in de laatst gebruikte houding staan te roesten, ontdaan van iedere functie. Bergen puin, hoofdzakelijk bestaand uit beton dat is vergruisd maar nooit afgevoerd. Voeg daaraan de in de velden roestende carcassen van niet meer gebruikte voertuigen toe, en de wegrottende overblijfselen van woningen die niet meer nodig zijn of zelfs nooit zijn afgebouwd, en je krijgt een apocalyptisch landschap dat getuigt van een ramp die in een tastbaar verleden heeft plaatsgevonden en waarvan niet zeker is wie of wat hem heeft overleefd.

Na een pas op 2200 meter is de wereld wijds en wit. De reiziger haalt opgelucht adem en laaft zich aan het uitzicht op vlaktes en hemel. Waar geen tekenen van beschaving zijn, zijn ook geen tekenen van desillusie. Langzaam daalt de weg weer.

In het centrum zijn allerlei belangrijke gebouwen te vinden: ministeries centrale bank, hotels. Op deze foto rechts het ministerie van buitenlandse zaken, links het Marriott hotel.

In het centrum van Yerevan zijn allerlei belangrijke gebouwen te vinden: ministeries, centrale bank, hotels. Op deze foto rechts het ministerie van buitenlandse zaken, links het Marriott hotel.

De hoofdstad Yerevan is een verrassing. Het centrum, wijds opgezet en met een homogene bebouwing die gedeeltelijk stamt uit de eerste helft van de twintigste eeuw en daarnaast bestaat uit recente imitaties daarvan ademt een voorname en cosmopolitische sfeer uit. Het verkeer is rustig, voetgangers worden ontzien. Mensen zijn elegant gekleed. In cafés waar Italiaanse koffie wordt geserveerd werken jonge mensen die vaak niet alleen Russisch als buitenlandse taal spreken, maar ook Engels. Om me heen hoor ik Spaans en Frans gesproken worden door mensen die kennelijk in Yerevan wonen. Af en toe word ik aangesproken door taxichauffeurs die me in het Russisch vragen of ik hun diensten kan gebruiken, maar op een vriendelijke, ontspannen manier, en ze dringen nooit aan.

Plantsoen aan de voet van de Kaskad

Plantsoen aan de voet van de Kaskad

Ergens heb ik iets gelezen over een lange trap die in het centrum tegen een helling ligt; vanaf boven zou er een mooi uitzicht op de berg Ararat zijn, die weliswaar in Turkije ligt maar met zijn meer dan 5000 meter zozeer de horizon domineert dan van alles ernaar vernoemd is: Araratbank, Ararat cognac, restaurant Ararat. De trap heeft de toepasselijke naam ‘kaskad’ meegekregen. Ik ga erheen en val van de ene verbazing in de andere. Aan de voet van de trap is een plantsoen met sculpturen, waaronder, makkelijk herkenbaar, drie Botero’s. Op weg naar boven zijn meerdere plateaus met meer sculpturen. Hier en daar zitten tussen het groen dat in deze tijd van het jaar nog niet groen is jonge stelletjes lief te kozen in de lentezon.

Zicht op de stad van boven aan de Kaskad.

Zicht op de stad van boven aan de Kaskad.

Eenmaal boven aangekomen valt het zicht op Ararat tegen. Het is heiig en tegen de zon in zijn net de contouren zichtbaar van wat zeker een indrukwekkende berg is maar waar een goed koufront overheen moet om een foto te kunnen maken zoals die op wikipedia te zien is:

Foto overgenomen van Wikipedia.

Foto overgenomen van Wikipedia.

Op weg terug naar beneden valt het me op dat er mensen naar buiten komen vanuit een ruimte die zich onder de trap moet bevinden. Nieuwsgierig ga ik door de deur naar binnen in wat een overdekte expositieruimte blijkt te zijn die dezelfde helling volgt, onder de trap door waarover ik omhoog gelopen ben, en hier voorzien van roltrappen die op en neer gaan en verschillende zaaltjes met elkaar verbinden. Het geheel is een museum waarvan de collectie, zo lees ik later, grotendeels bestaat uit de privé-verzameling van een Amerikaanse zakenman van Armeense afkomst die het museum in 2009 oprichtte: Gerard Leon Cafesjian.

Vanaf een terras. Boven in de foto: het Charles Aznavour museum.

Vanaf een terras. Boven in de foto: het Charles Aznavour museum.

Aan de voet van de trappen, aan de rand van het plantsoen, zijn terrasjes. Ik ga er zitten om het geheel nog eens rustig te bekijken onder het genot van een bord pasta en een goed glas Armeense witte wijn. Het bevalt me allemaal zo goed dat ik het hele programma de volgende dag nog eens overdoe.

Cafesjian is niet de enige zoon van de diaspora die zich heeft ingezet voor het land dat zijn ouders hebben moeten ontvluchten en waar hij zelf niet is geboren. Charles Aznavour richtte na een aardbeving in 1988 een hulpfonds op voor de slachtoffers. In 2008 verkreeg hij de Armeense nationaliteit, vlak daarna werd hij aangesteld als ambassadeur van Armenië in Zwitserland en bij de Verenigde Naties, functies die hij tot op de dag van vandaag, negentig jaar oud, uitoefent.

Die diaspora, dat is een thema waar je niet omheen kunt in Armenië. Vele eeuwen lang zijn Armeniërs overheerst, verjaagd, gedeporteerd en uitgemoord, door Ottomanen, Perziërs en (onder Stalin) Russen, met als bekend dieptepunt de volkerenmoord van 1915, die volgens de Turken nooit heeft plaatsgevonden. Er wonen veel meer mensen van Armeense afkomst buiten Armenië dan in het land zelf, en er is een ministerie dat zich uitsluitend met de diaspora bezig houdt.

Maar ondanks de ellende uit het verleden komt Yerevan op me over als een stad waar levenskracht en levensvreugde overheersen. Al heb ik maar een paar dagen in Armenië doorgebracht, wanneer ik morgen verder ga, Iran in, neem ik goede herinneringen mee.

In het overdekte deel van het museum.

In het overdekte deel van het museum.

Jaume Plensa: Sun, Moon, Earth

Jaume Plensa: Sun, Moon, Earth

Leeuw 2, Ji Yong Ho. Staal en flarden autoband.

Leeuw 2, Ji Yong Ho. Staal en flarden autoband.